Turtle

Turtle is een productlijn van Nelen & Schuurmans. Het is een werkwijze voor modelprojecten, waarvoor bijbehorende gereedschappen zijn ontwikkeld als functionaliteit in ArcGIS toe. De meeste Turtle producten zijn in een Nelen & Schuurmans toolbox in ArcGIS opgenomen.

Mocht u niet kunnen vinden wat u zoekt, neem dan contact op met de Turtle Helpdesk.

Turtle Rural

Turtle Urban

Handleiding Modelbouw (RRCF)

Inleiding

Bij het opzetten van een oppervlaktewatermodel met SOBEK zijn veel gegevens nodig. De “Turtle-werkwijze” is opgezet om ervoor te zorgen dat het opzetten van het model gestructureerd verloopt en het gegevensbeheer goed geregeld is. Met deze werkwijze kan in korte tijd een complex SOBEK RRCF model (Neerslag-afvoer en hydraulisch model) worden opgebouwd. Het grootste gedeelte van de werkwijze gebeurt in ArcGIS: De gegevens worden namelijk in een geodatabase opgeslagen. De “Turtle-werkwijze” kan worden samengevat in een stappenplan voor gebruik in de praktijk.

Doel

Deze handleiding dient als ondersteuning bij de opbouw van SOBEK RRCF-modellen. Hierin wordt stapsgewijs de opbouw van een SOBEK RRCF model op de “Turtle-werkwijze” besproken. De handleiding vormt tevens een handig overzicht dat gebruikt kan worden als:

Opzet

De “Turtle-werkwijze” is op te delen in vijf stappen, welke afzonderlijk van elkaar worden besproken. De stappen zijn chronologisch.

Stap 1: Uitgangspunten

Stap 2: Controle basisbestanden

Stap 3: Hydrobase opbouw

Stap 4: Hydrobase conversie

Stap 5: SOBEK Import

Terug naar Handleiding Modelbouw (RRCF)

Stap 1: Uitgangspunten modellering

Inleiding

Een model is een versimpeling van de werkelijkheid en dient beschouwd te worden als een hulpmiddel bij een analyse waarin expertkennis zeker de overhand moet hebben. Een model moet altijd een concreet doel hebben met corresponderend eisenpakket. Modelonzekerheden komen voort uit gegevens (welke wellicht ontbreken of onjuist zijn), modelaannames (bijv. standaard parameters) en andere simplificaties (begrenzing en detail). Om hierop te anticiperen is het essentieel om over verschillende zaken na te denken en dit vast te leggen in een uitgangspuntennotitie.

Uitgangspuntennotitie

Gebruik in een modelproject een uitgangspuntennotitie (UPN). Stel dit document op na het startoverleg en leg hierin gedetailleerd de werkstappen vast (de handleiding “Modelbouw RRCF” kan hierbij helpen). Leg ook vast hoe de gegevens binnen de modellering worden gebruikt en welke aannamen worden gedaan wanneer gegevens ontbreken. Neem in de notitie ook een paragraaf op over de modelkeuze. Sluit dit document kort met zowel de interne als de externe opdrachtgever. Een uitgangspuntennotitie is een handvat voor de werkzaamheden en vastlegging van afspraken. Zie hier een voorbeeld voor een UPN.

Doelen van het model

Bepaal het doel van de studie en bepaal aan welke eisen het model moet voldoen. Gebruik hierbij de volgende vragen:

Modelgrenzen en detailniveau

Bepaal de modelgrenzen en het benodigde detailniveau. Beide worden bepaald door het doel van het model. De volgende stappen worden onderscheiden:

Vervolg

Door naar de volgende stap:

Stap 2: Controle basisbestanden

Stap 3: Hydrobase opbouw

Stap 4: Hydrobase conversie

Stap 5: SOBEK Import

Terug naar Stap 1: Uitgangspunten modellering

Stap 2: Controle basisbestanden

Inleiding

Voor de opbouw van een RRCF model middels de “Turtle/werkwijze” zijn een groot aantal gegevens noodzakelijk. In deze stap van de “Handleiding Modelbouw (RRCF)” staat beschreven welke gegevens waarvoor noodzakelijk zijn en in welk formaat deze aangeleverd dienen te worden door de opdrachtgever. Deze gegevens dienen gecontroleerd (en mogelijk gecorrigeerd) te worden alvorens verder te gaan met de volgende stap. Welke gegevens noodzakelijk zijn, hangt af van de doelen die gesteld worden in de vorige stap.

Elk type model

Studiegebied [Polygon feature]

CF-model (Waterlopenmodel)

Waterlopen [Line feature]

Dwarsprofielen [Point feature]

Gemalen [Point feature]

Stuwen [Point feature]

Inlaten [Point feature]

Afsluiters [Point feature]

Duikers [Point feature]

Sifons [Point feature]

Bruggen [Point feature]

Maalstaten [Tabel]

Inlaatreeksen [Tabel]

Overigen

RR(CF)-model (Neerslag-afvoer en Waterlopenmodel)

Afwaterende eenheden [Polygon feature]

Open watervlakken [Polygon feature]

Landgebruik [Integer Raster 25x25]

Maaiveldhoogte [Integer Raster 5x5 of 25x25]

Grondsoort [Polygon feature]

Kwel en Wegzijging [Integer Raster 25x25] of [Polygon feature]

Afvoerrelaties [Line feature]

Specifiek voor toevoegen van riolering

Rioleringsgebieden [Polygon feature]

Overstorten en riooluitlaten [Point feature]

Overige

NBW-klasse [Integer Raster] of [Polygon feature]

Meteo [Tabel]

CF Controle in detail

Waterlopen [Line feature]

Een lijnenbestand waarin de te modelleren waterlopen staan.

Daarnaast kan aanvullend water mogelijk nog worden gebruikt om het open watervlakken bestand (nodig bij RR) aan te vullen of te controleren.

Controle

Dwarsprofielen [Point feature]

Hierin staan de locaties waar de profielen zijn genomen. Bij deze profielen behoort ook een tabel met profielafmetingen.

Controle

Kunstwerken

Controle voor alle kunstwerken

Gemalen [Point feature]

De locaties van de gemalen (indien aanwezig). Vaak aanwezig en belangrijk in polders, maar afwezig in hoog Nederland.

Stuwen [Point feature]

De locaties van de stuwen.

Aanvullende controle specifiek voor stuwen

Inlaten [Point feature]

De locaties van de inlaten (indien aanwezig).

Duikers [Point feature]

De locaties van de duikers (indien aanwezig).

Aanvullende controle specifiek voor duikers

Sifons [Point feature]

De locaties van de sifons (indien aanwezig).

Aanvullende controle specifiek voor sifons

Bruggen [Point feature]

De locaties van de bruggen (indien aanwezig én relevant voor de waterloop).

Maalstaten [Tabel]

Indien er gemalen in het model komen, moeten hiervan de maalstaten aangeleverd worden.

Controle

Inlaatreeksen [Tabel]

Indien er inlaten in het model komen, moeten hiervan de inlaatreeksen aangeleverd worden.

Controle

Overige

RR(CF) Controle in detail

Afwaterende eenheden [Polygon feature]

De kleinste hydrologische eenheden voor het model.

Kan bijvoorbeeld bestaan uit (en/of):

Controle

Benodigde features zijn:

Open watervlakken [Polygon feature]

Hiervoor kan o.a. ook de GBKN, legger of Top10 gebruikt worden.

Controle

Benodigde features zijn:

Landgebruik [Integer Raster 25x25]

Hiervoor wordt de LGN gebruikt (bij voorkeur LGN 5).

Controle

Maaiveldhoogte [Integer Raster 5x5 of 25x25]

Hiervoor wordt de AHN of de AHN2 gebruikt. Bepaal detailniveau op basis van modeldoelen.

Controle

Grondsoort [Polygon feature]

Hiervoor wordt de STIBOKA grondsoortenkaart gebruikt.

Controle

Benodigde features zijn:

  1. Veengrond met veraarde bovengrond
  2. Veengrond met veraarde bovengrond, zand
  3. Veengrond met kleidek
  4. Veengrond met kleidek op zand
  5. Veengrond met zanddek op zand
  6. Veengrond op ongerijpte klei
  7. Stuifzand
  8. Podzol (Leemarm, fijn zand)
  9. Podzol (zwak lemig, fijn zand)
  10. Podzol (zwak lemig, fijn zand op grof zand)
  11. Podzol (lemig keileem)
  12. Enkeerd (zwak lemig, fijn zand)
  13. Beekeerd (lemig fijn zand)
  14. Podzol (grof zand)
  15. Zavel
  16. Lichte klei
  17. Zware klei
  18. Klei op veen
  19. Klei op zand
  20. Klei op grof zand
  21. Leem

Kwel en Wegzijging [Integer Raster 25x25] of [Polygon feature]

Het bestand moet informatie bevatten over de gemiddelde flux (netto)

Controle

Benodigde features zijn:

Afvoerrelaties [Line feature] of [Tabel] (optioneel)

Dit bestand beschrijft welke afwaterende eenheid waar naartoe afvoert. Hierdoor is het mogelijk om een afwaterende eenheid ergens op de waterloop te koppelen (middels een koppelpunt).

Rioleringsgebieden [Polygon feature] (optioneel)

Heeft primair betrekking op gemengde en vgs stelsels, maar kan ook toegepast worden voor gescheiden stelsel (via uitlaten).

Controle

Overstorten en riooluitlaten [Point feature]

Locaties van overstorten en riooluitlaten

Controle

Overigen (optioneel)

NBW-klasse [Integer Raster] of [Polygon feature]

Meteo [Tabel]

Meetgegevens van neerslag, verdamping, wind ten tijde van kalibratie

Vervolg

Door naar de volgende stap:

Stap 3: Hydrobase opbouw

Stap 4: Hydrobase conversie

Stap 5: SOBEK Import

Terug naar Stap 2: Controle basisbestanden

Stap 3: Turtle rural hydrobase opbouw

Inleiding

Om van brongegevens naar model te gaan, kan Turtle als gegevensplatform worden gebruikt. Hierbij worden de brongegevens opgeslagen in een geodatabase (hierna hydrobase genoemd). Vervolgens wordt die hydrobase geconverteerd naar bestanden die SOBEK kan gebruiken. De conversie wordt beschreven in stap 4.

Er zijn verschillende standaard hydrobases. Welke hydrobase gebruikt dient te worden hangt af van de gewenste SOBEK schematisatie. Het verdient de voorkeur om bij een nieuw modelproject te beginnen met een lege standaard hydrobase. Deze zijn hieronder beschikbaar.

De volgende hydrobases worden onderscheiden:

De stappen voor het vullen van de RRCF-hydrobase worden achtereenvolgens besproken, onderverdeeld in het RR- en het CF-deel. Voor een RR-hydrobase hoeven alleen de stappen van het RR-deel te worden doorlopen (let op: de onderdelen die betrekking hebben op de koppeling naar CF kunnen achterwege worden gelaten). Voor een CF-hydrobase hoeven alleen de stappen van het CF-deel te worden doorlopen. Let op: Per tabel is er 1 kolom welke een unieke code moet bevatten. In sommige gevallen wordt hier ook vanuit andere tabellen naar verwezen.

Er zijn twee typen handelingen nodig om de hydrobase te vullen: 1) Direct in ArcGIS en 2) Indirect met de Turtle-tool.

Direct in ArcGIS

Het is mogelijk een (gedeeltelijk gevulde) Hydrobasetabel in te laden in ArcGIS en vervolgens handmatig te vullen. Er is ook een mogelijkheid om een volledige GIS-file direct in een Hydrobasetabel te laden. Ook kan een reeds gevulde Hydrobasetabel op deze manier worden aangevuld.

Het direct in ArcGIS laden geschiedt in de ArcCatalog. Ga hier naar de doelhydrobase (bijv. een lege hydrobase). Klik met de rechtermuis op de gewenste hydrobasetabel en kies voor “Load Data”. Via een “Wizard” kan de betreffende GIS-file, bijvoorbeeld een shapefile, worden gekozen. Onder “Target field” staat de benodigde kolomnaam van de hydrobase. Onder “Matching source field” kan de kolomnaam van de shapefile worden gekozen die de benodigde data bevat. Het is vooral belangrijk dat een unieke ID wordt gekozen.

Indirect met een Turtle-tool

Voor het automatisch vullen een aantal hydrobasetabellen zijn Turtle-tools ontwikkeld. De afzonderlijke tools zijn beschreven in Turtle Projectdatabase. In onderstaande stappen wordt hier, waar nodig, naar verwezen. In ArcGIS moet de Turtle-rural-toolbox zijn toegevoegd aan de ArcToolbox.

Vullen van de RRCF-Hydrobase

In de RRCF-hydrobase worden alle gegevens ingeladen die nodig zijn voor het neerslag-afvoermodel. Dit zijn de afwateringsgebieden en bijbehorende type landgebruik, maaiveldhoogte, kwel/wegzijging en type bodem. Als (een deel van) het studiegebied gerioleerd is worden deze gegevens ook ingeladen, waarbij een correctie moet worden toegepast op het verhard oppervlak binnen de afwateringsgebieden. Het vullen van de RRCF-hydrobase wordt in opeenvolgende stappen besproken. De gemodelleerde items moeten uiteindelijk allemaal een unieke ID krijgen. Houd als maximale tekenlengte van het gehele ID 17 aan, om problemen in SOBEK te voorkomen.

Actie 1: Afleiden afwaterende eenheden

Omschrijving

SOBEK-RR maakt gebruik van zogenaamde afwaterende eenheden. Van deze gebieden wordt de afvoer naar het oppervlaktewater bepaald. Voor de indeling in afwateringsgebieden wordt geadviseerd zoveel mogelijk de indeling van peilgebieden te hanteren. Deze kunnen aanvullend worden opgedeeld of worden samengevoegd.

In deze actie worden twee onderdelen van de hydrobase gevuld: Afwateringsgebieden (onder RR_Features) en RR_Peilgebied (deels).

Vereisten

Noodzakelijke gegevens

Handeling

Overigen (optioneel)

Onderbemalingen moeten als apart afwateringsgebied in de schematisatie worden opgenomen. De volgende werkwijze wordt gevolgd: 1. Knip de onderbemalingen uit de kaart met peilgebieden met de tool Erase uit de ET GeoWizard (tabblad Geoproc); 2. Voeg dit bestand samen met de kaart met onderbemalingen via de tool Merge Layers uit de ET GeoWizard (tabblad Geoproc); Of: Voeg de kaart met peilgebieden en de kaart met onderbemalingen samen met de tool Union uit Analysis en controleer door oppervlaktes te berekenen of er geen hele kleine gebiedjes gevormd zijn. Vul daarna de ondermalingnaam toe als IDENT. 3. Knip de peilgebieden eventueel verder op tot afwateringsgebieden.

Actie 1a: Verfijnen afwaterende eenheden i.c.m. CF (optioneel)

Omschrijving

Op basis van de hoofdwaterlopen kunnen de afwateringsgebieden verder worden verfijnd. Deze keuze wordt bijvoorbeeld gemaakt wanneer blijkt dat een oppervlak groter dan 60 hectare afwatert op 1 watergang. Bepaal op voorhand of deze actie noodzakelijk is.

Noodzakelijke gegevens

Handeling

Actie 2a: Bepalen oppervlakken

Omschrijving

In deze stap wordt RR_Oppervlak (Table) gedeeltelijk gevuld met de Turtle-tool 1.1.1 Afleiden oppervlakte parameters. Met de tool wordt per afwateringsgebied bepaald wat het oppervlak verhard, onverhard stedelijk, natuur, gras, kassen en open water is. De klassen natuur en gras is een onderverdeling voor de eerder gebruikte klasse onverhard landelijk.

Noodzakelijke gegevens

Handeling

Actie 2b: Correctie voor open water

Omschrijving

In deze stap wordt in ArcGIS de tabel RR_oppervlak aangevuld en gecorrigeerd met aanvullende bronbestanden. Het is bijvoorbeeld bekend dat het oppervlak open water welke uit LGN volgt te grof is. Er wordt een correctie uitgevoerd, zodat het totaaloppervlak van het afwateringsgebied weer gelijk is aan de som van het oppervlak verhard, onverhard, kassen en open water. Het is raadzaam om hiervoor de open water vlakken-kaart (bijvoorbeeld GBKN) te gebruiken.

Handeling

Actie 3: Bepalen maaiveldkarakteristiek

Omschrijving

In deze stap wordt RR_maaiveld (table) gevuld met de Turtle-tool 1.1.3 Maaiveldkarakteristiek. Met deze tool kan op basis van een raster met hoogtegegevens en landgebruik een maaiveldhoogteverdeling per afwateringsgebied worden opgesteld. Dit is een verdeling van maaiveldhoogten in klassen van voorkomen. Klasse 50 bevat de mediaan van de maaiveldhoogte voor het betreffende afwateringsgebied (deze maaiveldhoogte bevindt zich op 50% van de maaiveldcurve). Alleen cellen die hoger liggen dan het streefpeil worden geselecteerd en meegenomen in de analyse

Noodzakelijke gegevens

Handeling

Controle

Controleer na draaien van de tool in “RR_Maaiveld” de kolom “MV_Opm”: Hier staat of er afwateringsgebieden zijn met een groot percentage pixels onder streefpeil. Dit kan duiden op onderbemalingen die niet in de afwateringsgebiedsindeling zijn meegenomen en alsnog moeten worden toegevoegd.

Indien in er in RR_Peilgebied nog geen peilen zijn ingevuld (maar default waarde -10 m) omdat deze op basis van de mediane maaiveldhoogte worden bepaald, vul dan nu de aan te nemen peilen (waterstanden) in en draai de maaiveldtool nogmaals.

Actie 4: Bepalen kwel/wegzijging

Omschrijving

In deze stap wordt RR_KwelWegzijging (table) gevuld. Deze tabel bevat de jaargemiddelde kwel of wegzijging per afwateringsgebied.

Noodzakelijke gegevens

Handeling

Zonal statistics as Table

Met de Gis-tool Zonal Statistics as Table (Spatial Analyst Toolbox) kan worden bepaald wat de gemiddelde kwel/wegzijging per afwateringsgebied is. Kies in deze tool de shape met afwateringsgebieden als input raster or feature zone data, het GPGIdent als Zone Field, het gridbestand met kwel/wegzijging als input value raster, en kies voor de statistieke functie mean.

Actie 5: Bepalen drainageparameters

Omschrijving

In deze stap wordt RR_Grondsoort (table) gevuld met Turtle-tool 1.1.4 Drainage parameters.

Noodzakelijke gegevens

Handeling

Overigen

Voor de kolom GRONDSOORT in de tabel RR_GRONDSOORT geldt dat hier zowel de tekstuele omschrijving als het nummer (PAWN grondsoort code) gebruikt kan worden.

PAWN code

De bodemkaart moet zijn voorzien van een kolom met daarin de PAWN code. Deze bevat waarden van 1-23, waarop vervolgens de drainagekarakteristieken worden bepaald. Indien deze kolom niet aanwezig is, dan zal je 'm moeten toevoegen. Dit kan door een PAWN conversietabel aan een andere kolom van de bodemkaarttabel te koppelen. Meestal is dat de kolom Eerste_BOD.

Vullen van de CF-Hydrobase

Alvorens de riolering te verwerken in de hydrobases, is het verstandig om eerst de CF hydrobase te vullen. Hierna wordt de opbouw van RR_RIOOL besproken.

In de CF-hydrobase worden alle gegevens ingeladen die nodig zijn voor het hydraulisch model. Dit zijn de hoofdwaterlopen (welke voornamelijk een afvoerfunctie hebben), de secundaire waterlopen (welke voornamelijk een bergende functie hebben), dwarsprofielen van waterlopen en kunstwerken. Het vullen van de CF-hydrobase wordt in opeenvolgende stappen besproken. Hierin komt ook de koppeling met RR (aanmaken koppelpunten) aan de orde.

Actie 6: Bepalen hoofdwaterlopen

Omschrijving

In deze stap worden de hoofdwaterlopen voor Channel (feature class) bepaald. Het vullen van Channel gebeurt pas als ook de bergingstakken zijn aangemaakt (in Actie 7E). In de huidige actie moet er een keuze worden gemaakt voor de te modelleren waterlopen. Kies de primaire waterlopen, aangevuld met secundaire waterlopen die belangrijk zijn voor het doel van het onderzoek (bijvoorbeeld secundair water waar riooloverstorten/uitlaten op uit komen).

Noodzakelijke gegevens

Handeling

Actie 7: Bepalen secundaire waterlopen (Bergingsfunctie)

Omschrijving

Na selectie van de hoofdwaterlopen blijft al het secundair open water over. De berging binnen dit secundair open water moet ook in het model worden meegenomen, de zogenaamde compenserende berging. Het oppervlak secundair water wordt per afwateringsgebied geclusterd en als bergingstakje in het CF-netwerk opgenomen. Er wordt een standaardlengte van 100 m aan deze takjes toegekend. De breedte wordt bepaald op basis van het oppervlak secundair water binnen het betreffende afwateringsgebied (te gebruiken bij het aanmaken van profielen in Actie 9).

In deze stap wordt Channel (feature class) gevuld met de locaties van hoofdwaterlopen en bergingstakjes. Daarnaast wordt per bergingstakje alvast de benodigde breedte bepaald.

Noodzakelijke gegevens

Handeling

Er zijn vijf subacties te onderscheiden: 1) bepalen van het oppervlak secundair open water (Actie 7a), 2) het aanmaken van koppelpunten (Actie 7b), 3) aanmaken van de bergingstakken (Actie 7c), 4) bepalen van profielen van bergingstakken (Actie 7d) en 5) vullen van de Channel feature (Actie 7e). De subacties worden hieronder besproken.

Actie 7a: Bepalen oppervlak secundair open water

Actie 7b: Aanmaken koppelpunten bergingstak-hoofdwaterloop

De koppelpunten zijn de locaties waar de bergingstakken aan de hoofdwaterlopen “aantakken”.Dit zijn (nog) niet de koppelpunten waar het RR-deel op aangesloten wordt. Zie hiervoor Actie 12.

Actie 7c: Aanmaken bergingstakken

Actie 7d: Bepalen profiel bergingstakken

Optionele invulling van zijtakprofiel

De profielen van een zijtak kunnen trapezium zijn of tabulated. In dat laatste geval maak je een bijna rechthoekige vorm onder de waterlijn, dus bed_width = water_width - 2 cm. De berging vindt plaats op talud. Als je er vanuit gaat dat al het secundaire water een talud van 1:1 heeft, dan kan je heel eenvoudig de benodigde surface width van je profiel berekenen:

Actie 7e: Vullen Channel

Actie 8: Dwarsprofielen

In deze stap worden Locations (feature class) of Points_xyz (feature class) en Cross_section_definition (table) of Cross_section_yz (table) gevuld. Bepaal van de voren welk type dwarsprofiel er in de modellering wordt gebruikt. Locations wordt gebruikt indien er gebruik wordt gemaakt van leggergegevens. Points_xyz wordt gebruikt indien er ingemeten profielen beschikbaar zijn.

In de CF hydrobase kunnen vijf typen dwarsprofielen worden gebruikt:

Handeling

Voor het aanmaken van feature classes Locations of Points_xyz worden de volgende stappen doorlopen:

Vervolgens worden de profielen gedefinieerd in de tabel Cross_section_definition of tabel Cross_section_yz:

Stappen voor afleiden profielen op locaties waar de watergang is gesplitst (door zijtakje):

PM:

  1. Als op de originele watergang een profiel ligt; koppel dat profiel-ID aan de lijn.
  2. Als er meerdere profielen op de watergang liggen; selecteer het profiel dat het dichtstebij ligt
  3. Selecteer watergangen zonder profiel: Shape A
  4. Join o.b.v. locatie met originele watergangen-bestand, zodat ID-Origineel gekoppeld is.
  5. Maak een punten-bestand van het middelpunt van de lijnen zonder profiel.
  6. Dit puntenbestand is de profiel-location (let op unieke LOCIDENT) en het PROFIDENT.

Actie 9: Kunstwerken

In deze stap worden de feature classes Bridge, Culvert, Pump_ Station, Syphon en Weir en de tabel Pump_station_def gevuld.

Benodigde gegevens

Handelingen

Actie 10: Model conditions (optioneel)

Vervolg opbouw RRCF - deel

Actie 11a: Bepalen parameters riolering - RR_Riool (optioneel)

Omschrijving

Wanneer er binnen het studiegebied geen riolering aanwezig is bestaat het verhard oppervlak uit het verhard oppervlak in stedelijk, industrie en landelijk gebied, zoals daken, wegen en parkeerplaatsen. De aanvoer van water bestaat uit neerslag en de afvoer van water uit verdamping vanaf de straat en de afwatering naar het open water. Wanneer er riolering aanwezig is dan wordt de afwatering iets complexer. De aanvoer van water vindt plaats via neerslag op het verharde oppervlak en de droogweerafvoer (DWA). In eerste instantie vindt de afvoer plaats via het rioolstelsel naar een rioolwaterzuiveringsinstallatie (gemengd) of gedeeltelijk naar het open water (gescheiden/verbeterd gescheiden). Wanneer de berging in het riool en op straat gevuld is, vindt afvoer plaats over het oppervlak naar het open water. Ook het water dat via de rioolwaterzuiveringsinstallatie (RWZI) wordt afgevoerd komt uiteindelijk in het open water terecht. Als het rioolwater echter buiten het modelgebied wordt geloosd, hoeft het effluent van de RWZI niet gemodelleerd te worden.

In deze stap wordt RR_Riool (table) gevuld (met peilgebieden én rioleringsgebieden) en RR_Oppervlak (table) gecorrigeerd.

Een rioleringsgebied is het gebied behorende bij één overstort. Een bemalingsgebied kan bestaan uit meerdere rioleringsgebieden.

Noodzakelijke gegevens

Handeling

Actie 11b: Parameters riolering RR_tabellen correctie (optioneel)

Omschrijving

Indien riolering wordt meegenomen in de schematisatie dient RR_Oppervlak gecorrigeerd te worden voor het gerioleerde oppervlak. De afwatering van deze verharde oppervlakken wordt immers niet meer binnen de peilgebieden gemodelleerd, maar binnen de rioleringsgebieden.

De rioleringsgebieden moeten ook als afwaterende eenheden worden toegevoegd aan alle andere RR_-tabellen en Peilgebieden feature.

Noodzakelijke gegevens

Handeling RR_Oppervlak aanpassing

Handeling overige RR_-tabellen aanpassen

Actie 12: Koppelpunten hydraulisch model indien RRCF (optioneel)

Omschrijving

In deze stap worden de codes van de koppelpunten toegevoegd aan de tabel RR_Peilgebied. Hierbij zijn verschillende mogelijkheden 1) Per peilgebied is er één koppelpunt voor elk onderscheiden type landgebruik of 2) Per afwateringsgebied is er slechts één koppelpunt waarop ieder type landgebruik inprikt. De keuze hiervoor moet vooraf gemaakt worden.

Noodzakelijke gegevens

Handelingen

Overige

In de koppeling van afwateringsgebieden aan waterlopen (alleen voor RRCF) kan een verdere detaillering gewenst zijn. Hierbij kan gebruik worden gemaakt van 1.2.1 Genereren afvoervlakken. Zie ook Stap 2 van de CF-Hydrobase. Deze tool bepaalt op basis van de gekozen indeling van afwateringsgebieden en de waterlopen welk gebied op welke watergang afwatert. Opmerking: Hiervoor dient het waterlopenbestand “clean” te zijn. Daarbij moeten afwateringsgebieden kleiner dan 1 ha en afwateringsgebieden zonder CF-waterloop worden samengevoegd.

Actie 13: Aanmaken Lateral_flow

Omschrijving

Laterale debieten van neerslag, verdamping en kwel vanaf al het open water worden gemodelleerd als point features.

Noodzakelijke gegevens

Handeling

Opmerking

De huidige conversie van Turtle zet deze laterals nog niet om naar het benodigde LATERAL.DAT bestand van SOBEK. Hiervoor is nog een handmatige werkstap nodig.

Actie 14: Overbodige zijtakken verwijderen

Omschrijving

Voor elke GPG zijn nu zijtakken aangemaakt (in Actie 7) waarop RRCF koppelpunten en Laterale knopen zijn gelegd. Echter het kan zijn dat de zijtakken overbodig zijn, omdat er geen open water is waarvoor extra gecompenseerd dient te worden. Deze zijtakken dienen handmatig verwijderd te worden en de hierop liggende koppelpunten moeten verplaatst worden naar de hoofdloop (channel).

LET OP: Je kan er ook voor kiezen om de zijtakken niet te verwijderen, om je zo een boel handmatige verschuivingen van de koppelpunten te voorkomen. Wat je dan doet voor de afwaterende eenheden waarvoor nauwelijks of helemaal geen bergend water, is dat je het profiel heel smal maakt, zeg 0.5 m. Hierdoor overschat je het oppervlak bergend water met 100 m x 0,5 m = 50 m2, wat meestal verwaarloosbaar is.

Noodzakelijke gegevens

Handeling

Actie 15: Controle hydrobases

Omschrijving

Alvorens over te gaan op het converteren van de hydrobases, is het zinvol om de hydrobases te controleren en na te lopen op volledigheid. Gebruik hiervoor de toelichting op de features en tabellen.

 

Vervolg

Door naar de volgende stap:

Stap 4: Hydrobase conversie

Stap 5: SOBEK Import

Terug naar Stap 3: Hydrobase opbouw

Stap 4: Turtle Conversie

Inleiding

Nadat de noodzakelijke hydrobase(s) zijn opgebouwd, is een conversie nodig. Met die conversie worden er bestanden aangemaakt, die in SOBEK geïmporteerd kunnen worden. Per type hydrobase dient een conversie gedaan te worden. Hier zal beschreven worden hoe de conversie verloopt voor de meest gebruikte hydrobases: RRCF en CF.

RRCF Conversie

De RRCF conversie gaat middels de RRCF conversie tool uit de Turtle rural Toolbox: 2 Model > 2.1 Neerslag-afvoermodel > 2.1.2 Sobek RRCF Conversie.

Selecteer hiervoor de Peilgebieden feature, de RR-Tabellen die zijn opgebouwd in Stap 3, Koppelpunten (aangemaakt in RRCF hydrobase onder 'features') en maak een map aan waarin de output van de conversie moet komen te staan. Optioneel kan je nog een aangepaste .ini file als settings gebruiken en de RR_Afvoer tabel en Afvoerkunstwerken feature gebruiken indien nodig voor RR.

CF Conversie

De CF conversie gaat middels de CF conversie tool uit de Turtle rural Toolbox: 2 Model > 2.2 Hydraulisch model > 2.2.1 Sobek CF Conversie.

Selecteer hiervoor de ingevulde kunstwerken features en tabellen, dwarsprofielen features en tabellen en channel feature opgebouwd in Stap 3 en maak een map aan waarin de output van de conversie moet komen te staan.

Foutmeldingen

Als de hydrobase goed is opgebouwd en de setting (.ini file) kloppen, dan gaat de conversie goed. Maar als dat niet het geval is, moet er uit de foutmelding gehaald worden wat het probleem kan zijn. Meest voorkomende problemen zijn: ontbrekende gegevens (bijv. een aantal records geen waarden), foutieve gegevens (bijv. typefout in GPGident), ontbrekende kolommen (door verouderde database en/of .ini file).

Vervolg

Door naar de volgende stap:

Stap 5: SOBEK Import

Terug naar Stap 4: Hydrobase conversie

Stap 5: SOBEK Import

Inleiding

Nu de hydrobases zijn geconverteerd, moeten deze nog in SOBEK geïmporteerd worden. Het is belangrijk dat je eerst het hydraulische model (CF) importeert en dan pas het neerslag-afvoermodel. Vervolgens maak je het SOBEK model gereed om te rekenen. Bepaal van te voren (ten tijde van de uitgangspuntennotitie) welke voorwaarden je hierbij hanteert.

Importeren hydraulisch model (CF)

Voeg handmatig nog wel de boundaries toe (wordt opgelost in nieuwe versie van Turtle)

Hoewel de laterale knopen (gele wiebertjes) wel goed geimporteerd worden, wordt de metainformatie niet meegenomen. Voeg handmatig de lateral.dat in met de getallen uit de hydrobase).

Importeren neerslag-afvoer model(RR-CF)

Configuratie

Om het model te kunnen doorrekenen zijn nog enkele stappen noodzakelijk:

Na het toevoegen van rekenpunten is het handig als je daarna de calculation points/rekenpunten (regular en fixed) terugzet in de hydrobase. Zodat de hydrobase up to date blijft.

Terug naar Stap 5: SOBEK Import

GreenhouseYear

Voor de verdamping zijn twee instellingen van belang: evaporation year en greenhouse year (onder DELFT_3B.INI). Hiermee wordt vastgelegd van welk jaar de verdampingsreeksen worden gebruikt voor de berekeningen. Standaard worden hiervoor de waarden van het jaar voorafgaand aan de gemodelleerde neerslag genomen. De extreme neerslag is echter gemodelleerd in 2005 terwijl gegevens voor de verdamping tot 1995 bekend zijn. Hierop loopt SOBEK vast. De instelling is daarom zodanig gewijzigd dat bij evaporation year en greenhouse year steeds de waarden van 1995 worden gebruikt.

Handleiding Turtle Rural Tools - Een beschrijving van alle beschikbare tools in Turtle Rural

Hieronder vind je een overzicht van de beschikbare tools in Turtle Rural. Mochten deze pagina's niet voldoende zijn kunt u contact opnemen met de TurtleHelpdesk.

0. Controle Basisdata

0.1 Controle kunstwerken

1. Projectdatabase

1.1 Hydrobase neerslag-afvoer

1.2 Hydrobase hydraulica

2. Model

2.1 Neerslag-afvoer model (RR)

2.2 Hydraulisch model (CF)

3. Analyse

3.1 Analyse neerslag-afvoer

3.2 Analyse RRCF

4. Presentatie

4.1 Presentatie neerslag-afvoer

4.2 Presentatie hydraulica

Bijlagen

 

Terug naar inhoudsopgave handleiding Turtle Rural Tools

0. Controle Basisdata

0.1 Controle kunstwerken

0.1.1 Controle dimensies kunstwerken

Invoer

De volgende invoerbestanden zijn nodig:

011.png

 

Werkwijze instrument

De tool controleert de ligging en afmetingen van de kunstwerken. Fouten die hiermee kunnen worden opgespoord zijn: Kunstwerken die boven zomerpeil of onder de bodem liggen.

Uitvoer

Er komt een waarschuwing per kunstwerk als deze met >33% boven zomerpeil of onder de bodem ligt. NB. Hoog-liggende duikers kunnen ook doorvaarbare duikers zijn, zodat de watergang met de maaiboot onderhouden kan worden.

Instellingen

In het bestand turtle-settings.ini worden de volgende instellingen gebruikt voor deze tool:

  ;standaardinstellingen:
  treshold_value_verhang_duikers = 0.05
  treshold_value_verhang_sifons = 0.05
  nodatavalue = -9999
  ;legger
  bodemhoogte_benedenstrooms = AVVHOBES
  bodemhoogte_bovenstrooms = AVVHOBOS
  lengte_waterloop = W_LEN
  output_field_verhang_bodem = bod_ver
  ;duiker
  duikerhoogte_benedenstrooms = KDUBOKBE_L
  duikerhoogte_bovenstrooms = KDUBOKBO_L
  bodem_hoogte_berekend = BODBER
  duiker_middellijn_diam = KDUHGA1_L
  duiker_vorm = KDUVORMID
  duikerhoogte = KDU_HOOGT_
  duiker_lengte = KDULENGT_L
  kduident = KDUIDENT
  output_field_duikerlengte = du_len
  output_field_duikerverhang = du_verh
  output_field_percentage_bodem = pc_bodem
  output_field_percentage_bovenwinterpeil = pc_wpeil 
  output_field_percentage_bovenzomerpeil = pc_zpeil
  ;peilgebieden
  winterpeil = WINTERPEIL
  zomerpeil = ZOMERPEIL
  ;sifon
  ksyident = KSYIDENT
  sifonhoogte_benedenstrooms = KSYBOKBE_L
  sifonhoogte_bovenstrooms = KSYBOKBO_L
  sifon_middellijn_diam = KSYHGA1_L
  sifon_middellijn_diam2 = KSYHGA2_L 
  sifonhoogte = KSYHGA2_L
  sifon_vorm = KSYVORMID
  sifon_lengte = KSYLENGT_L
  output_field_sifonverhang = si_verh
  output_field_sifonlengte = si_len
  output_field_sifon_percentage_bodem = pc_bodem
  output_field_sifon_percentage_bovenwinterpeil = pc_wpeil 
  output_field_sifon_percentage_bovenzomerpeil = pc_zpeil
  ;stuw
  kstident = KSTIDENT
  stuw_hoogte = KSTMIKHO_L
  stuw_hoogte = KSTMIKHO_L
  output_field_stuw_percentage_bodem = pc_bodem
  output_field_stuw_tov_winterpeil = pc_wpeil 
  output_field_stuw_tov_zomerpeil = pc_zpeil

 

Terug naar 0.1.1 Controle dimensies kunstwerken

Terug naar inhoudsopgave handleiding Turtle Rural Tools

0.1.2 Controle Peilscheidende Kunstwerken

Invoer

De volgende invoerbestanden zijn nodig:

012.png

Werkwijze instrument

Deze tool controleert of elke peilgebiedsgrens is voorzien van een peilscheidend kunstwerk en vice versa.

Uitvoer

Melding waar wat ontbreekt.

 

Terug naar 0.1.2 Controle Peilscheidende Kunstwerken

Terug naar inhoudsopgave handleiding Turtle Rural Tools

1. Projectdatabase

1.1 Hydrobase neerslag-afvoer

1.1.1. Afleiden oppervlakte parameters

Invoer

De volgende invoerbestanden zijn nodig:

111.png

 

Werkwijze instrument

Op basis van de gebiedsbegrenzing berekent de tool hoeveel oppervlak van iedere landgebruikklasse in het gebied aanwezig is. Op basis van een door de gebruiker op te geven classificatie (in de conversietabel) worden vervolgens de oppervlakken tot de opgegeven klassen herleid. Daarnaast wordt het oppervlak open water berekend met behulp van het watervlakkenbestand. Wanneer dit bestand niet wordt opgegeven, wordt er ook geen waarde weggeschreven in kolom OPNWT_GBKN.

Uitvoer

De uitvoer wordt weggeschreven in een tabel (RR_Oppervlak) van de Geodatabase. Per deelgebied wordt het oppervlak verhard, onverhard, kassen en open water volgens de grondgebruikskaart opgeslagen. Vervolgens dient de gebruiker zelf de juiste waarden te kopieren naar de velden:

De reden waarom deze waarden handmatig worden gekopieerd is omdat de gebruikte parameters voor de RR-analyse niet altijd hetzelfde zijn als de berekende waarden uit de LGN. Ook is op deze manier altijd te achterhalen welke waarden er in het model worden gebruikt en welke waarden zijn berekend vanuit de LGN.

Instellingen

In het bestand turtle-settings.ini worden de volgende instellingen gebruikt voor deze tool:

  #1.1.1 Oppervlakteparameter
  input_field_lgncode = LGN

  #rr_oppervlak
  input_oppervlak_area = HECTARES
  input_oppervlak_verhard = VERHARD_HA
  input_oppervlak_onvsted = ONVSTED_HA
  input_oppervlak_onvland = ONVLAND_HA
  input_oppervlak_kassen = KASSEN_HA
  input_oppervlak_openwat = OPENWAT_HA

  #Gewassen
  grass_area = GRAS_HA
  corn_area = MAIS_HA
  potatoes_area = AARDAPL_HA
  sugarbeet_area = BIET_HA
  grain_area = GRAAN_HA
  miscellaneous_area = OVERIG_HA
  nonarable_land_area = NIETAGR_HA
  greenhouse_area   = GLAST_HA
  orchard_area = BOOMGRD_HA
  bulbous_plants_area   = BOLLEN_HA
  foliage_forest_area   = LOOFBOS_HA
  pine_forest_area = NLDBOS_HA
  nature_area   = NATUUR_HA
  fallow_area   = BRAAK_HA
  vegetables_area   = GROENTN_HA
  flowers_area = BLOEMEN_HA

Terug naar 1.1.1. Afleiden oppervlakte parameters

Terug naar inhoudsopgave handleiding Turtle Rural Tools

1.1.2 Correctie oppervlakte parameter

Invoer

[Hydrobase (RR_Oppervlak)] De tabel RR_Oppervlak als resultaat van de tool 1.1.1 Afleiden oppervlakte parameters wordt als invoer gebruikt voor huidige tool (1.1.2 Correctie). Van deze tabel worden de volgende kolommen gebruikt voor het controleren van het oppervlak:

[Hydrobase (RR_Gewassen)(optional)] Tabel uit de hydrobase met daarin het oppervlak (ha) per type gewas volgens de ‘crop factors’ van Sobek.

112.png

Werkwijze instrument

De tool controleert of het totaal oppervlak van het deelgebied gelijk is aan de som van het oppervlak verhard, onverhard, kassen en open water. De oppervlakken verhard, onverhard, kassen en open water worden in eerste instantie bepaald met behulp van de LGN. Voor het oppervlak open water is de LGN echter te grof. Het oppervlak open water kan beter bepaald worden met bijvoorbeeld de GBKN of Top10NL. Wanneer deze nauwkeurige oppervlakken open water in de database worden ingevuld klopt het totaal oppervlak waarschijnlijk niet meer. Met behulp van deze tool wordt een correctie uitgevoerd, waarbij in eerste instantie het oppervlak onverhard landelijk wordt gecorrigeerd om het totaal oppervlak weer kloppend te krijgen. Wanneer de correctie niet volledig uitgevoerd kan worden met behulp van het oppervlak onverhard landelijk, dan worden achtereenvolgens de volgende oppervlakken gecorrigeerd: Onverhard stedelijk, Kassen, Verhard.

Uitvoer

Het resultaat van de tool wordt in dezelfde tabel weggeschreven als de tabel die als input wordt gebruikt. De kolommen VERHARD_HA, ONVSTED_HA, ONVLAND_HA, KASSEN_HA, OPENWAT_HA worden geactualiseerd en de kolom OPM_CORREC wordt gevuld met opmerkingen over de correctie die is uitgevoerd.

Instellingen

In het bestand turtle-settings.ini worden de volgende instellingen gebruikt voor deze tool:

  #1.1.2   Correctie oppervlakteparameter
  #upper means area > sum
  input_check_bound_upper = 0.005
  input_check_bound_lower = -0.005
  input_check_min_openwater_ha = 0.001

Terug naar 1.1.2 Correctie oppervlakte parameter

Terug naar inhoudsopgave handleiding Turtle Rural Tools

1.1.3 Maaiveldkarakteristiek

Met behulp van een raster met hoogtegegevens kan per deelgebied een maaiveldcurve opgesteld worden. De tool maakt met behulp van een AHN (Actueel Hoogtebestand Nederland, AHN1 (tool 1.1.3a) of AHN2 (tool 1.1.3b)), de peilgebieden feature en het landgebruik een curve van het maaiveldniveau. Op basis van de streefpeilen per peilgebied wordt een selectie gemaakt van alle gridcellen die boven streefpeil liggen. Gridcellen onder streefpeil worden niet meegenomen. Resultaat van deze tool is een maaiveldhoogteverdeling per afwateringsgebied.

Invoer 1.1.3a Maaiveldkarakteristiek (AHN1)

De volgende invoerbestanden zijn nodig:

113a.png

Invoer 1.1.3b Maaiveldkarakteristiek (AHN2)

Deze tool gebruik je bij grote invoerbestanden. Tevens is het met deze tool mogelijk toetspunten te bepalen (idem. tool 1.1.5 Toetspunten bepaling voor de NBW-toetsing.

113b.png

Werkwijze instrument

Per afwaterende eenheid worden de hoogtegegevens gesorteerd van laag naar hoog. Er wordt een selectie gemaakt op basis van landgebruik en streefpeil. Vervolgens wordt van deze reeks getallen een maaiveldcurve afgeleid, waarvan ingesteld kan worden bij welke percentages van de hoogtegegevens de hoogte wordt weggeschreven.

Het zomerpeil uit RR_Peilgebied wordt gebruikt om de laagste delen uit het hoogtebestand weg te filteren. Deze delen komen dus NIET mee in de curve. Indien Zomerpeil niet is ingevuld, wordt de waarde 0 mNAP gebruikt, wat zorgt voor foute resultaten in laag-Nederland.

Uitvoer

De uitvoer is de hydrobasetabel RR_maaiveld, die per afwateringsgebied de maaiveldcurve bevat.

Let op: Controleer in RR_maaiveld de kolom "MV_Opm", waarin staat of er afwateringsgebieden zijn met een groot percentage pixels onder streefpeil. Dit kan duiden op onderbemalingen die niet in de afwateringsgebiedsindeling zijn meegenomen en alsnog moeten worden toegevoegd.

Optioneel is ook de hydrobasetabel RR_Toetspunten een uitvoer van de tool 1.1.3b. Hierin worden de volgende kolommen ingevuld:

Op basis van de default toetshoogte en een beheerdersoordeel kunnen de kolommen MTGMV_I_ST, MTGMV_I_HL etc worden ingevuld.

Instellingen

Uit het bestand turtle-settings.ini worden de volgende instellingen gebruikt voor deze tool:

  #1.1.3 maaiveldkarakteristiek
  input_peilgebied_ident = GPGIDENT
  id_int = ID_INT
  field_streefpeil = ZOMERPEIL
  mv_procent = 0, 1, 2, 3, 4, 5, 10, 15, 20, 25, 30, 35, 40, 45, 50, 55, 60, 65, 70, 75, 80, 85, 90, 95, 100
  # maximale hoogte in m +NAP
  max_hoogte = 50
  
  #NBW Klassering voor Toetspunten
  lgn_code = LGN
  nbw_klasse = NBW
  nbw_stedelijk = 1
  stedelijk_procent = 1
  nbw_hoogwaardig = 2
  hoogwaardig_procent = 1
  nbw_akkerbouw = 3
  akkerbouw_procent = 1
  nbw_grasland = 4
  grasland_procent = 5
  nbw_natuur = 5

Terug naar 1.1.3 Maaiveldkarakteristiek

Terug naar inhoudsopgave handleiding Turtle Rural Tools

1.1.4 Drainage parameters

Deze tool leidt op basis van de bodemkaart per peilgebeid het meest voorkomende bodemtype af.

Invoer

De volgende invoerbestanden zijn nodig :

114.png

Bodemparameters

PAWN_CODEBODEM
1 'Veengrond met veraarde bovengrond'
2 'Veengrond met veraarde bovengrond, zand'
3 'Veengrond met kleidek'
4 'Veengrond met kleidek op zand'
5 'Veengrond met zanddek op zand'
6 'Veengrond op ongerijpte klei'
7 'Stuifzand'
8 'Podzol (Leemarm, fijn zand)'
9 'Podzol (zwak lemig, fijn zand)'
10 'Podzol (zwak lemig, fijn zand op grof zand)'
11 'Podzol (lemig keileem)'
12 'Enkeerd (zwak lemig, fijn zand)'
13 'Beekeerd (lemig fijn zand)'
14 'Podzol (grof zand)'
15 'Zavel'
16 'Lichte klei'
17 'Zware klei'
18 'Klei op veen'
19 'Klei op zand'
20 'Klei op grof zand'
21 'Leem'
22'Water'
23'Bebouwd gebied'

Let op: Code 22 en 23 kunnen niet in Sobek worden geimporteerd. Daarom deze waarden na het runnen van de tool handmatig aanpassen. Voor stedelijk gebied (23), wordt doorgaans grof zand (code 14) gekozen. Voor water (code 22) hangt het af van het gebied wat te kiezen, meestal 3.

Werkwijze instrument

Op basis van de ingevoerde bodemkaart worden per afwaterende eenheid het meest voorkomende bodemtype afgeleid.

Drainage.png

De weerstand voor de Ernst drainage formule wordt afgeleid op basis van de drooglegging en de kwelstroom. Aangenomen wordt dat het gebied is aangelegd volgens het drainagecriterium. Dit betekent dat de grondwaterstand bij een belasting van 7 mm/dag mag stijgen tot 50 cm onder maaiveld. De berekende weerstand moet gezien worden als een vertrekpunt en kan tijdens een kalibratie aangepast worden. De weerstand voor oppervlakkige afstroming wordt aangenomen op 0,5 dag en de weerstand voor infiltratie vanuit het open water op 250 dagen.

Uitvoer

De volgende kolommen uit de tabel “RR_Grondsoort” worden gevuld:

 

Instellingen

Uit het bestand turtle-settings.ini worden de volgende instellingen gebruikt voor deze tool:

  #1.1.4 Drainage parameters
  #bodemsoort
  input_peilgebieden_id = GPGIDENT
  input_bodemsoort_code = PAWN_CODE
  
  #ernst parameters
  peilvakgegevens_zomerpeil = ZOMERPEIL
  peilvakgegevens_winterpeil = WINTERPEIL
  kwelstroom_kwelstroom = KWELSTROOM
  maaiveldkarakteristiek_value = MV_HGT_50
  output_alfa_lz = ER_ALF_SN
  output_inf_opwat = ER_INF_OPW
  output_opp_afvoer = ER_OPP_AFV
  output_grondsoort = GRONDSOORT
  
  #validate zomer/winterpeil
  validate_min_zomerpeil = -100
  validate_max_zomerpeil = 100
  validate_min_winterpeil = -100
  validate_max_winterpeil = 100

Terug naar 1.1.4 Drainage parameters

Terug naar inhoudsopgave handleiding Turtle Rural Tools

1.1.5 - Toetspunten bepaling

Er wordt een vergelijkbare bewerking uitgevoerd als bij de het bepalen van de tool 1.1.3. De maaiveldcurve wordt echter per landgebruik (vijf klassen) en per afwaterende eenheid afgeleid, zodat het resultaat kan worden gebruikt om een eerste inschatting van de toetshoogten te doen. Deze laatste bewerking wordt ook in de tool 1.1.3b uitgevoerd.

Invoer

De volgende invoerbestanden zijn nodig:

115.png

 

Werkwijze instrument

Per deelgebied en per landgebruik (verdeeld over vijf klassen (K5)) worden de hoogtegegevens gesorteerd van laag naar hoog. Alleen de cellen die hoger liggen dan het streefpeil worden geselecteerd en meegenomen in de analyse. Vervolgens wordt van deze reeks getallen een maaiveldcurve afgeleid, waarvan ingesteld kan worden bij welke percentages van de hoogtegegevens de hoogte wordt weggeschreven. Op basis van deze resultaten worden de toetshoogten weggeschreven op in de ini-file aangegeven percentages.

Uitvoer

De volgende kolommen uit de tabel “RR_Toetspunten” worden gevuld:

Op basis van de default toetshoogte en een beheerdersoordeel kunnen de kolommen MTGMV_I_ST, MTGMV_I_HL etc worden ingevuld.

Instellingen

Uit het bestand turtle-settings.ini worden de volgende instellingen gebruikt voor deze tool:

  #1.1.5 Toetspunten bepaling
  #kolomnamen voor tool gridbewerking
  field_streefpeil = ZOMERPEIL
  id_int = ID_INT
  cellsize = 25
  #velden uit de conversietabel
  lgn_conv_ident = lgn
  input_field_k5 = k5
  stedelijk_procent = 1
  hoogwaardig_procent = 1
  akkerbouw_procent = 1
  grasland_procent = 5*
  * Deze parameter is niet een variabele. Aanpassing aan bijvoorbeeld de nieuwe norm voor grasland (10-maaiveldhoogte) is te doen in C:\Program Files (x86)\Nelen & Schuurmans\Turtle Rural\src\turtlebase\spatial.py door 'MV_HGT_5' te veranderen in MV_HGT_10'.
  Dit wordt in een volgende Turtle-versie aangepast (eind 2016)

Terug naar 1.1.5 - Toetspunten bepaling

Terug naar inhoudsopgave handleiding Turtle Rural Tools

1.1.6 Controle afvoerrelaties

Het invoeren van de afvoerrelaties is bij het vullen van de database het meest gevoelig voor fouten. Daarom zijn er een aantal standaard controles ontwikkeld, die fouten zoveel mogelijk moeten voorkomen.

Invoer

De volgende invoergegevens zijn nodig:

116.png

Werkwijze instrument

Er worden een aantal controles uitgevoerd op zowel de tabel “RR_Oppervlak” als op de tabel “RR_Afvoer”. Van beide tabellen wordt gecontroleerd of er een kolom met ID’s aanwezig is en of de ingevulde ID’s uniek zijn. Daarnaast wordt gecontroleerd of de alle deelgebieden een afvoerrelatie hebben en of de afvoerrelaties verwijzen naar bestaande deelgebieden.

Uitvoer

De geconstateerde fouten worden weergegeven op het scherm.

Instellingen

In het bestand turtle-settings.ini worden de volgende instellingen gebruikt voor deze tool:

  1.1.6 Controle afvoerrelaties
  #RR_Afvoer
  afvoer_van = AFVOER_VN
  afvoer_naar = AFVOER_NR
  boundary_str = BOUND

Terug naar 1.1.6 Controle afvoerrelaties

Terug naar inhoudsopgave handleiding Turtle Rural Tools

1.1.7 Genereren afvoerpercentages

Invoer

117.png

 

Werkwijze instrument

Per kunstwerk wordt bepaald welk percentage van het bovenstroomse deelgebied afwatert via het betreffende kunstwerk. Het afvoerpercentage wordt evenredig over de verschillende kunstwerken verdeeld. Wanneer een deelgebied via twee kunstwerken afwatert, krijgen beide kunstwerken een afvoerpercentage van 50% mee. Voorafgaand aan deze tool dient stap 1.1.6 Controle afvoerrelaties te worden uitgevoerd.

Uitvoer

Het afvoerpercentage wordt weggeschreven in de kolom “PRC_AFV_TH” van de tabel “RR_Afvoer”. Het afvoerpercentage dient vervolgens handmatig naar de kolom “PERCE_AFV” gekopieerd te worden.

Instellingen

In het bestand turtle-settings.ini worden de volgende instellingen gebruikt voor deze tool:

  #1.1.7 Genereren afvoerpercentages
  afvoer_van = AFVOER_VN
  afvoer_naar = AFVOER_NR
  percentage = PRC_AFV_TH

Terug naar 1.1.7 Genereren afvoerpercentages

Terug naar inhoudsopgave handleiding Turtle Rural Tools

1.1.8 Genereren afvoerend oppervlak

Invoer

118.png

Werkwijze instrument

Per afwaterende eenheid wordt bepaald wat het bovenstrooms gelegen oppervlak is inclusief het oppervlak van de afwaterende eenheid zelf. Hiermee kunnen de dimensies van kunstwerken gecontroleerd worden.

Het instrument bepaald een aantal kenmerken van de afvoerstructuur:

Uitvoer

Het totale afvoerend oppervlak per deelgebied (inclusief de oppervlak van het deelgebied zelf) wordt weggeschreven in de kolom “AFV_GPG” van de tabel “RR_Peilgebied”. De afvoer capaciteit (m3/uur/ha) van het cluster (cluster = groep van gebieden die met elkaar verbonden zijn) wordt weggeschreven in de kolom “CP_AFV_GPG”.

Instellingen

Uit het bestand turtle-settings.ini worden de volgende instellingen gebruikt voor deze tool:

  #1.1.8 Genereren afvoeren oppervlak
  #oppervlak
  gpg_ident = GPGIDENT
  gpg_opp = HECTARES

  #peilgebied
  gpg_afvoerendoppervlak = AFV_GPG
  gpg_cluster = GPG_CLSTR
  gpg_afvoercap_ha = CP_AFV_GPG
  gpg_depth = GPG_TRAP
  gpg_source = AFV_BRON
  gpg_date = AFV_DTM

  #kw
  kwk_kwerk = KWERK
  kwk_stuw_breedte = KRBR_PEIL
  #stuw capaciteit m3/u/cm
  kwk_stuw_cap_per_cm = 10
  kwk_ident = OBJECTID
  afvoer_van = AFVOER_VN
  afvoer_naar = AFVOER_NR
  afvoer_percentage = PERCE_AFV
  boundary_str = BOUND
  kwk_cap = KWK_CAP_L
  kwk_cap_h = KWK_CAP_H
  kwk_keyword_gemaal = gemaal
  kwk_keyword_stuw = stuw

Terug naar 1.1.8 Genereren afvoerend oppervlak

Terug naar inhoudsopgave handleiding Turtle Rural Tools

1.1.9 Verzamelen Waterbalansdata

119.png

 

Werkwijze instrument

Met deze tool worden de benodige gegevens verzameld en klaar gezet voor invoer in de Lizard Waterbalans Toolbox waarmee een wateropgave kan worden gegenereerd van een oppervlaktewatersysteem.

Voor het berekenen van de grondsoort zijn er twee opties:

  1. Bepaal de drie meest voorkomende grondsoorten met behulp van de waarden die zijn bepaald voor alle afwaterende eenheden. Er wordt dan een gewogen gemiddelde bepaald met behulp van het oppervlak van de peilgebieden. In dit geval is de tabel RR_Grondsoort nodig.
  2. Bepaal de drie meest voorkomende grondsoorten met behulp van de Stiboka Bodemkaart en de afwaterende eenheden. In dit geval is de Bodemkaart met PAWN-Code nodig.

Voor het berekenen van de kwel en wegzijging zijn er twee opties:

  1. Bepaal de kwel/wegzijging met behulp van de waardes die zijn bepaald voor alle afwaterende eenheden. Er wordt dan een gewogen gemiddelde bepaald met behulp van het oppervlak van de eenheden. In dit geval is de tabel RR_KwelWegzijging nodig.
  2. Bepaal de kwel/wegzijging met behulp van een raster met een jaargemiddelde van de kwel en wegzijging en de afwaterende eenheden. In dit geval is een Kwel/Wegzijgingskaart nodig.

Uitvoer

De uitvoer is een tabel (in een geodatabase of een .dbf bestand) die gebruikt kan worden in Lizard waterbalans.

Instellingen

Uit het bestand turtle-settings.ini worden de volgende instellingen gebruikt voor deze tool:

  #1.1.9, Verzamelen gegevens Lizard Waterbalans
  peilgebieden_fc = PeilGebieden
  rr_peilgebied = RR_Peilgebied
  rr_grondsoort = RR_Grondsoort
  rr_kwelwegzijging = RR_KwelWegzijging
  rr_oppervlak = RR_Oppervlak

Terug naar 1.1.9 Verzamelen Waterbalansdata

Terug naar inhoudsopgave handleiding Turtle Rural Tools

1.2 Hydrobase hydraulica

1.2.0 Samenvoegen A, B en C Watergangen

Invoer

120.png

Werkwijze instrument

Het is aan te raden voor het uitvoeren van de tool de beide invoerbestanden te cleanen.

Deze tool selecteert de secundaire en tertiaire wateren en voegt deze samen op basis van verbinding (Dissolve). Tevens worden de snijpunten met de primaire waterlopen gemarkeerd. De uitvoer dient als invoer voor de tool 1.2.1 Genereren afvoergebieden.

Uitvoer

De samengevoegde secundaire (B) en tertiaire (C) waterlopen in één bestand en de snijpunten tussen de primaire (A) en overige wateren (samengevoegde B en C waterlopen).

Terug naar 1.2.0 Samenvoegen A, B en C Watergangen

Terug naar inhoudsopgave handleiding Turtle Rural Tools

1.2.1 Genereren Afvoergebieden

Invoer

121.png

Werkwijze instrument

Voor een RRCF model worden de afvoervlakken (deelgebieden) gegenereerd op basis van het lijnenbestand van de watergangen en het vlakkenbestand van de peilgebieden of het studiegebied. De gebieden wordt opgeknipt door per lijnsegment een afvoervlak te genereren. Het afvoervlak van een lijnsegment is het gebied waarvoor het betreffende lijnsegment het dichtstbijzijnde lijnsegment is. Optioneel kun je waterlopen opknippen op de peilgebiedgrens (aan te raden).

Uitvoer

De uitvoer is een vlakkenbestand (shapefile of feature class) waarbij het studiegebied is opgedeeld in afwaterende eenheden voor een koppeling met een CF model. Deze uitvoer kan gebruikt worden als de peilgebieden feature in de RRCF hydrobase.

afvoervlakken.png

Instellingen

In het bestand turtle-settings.ini worden de volgende instellingen gebruikt voor deze tool:

 

  #1.2.1, Genereren afvoervlakken
  input_channel_ident = OVKIDENT

Terug naar 1.2.1 Genereren Afvoergebieden

Terug naar inhoudsopgave handleiding Turtle Rural Tools

1.2.2 CF Koppelpunten

Invoer

[Waterlijnen] Waterlopenbestand (Channel) uit hydrobase

[Peilgebieden feature] Feature in hydrobase met gebiedsbegrenzingen (peilgebieden en/of afwaterende eenheden) waarbij elk deelgebied een unieke ID (GPGIDENT) heeft meegekregen. De ID moet niet te lang worden (max. 20 karakters), geen bijzondere tekens bevatten (spatie, :, ; ) en niet alleen uit cijfers bestaan.

[Output RRCF koppelpunten] Naam en locatie voor het uitvoerbestand (feature)

122.png

Werkwijze instrument

De CF koppelpunten zijn bedoeld om als begin te dienen voor een zijtakje dat de berging op secundair water schematiseert. Een vergelijkbare handeling staat beschreven in het stappenplan (zie Actie 7b in Stap 3). De nieuw aangemaakte koppelpunten liggen op een bestaande node van de waterlijn, zodat de waterlijn niet hoeft worden opgedeeld. Per afwaterende eenheid wordt er één zijtakje (dus ook één koppelpunt) aangemaakt.

Uitvoer

De uitvoer van deze tool is een losse shapefile met punten. Indien gewenst/nodig, kunnen de koppelpunten nog op 'logischere' plekken worden geplaatst, bijvoorbeeld op punten waar secundair water inprikt.

De output wordt gebruikt als invoer voor tool 1.2.3 Compenserende zijtakken.

Instellingen

In het bestand turtle-settings.ini worden de volgende instellingen gebruikt voor deze tool:

  #1.2.2 Genereren koppelpunten
  input_oppervlak_openwat = OPENWAT_HA

Terug naar 1.2.2 CF Koppelpunten

Terug naar inhoudsopgave handleiding Turtle Rural Tools

1.2.3 Compenserende zijtakken

Invoer

[RRCF koppelpunten] Output van 1.2.2 CF Koppelpunten of Actie 7b in Stap 3

[Waterlijnen] Waterlopenbestand (Channel) uit hydrobase

[Peilgebieden feature] Feature in hydrobase met gebiedsbegrenzingen (peilgebieden en/of afwaterende eenheden) waarbij elk deelgebied een unieke ID (GPGIDENT) heeft meegekregen.

[Output bergingstakken] Naam en locatie voor de uitvoer (feature) van deze tool

123.png

 

Werkwijze instrument

Deze tool genereert een zijtakje vanaf het CF koppelpunt met een standaardlengte van 100 meter.

Uitvoer

Feature met daarin één zijtakje per CF koppelpunt (één koppelpunt per afwaterende eenheid. Dit zijtakje kan bijvoorbeeld gebruikt worden voor de schematisatie van overig bergend water en voor de koppeling met het neerslag-afvoermodel. Controleer de output op dat er 1 zijtak is aangemaakt per afwateringsgebied.

Instellingen

In het bestand turtle-settings.ini worden de volgende instellingen gebruikt voor deze tool:

  #1.2.3 Compenserende zijtakken
  input_oppervlak_openwat = VERSCHIL
  peilgebied_id = GPGIDENT
  verbinding = VERBINDING
  gpg_naar = GPG_NAAR
  talud = 5
  diepte = 6
  ;RRCF_connection_nodes_distance = 100
  distance_crosssection = 0.5
  numb_of_lines_opt_breach = 40
  length_of_breach = 100

Terug naar 1.2.3 Compenserende zijtakken

Terug naar inhoudsopgave handleiding Turtle Rural Tools

1.2.4 Bepalen Landgebruik

Invoer

[Input Afvoergebieden] Feature in hydrobase met gebiedsbegrenzingen (peilgebieden en/of afwaterende eenheden) waarbij elk deelgebied een unieke ID (GPGIDENT) heeft meegekregen.

[Input Hydrovakken] Waterlopenbestand (Channel) uit hydrobase of elders

[Input Landgebruik] Feature met daarin een kolom-naam 'type', met aanduiding of een gebied stedelijk ('urban') of landelijk ('rural') is.

[Output Hydrovakken met landgebruik] Naam en locatie van uitvoerbestand (feature) met daarin de hydrovakken met landgebruik.

124.png

 

Werkwijze instrument

Berekening van de hoeveelheid stedelijk en landelijk gebied per hydrovak.

Uitvoer

De uitvoer kan als invoer dienen voor de tool 1.2.5 Netwerk Analyse.

 

Terug naar 1.2.4 Bepalen Landgebruik

Terug naar inhoudsopgave handleiding Turtle Rural Tools

1.2.5 Netwerk Analyse

Invoer

[Input Hydrovakken] Hydrovakkenbestand (waterlopen) afkomstig uit 1.2.4 Bepalen Landgebruik

[Veld met Oppervlak (optional)] Geef aan welke kolom van de tabel de informatie bevat over het type oppervlak

[Output Hydrovakken met oppervlakte] Naam en locatie van uitvoerbestand (feature) met daarin de hydrovakken en oppervlakte.

[Output Knelpunten] Naam en locatie van uitvoerbestand (feature) waarin de knelpunten die voortkomen uit de analyse zijn aangegeven.

[Output Eindknopen (terminals)] Naam en locatie van uitvoerbestand (feature) waarin de eindknopen van de hydrovakken (waterlopen) staan weergegeven.

125.png

 

Werkwijze instrument

De tool kijkt naar de topologie van het waterlopennetwerk. Hierbij kijkt hij waar de eindknopen liggen en waar het netwerk 'doodloopt', dus waar meerdere eindpunten van lijnen samenkomen terwijl dat niet het hydrologische eindpunt (bij bijv. een gemaal) kan zijn. Vragen die worden beantwoord zijn: is het netwerk overal verbonden en lopen de waterlopen de juiste kant op?

Uitvoer

Een overzicht van knelpuntlocaties en locaties waar eindknopen zitten. De knelpuntlocaties zijn plekken waar bijvoorbeeld de watergangen zo zijn getekend dat ze allemaal samenkomen op een splitsing. Bij het tekenen van een stromingsrichting levert dit een gek beeld op.

De uitvoer kan als invoer dienen voor de tool 1.2.6 Omdraaien richting van hydrovakken.

Instellingen

In het bestand turtle-settings.ini worden de volgende instellingen gebruikt voor deze tool:

  #1.2.5 Netwerk Analyse
  tolerance_points = 0.005 ;tolerance in m
  tolerance_min_length = 0.100 ;in m
  flip_column = flip
  terminal = terminal
  examined = examined
  incoming = incoming
  som_oppervlak = som_oppvl
  local_area_rural = Sum_OPP_LA
  local_area_urban = Sum_OPP_ST
  bottleneck = bottleneck
  from_x = from_x
  from_y = from_y
  to_x = to_x
  to_y = to_y
  opm = opm

 

Terug naar 1.2.5 Netwerk Analyse

Terug naar inhoudsopgave handleiding Turtle Rural Tools

1.2.6 Omdraaien richting van hydrovakken

Invoer

[Input Hydrovakken] Hydrovakken of Waterlopenbestand (Channel) uit hydrobase of uit 1.2.5 Netwerk Analyse.

[Omkeerveld] Geef aan welke kolom in bovenstaande feature aangeeft of een hydrovak omgekeerd moet worden

[Output nieuwe Hydrovakken] Naam en locatie van uitvoerbestand (feature) met daarin alle hydrovakken in de juiste richting

126.png

 

Werkwijze instrument

Deze tool draait de hydrovakken om die in de kolom 'Omkeerveld' zijn gedefinieerd als "1". "0" betekent niet omdraaien.

Uitvoer

Een waterlopenbestand (feature) met daarin alle hydrovakken in de juiste richting gedefinieerd.

 

Terug naar 1.2.6 Omdraaien richting van hydrovakken

Terug naar inhoudsopgave handleiding Turtle Rural Tools

1.2.7 Correctie XYZ-profielen

Invoer

[Puntenwolk] Feature met daarin de in het veld ingemeten profielen

[Waterlijn] Waterlopenbestand (Channel) uit hydrobase

[Output XYZ] Uitvoer in hydrobase tabelvorm van de XYZ profielen

[Output YZ Tabel] Uitvoer in hydrobase tabelvorm van de YZ profielen

[Output Locations (optional)] Naam en locatie van uitvoerbestand (feature) met daarin de puntlocaties van de aangepaste profielen

127.png

 

Werkwijze instrument

In het veld ingemeten profielen liggen vaak niet loodrecht op de waterloop. Deze tool corrigeert daarvoor en genereert aangepaste profielen op basis van de ingemeten profielen.

Uitvoer

Hydrobase tabellen met daarin de aangepaste profielen en (optioneel) de profiellocaties.

 

Terug naar 1.2.7 Correctie XYZ-profielen

Terug naar inhoudsopgave handleiding Turtle Rural Tools

1.2.8 Teken locaties dwarsprofielen

Invoer

[Input watergangen] Waterlopenbestand (Channel) uit hydrobase

[Percentage] Geef aan op welk percentage vanhet begin- of eindpunt een profiellocatie moet komen te liggen

[Minimale afstand] Geef hier aan wat de minimale afstand van een begin- of eindpunt van de waterloop moet zijn voor de ligging van de profiellocatie

[Output profielen] Naam en locatie van uitvoerbestand (feature) met daarin de profiellocaties

128.png

 

Werkwijze instrument

Deze tool maakt het mogelijk om profiellocaties aan te maken op een bepaalde afstand van de begin- en eindknopen (boven- en benedenstrooms) van de watergang. Deze afstand wordt in percentage aangeduid, waarbij een minimale afstand in acht wordt gehouden.

Uitvoer

Feature met daarin bovenstroomse en benedenstroomse profiellocaties per hydrovak.

 

Terug naar 1.2.8 Teken locaties dwarsprofielen

Terug naar inhoudsopgave handleiding Turtle Rural Tools

2. Model

2.1 Neerslag-afvoer model (RR)

2.1.1 SobekRR conversie

Invoer

[Peilgebieden feature] Feature in hydrobase met gebiedsbegrenzingen (peilgebieden en/of afwaterende eenheden) waarbij elk deelgebied een unieke ID (GPGIDENT) heeft meegekregen. De ID moet niet te lang worden (max. 20 karakters), geen bijzondere tekens bevatten (spatie, :, ; ) en niet alleen uit cijfers bestaan.
[RR_Dataset] Dit zijn alle relevante tabellen met informatie voor de RR-schematisatie. De volgende tabellen kunnen worden ingevoerd : RR_Grondsoort, RR_KwelWegzijging, RR_Maaiveld, RR_Oppervlak, RR_Peilgebied, RR_Riool.
[RR_Afvoer] Tabel uit de hydrobase met de afvoerrelaties per kunstwerk.
[Afvoerkunstwerken (optioneel)] Feature met afvoerkunstwerken
[Ini-file (optioneel)] Tekstbestand met instellingen voor de conversie
[Output directory] Naam en locatie van directory waar het resultaat van de conversie wordt weggeschreven. De directory mag nog niet bestaan.

211.png

Werkwijze instrument

Deze tool converteert de gegevens in de Turtle Hydrobase naar Sobek invoer.

Uitvoer

De uitvoer van de conversie bestaat uit verschillende typen bestanden die als invoer dienen voor Sobek. Stap 5: SOBEK Import beschrijft hoe dat moet.

Instellingen

In het bestand turtle-settings.ini worden de volgende instellingen gebruikt voor deze tool:

  #2.1.1 SobekRR-Conversie en 2.1.2 SobekRRCF-Conversie
  peilgebied_ident = GPGIDENT
  rr_default_settings = rr_default_settings.ini
  rrcf_default_settings = rrcf_default_settings.ini
  rr_rrcf_default_settings = rr_rrcf_default_settings.ini
  drainage = ernst

 

Terug naar 2.1.1 SobekRR conversie

Terug naar inhoudsopgave handleiding Turtle Rural Tools

2.1.2 SobekRRCF conversie

Invoer

[Peilgebieden feature] Feature in hydrobase met gebiedsbegrenzingen (peilgebieden en/of afwaterende eenheden) waarbij elk deelgebied een unieke ID (GPGIDENT) heeft meegekregen. De ID moet niet te lang worden (max. 20 karakters), geen bijzondere tekens bevatten (spatie, :, ; ) en niet alleen uit cijfers bestaan.
[RR_Dataset] Dit zijn alle relevante tabellen met informatie voor de RR-schematisatie. De volgende tabellen kunnen worden ingevoerd : RR_Grondsoort, RR_KwelWegzijging, RR_Maaiveld, RR_Oppervlak, RR_Peilgebied, RR_Riool.
[RR_Afvoer] Tabel uit de hydrobase met de afvoerrelaties per kunstwerk.
[Afvoerkunstwerken (optioneel)] Feature met afvoerkunstwerken.
[Koppelpunten] Feature met daarin de locaties van de RRCF koppelpunten.
[Ini-file (optioneel)] Tekstbestand met instellingen voor de conversie.
[Output directory] Naam en locatie van directory waar het resultaat van de conversie wordt weggeschreven. De directory mag nog niet bestaan.

212.png

Werkwijze instrument

Deze tool converteert de gegevens in de Turtle Hydrobase naar Sobek invoer.

Uitvoer

De uitvoer van de conversie bestaat uit verschillende typen bestanden die als invoer dienen voor Sobek. Stap 5: SOBEK Import beschrijft hoe dat moet.

Instellingen

In het bestand turtle-settings.ini worden de volgende instellingen gebruikt voor deze tool:

  #2.1.1 SobekRR-Conversie en 2.1.2 SobekRRCF-Conversie
  peilgebied_ident = GPGIDENT
  rr_default_settings = rr_default_settings.ini
  rrcf_default_settings = rrcf_default_settings.ini
  rr_rrcf_default_settings = rr_rrcf_default_settings.ini
  drainage = ernst

 

Terug naar 2.1.2 SobekRRCF conversie

Terug naar inhoudsopgave handleiding Turtle Rural Tools

2.1.3 Sobek RR + RRCF conversie

Invoer

[Peilgebieden feature] Feature in hydrobase met gebiedsbegrenzingen (peilgebieden en/of afwaterende eenheden) waarbij elk deelgebied een unieke ID (GPGIDENT) heeft meegekregen. De ID moet niet te lang worden (max. 20 karakters), geen bijzondere tekens bevatten (spatie, :, ; ) en niet alleen uit cijfers bestaan.
[RR_Dataset] Dit zijn alle relevante tabellen met informatie voor de RR-schematisatie. De volgende tabellen kunnen worden ingevoerd : RR_Grondsoort, RR_KwelWegzijging, RR_Maaiveld, RR_Oppervlak, RR_Peilgebied, RR_Riool.
[RR_Afvoer] Tabel uit de hydrobase met de afvoerrelaties per kunstwerk.
[Afvoerkunstwerken (optioneel)] Feature met afvoerkunstwerken.
[Koppelpunten] Feature met daarin de locaties van de RRCF koppelpunten.
[Ini-file (optioneel)] Tekstbestand met instellingen voor de conversie.
[Output directory] Naam en locatie van directory waar het resultaat van de conversie wordt weggeschreven. De directory mag nog niet bestaan.

213.png

Werkwijze instrument

Deze tool converteert de gegevens in de Turtle Hydrobase naar Sobek invoer.

Uitvoer

De uitvoer van de conversie bestaat uit verschillende typen bestanden die als invoer dienen voor Sobek. Stap 5: SOBEK Import beschrijft hoe dat moet.

Instellingen

In het bestand turtle-settings.ini worden de volgende instellingen gebruikt voor deze tool:

  #2.1.1 SobekRR-Conversie en 2.1.2 SobekRRCF-Conversie
  peilgebied_ident = GPGIDENT
  rr_default_settings = rr_default_settings.ini
  rrcf_default_settings = rrcf_default_settings.ini
  rr_rrcf_default_settings = rr_rrcf_default_settings.ini
  drainage = ernst

 

Terug naar 2.1.3 Sobek RR + RRCF conversie

Terug naar inhoudsopgave handleiding Turtle Rural Tools

2.2 Hydraulisch model (CF)

2.2.1 SobekCF conversie

Invoer

[Output directory] Naam en locatie van directory waar het resultaat van de conversie wordt weggeschreven. De directory mag nog niet bestaan.
[Settings] Tekstbestand (.ini) met instellingen voor de conversie
[Bruggen (optional)] Feature van bruggen uit hydrobase
[Duikers (optional)] Feature van duikers uit hydrobase
[Sifon (optional)] Feature van sifons uit hydrobase
[Gemaal (optional)] Feature van gemalen uit hydrobase
[Gemaal tabel (optional)] Tabel uit hydrobase van gemaalregelingen
[Stuw (optional)] Feature van stuwen uit hydrobase
[Bodemval (optional)] Feature van bodemvallen uit hydrobase
[Profiel locatie (optional)] Feature van profiellocaties uit hydrobase
[Profiel definitie (optional)] Tabel uit hydrobase van profieldefinities behorend bij profiellocaties
[Profielen YX (optional)] Tabel uit hydrobase van YZ profieldefinities behorend bij XYZ-profiellocaties
[Profielen XYZ (optional)] Feature van XYZ-profiellocaties uit hydrobase
Watergangen (optional)] Waterlopenbestand (Channel) uit hydrobase

221.png

Werkwijze instrument

Deze tool converteert de gegevens in de Turtle Hydrobase naar Sobek invoer.

Uitvoer

De uitvoer van de conversie bestaat uit verschillende typen bestanden die als invoer dienen voor Sobek. Stap 5: SOBEK Import beschrijft hoe dat moet.

Instellingen

In het bestand turtle-settings.ini worden de volgende instellingen gebruikt voor deze tool:

  #2.2.1 SobekCF Conversie
  cf_default_ini = cf_default_settings.ini

 

Terug naar 2.2.1 SobekCF conversie

Terug naar inhoudsopgave handleiding Turtle Rural Tools

2.2.2 Import Sobek Model

Werkwijze

Met deze tool wordt van een model (RRCF) een hydrobase gemaakt. Dit kan handig zijn om (nieuwe) brongegevens te vergelijken met gegevens die in een model zitten. Let wel; door Sobek worden soms nieuwe ID's gegenereerd, waardoor het vergelijken wordt bemoeilijkt. Daarnaast geldt dat de volgende modeldata wordt geconverteerd:

› Watergangen (reaches)

› Profielen: Trapezium, Tabulated, YZ, verdeeld over cross_section_definition (iig voor de hoogteligging/shift) en mogelijk cross_section_yz

› Kunstwerken: stuw, duiker (rond en vierkant) en gemaal met 1 pomp

› Ligging RR-bakjes en connection nodes

Werking Tool:

  1. Selecteer een Case van een Sobek-model. Dit is de map met een bepaald nummer, welke in een .lit-map staat.
  2. Definieer een locatie en naam waar de database wordt weggeschreven.
  3. Run

 

Terug naar 2.2.2 Import Sobek Model

Terug naar inhoudsopgave handleiding Turtle Rural Tools

3. Analyse

3.1 Analyse neerslag-afvoer

3.1.0 Bepalen Watersysteemlijn

Invoer

De volgende invoer is nodig:

310.png

 

Werkwijze instrument

Deze tool rekent de waterstanden om naar de watersysteemlijn (X0 en beta).

Uitvoer

Een .csv bestand die als invoer gebruikt kan worden door tool 3.1.1 NBW toetsing.

Instellingen

In het bestand turtle-settings.ini worden de volgende instellingen gebruikt voor deze tool:

  #3.1.0 Bepalen watersysteemlijn
  no_value=99999

 

Terug naar 3.1.0 Bepalen Watersysteemlijn

Terug naar inhoudsopgave handleiding Turtle Rural Tools

3.1.1 NBW toetsing

Invoer

De volgende invoer is nodig:

311.png

 

Werkwijze instrument

Met de tool kan per peilgebied de toetsing worden gevisualiseerd door de toetspunten en de afgekapte faalkansenlijn per peilvak in een figuur te zetten.

Uitvoer

De uitvoer RR_Resultaten heeft de volgende kolommen:

* Deze kolom is voor beide normen (Inundatie en Overlast) en voor de vier grondgebruikstypen (Grasland, Akkerbouw, Hoogwaardige landbouw en Stedelijk) toegevoegd.

Faalkansgrafiek met twee systeemlijnen en met de toetspunten. Met de pijlen is aangegeven wat bedoeld wordt met de kolommen DIF_TP... en DIF_LVL_..._

De resultaten uit deze uitvoer kunnen in GIS met een peilgebiedenkaart worden gekoppeld. Daarna kunnen de resultaten als volgt op kaart gevisualiseerd worden:


Toetsingskaart, de waterstanden zijn vergeleken met de toetspunten. Per type kan worden aangegeven of voldaan wordt aan de eisen

(Optional) Deze tool is geschikt om snel per peilvak de waterstand-kansgrafiek en toetsingsresultaten te bekijken. Hiermee kunnen opvallende toetspunten of waterstand-kansgrafieken snel en eenvoudig opgespoord worden.

Faalkansgrafiek met twee systeemlijnen en de toetspunten

Instellingen

In het bestand “NaverwerkingsTool.ini” kunnen de instellingen van de naverwerkingstool aangepast worden. De instellingen die veranderd kunnen worden zijn bijvoorbeeld de herhalingstijd waarop een bepaald type grondgebruik wordt getoetst en bij welke herhalingstijden de waterstanden worden weggeschreven. Belangrijk: Als de tool wordt aangeroepen vanuit de Turtle Toolbox 3.1.1 NBW toetsing, dan dient de “NaverwerkingsTool.ini.original” (in de turtle\python directory) aangepast te worden, de Naverwerkingstool.ini wordt standaard overschreven met de waardes uit de original file alvorens aangeroepen te worden.

In het bestand turtle-settings.ini worden de volgende instellingen gebruikt voor deze tool:

  #3.1.1 NBW Toetsing
  #temp files for naverwerking.py
  pre_in_peilgeb_maxpeil = AFKAP
  pre_peilgeb_zomerpeil = ZOMERPEIL
  pre_peilgeb_winterpeil = WINTERPEIL
  pre_out_peilgeb_maxpeil = MAX_PEIL
  hymstat_id = Location

 

Terug naar 3.1.1 NBW toetsing

Terug naar inhoudsopgave handleiding Turtle Rural Tools

3.1.2 Inundatie

Invoer

De invoer van deze tool:

312.png

 

Werkwijze instrument

Aan ieder peilgebied worden de maatgevende waterstanden gekoppeld. Hiervan wordt een grid gemaakt. Van dit grid wordt de maaiveldhoogte (afkomstig uit AHN) afgetrokken. Als de waarde in het grid met waterstanden groter is dan die in de maaiveldhoogtekaart, krijgt de desbetreffende gridcel de waarde van de corresponderende herhalingstijd. De inundatiegrids per herhalingstijd worden vervolgens over elkaar heen gelegd.

Uitvoer

Bij een opgegeven herhalingstijd (bijvoorbeeld T=100) wordt vanuit de statistische gegevens (afkomstig uit de eerdere tools) per afwaterende eenheid de waterstand bepaald. Vervolgens wordt de waterstand vergeleken met het maaiveld, waaruit de inundatie volgt:

Inundatiekaart bij een herhalingstijd van 1:100

 

Terug naar 3.1.2 Inundatie

Terug naar inhoudsopgave handleiding Turtle Rural Tools

3.1.3 Risico-analyse

Invoer

313.png

 

Werkwijze instrument

Deze tool berekent het risico (kans x gevolg) per afwaterende eenheid op basis van de waterstanden, de hoogtekaart en de landgebruikkaar.

Uitvoer

Een ingevulde RR_Risicotabel

Instellingen

In het bestand turtle-settings.ini worden de volgende instellingen gebruikt voor deze tool:

  3.1.3 Risico-analyse
  pre_in_peilgebieden_id = GPGIDENT
  pre_in_zomerpeil = ZOMERPEIL
  pre_in_winterpeil = WINTERPEIL
  pre_in_afkap = AFKAP
  
  #kolomnamen voor tool gridbewerking
  pre_out_peilvak_id = PEILVAK_ID
  pre_out_hymstat_id = ID_HYMSTAT
  pre_out_kaart_id = ID_KAART
  pre_out_zomerpeil = ZOMERPEIL
  pre_out_winterpeil = WINTERPEIL
  pre_out_int_id = ID_INT
  pre_out_afkaphoogte = AFKAPHOOGTE
  #conversiontable goes directly to gridbewerking
  
  hymstat_id = Location
  #remove "ow" from hymstat_id?
  # 1 = remove ow, 0 = do nothing
  hymstat_remove_ow = 0
  
  #koppel id met post_in_csv_peilgebieden
  post_in_int_id = HYMSTAT_ID
  post_in_risicobedrag = RISICO_BEDRAG
  
  post_out_id = GPGIDENT

 

Terug naar 3.1.3 Risico-analyse

Terug naar inhoudsopgave handleiding Turtle Rural Tools

3.1.4 Indicatie waterbezwaar

Invoer

De volgende invoer is nodig:

314.png

 

Werkwijze instrument

Per afwaterende eenheid wordt gekeken hoeveel open water aanwezig is. Vervolgens wordt er per type landgebruik de toetspunthoogte afgetrokken van de maatgevende waterstand. Als het verschil tussen de maatgevende waterstand en de toetspunthoogte positief is, wordt dit vermenigvuldigd met het oppervlak open water in het peilgebied. Het product van deze twee wordt weggeschreven als het waterbezwaar in m3.

Uitvoer

Een tabel met daarin per afwaterende eenheid het waterbezwaar per landgebruik.

Instellingen

In het bestand turtle-settings.ini worden de volgende instellingen gebruikt voor deze tool:

  #3.1.4 Indicatie waterbezwaar
  #RR_Toetspunten tabel
  ;overlast toetspunt
  toetspunt_overlast_stedelijk = mtgmv_o_st
  toetspunt_overlast_hoogwlandbouw = mtgmv_o_hl
  toetspunt_overlast_akkerbouw = mtgmv_o_ak
  toetspunt_overlast_grasland = mtgmv_o_gr
  ;inundatie toetspunt
  toetspunt_inundatie_stedelijk = mtgmv_i_st
  toetspunt_inundatie_hoogwlandbouw = mtgmv_i_hl
  toetspunt_inundatie_akkerbouw = mtgmv_i_ak
  toetspunt_inundatie_grasland = mtgmv_i_gr
  
  #RR_Peilgebied
  peilgebied_zomerpeil = zomerpeil
  peilgebied_winterpeil = winterpeil
  peilgebied_helling = tldhelling
  
  #RR_Resultaten
  waterstand_inundatie_stedelijk = ws_100
  waterstand_inundatie_hoogwlandbouw = ws_50
  waterstand_inundatie_akkerbouw = ws_25
  waterstand_inundatie_grasland = ws_10
  waterstand_overlast_stedelijk = ws_25
  waterstand_overlast_hoogwlandbouw = ws_25
  waterstand_overlast_akkerbouw = ws_15
  waterstand_overlast_grasland = ws_5
  
  #RR_Oppervlak
  oppervlak_openwater = openwat_ha
  
  #RR_Waterbezwaar
  output_field_id = GPGIDENT
  output_field_wb_i_m3 = WB_I_M3
  output_field_wb_i_ha = WB_I_HA
  output_field_wb_o_m3 = WB_O_M3
  output_field_wb_o_ha = WB_O_HA
  output_field_wb_i_st_ha = WB_I_ST_HA
  output_field_wb_i_hl_ha = WB_I_HL_HA
  output_field_wb_i_ak_ha = WB_I_AK_HA
  output_field_wb_i_gr_ha = WB_I_GR_HA
  output_field_wb_o_st_ha = WB_O_ST_HA
  output_field_wb_o_hl_ha = WB_O_HL_HA
  output_field_wb_o_ak_ha = WB_O_AK_HA
  output_field_wb_o_gr_ha = WB_O_GR_HA
  output_field_wb_i_st_m3 = WB_I_ST_M3
  output_field_wb_i_hl_m3 = WB_I_HL_M3
  output_field_wb_i_ak_m3 = WB_I_AK_M3
  output_field_wb_i_gr_m3 = WB_I_GR_M3
  output_field_wb_o_st_m3 = WB_O_ST_M3
  output_field_wb_o_hl_m3 = WB_O_HL_M3
  output_field_wb_o_ak_m3 = WB_O_AK_M3
  output_field_wb_o_gr_m3 = WB_O_GR_M3

 

Terug naar 3.1.4 Indicatie waterbezwaar

Terug naar inhoudsopgave handleiding Turtle Rural Tools

3.2 Analyse RRCF

3.2.1 Bereken waterstanden per tijdstap

Invoer

De volgende invoer is nodig:

321.png

 

Werkwijze instrument

Op basis van de parameters X0 en beta in de Hymstat-output berekent deze tool de maatgevende waterstanden met een herhalingstijd van 10, 15, 25, 50 en 100 jaar.

Uitvoer

De output van de tool bestaat uit een tabel met daarin de maatgevende waterstanden (10, 15, 25, 50 en 100 jaar) per rekenpunt.

Instellingen

In het bestand turtle-settings.ini worden de volgende instellingen gebruikt voor deze tool:

  #3.2.1 bereken RRCF waterlevel
  calculation_point_ident = CP_IDENT
  field_targetlevel = ZOMERPEIL
  field_maxlevel = AFKAP
  output_targetlevel = STREEFPEIL
  
  herhalingstijden = 10, 15, 25, 50, 100
  
  hymstat_id = Location
  hymstat_alpha = Location par. x0
  hymstat_beta = Scale par. beta

 

Terug naar 3.2.1 Bereken waterstanden per tijdstap

Terug naar inhoudsopgave handleiding Turtle Rural Tools

3.2.2 Genereren Thiessen polygonen

Invoer

De volgende invoer is nodig:

322.png

 

Werkwijze instrument

Van de rekenpunten worden Thiessen-polygonen (Voronoi) gemaakt, waarbij voor elk rekenpunt rekening wordt gehouden met het peilgebied waarin het ligt. Elk rekenpunt krijgt hiermee een polygon.

Uitvoer

Een shapefile met Thiessen-polygonen

Genereren_thiessen_polygonen_output.JPG

Instellingen

In het bestand turtle-settings.ini worden de volgende instellingen gebruikt voor deze tool:

  #3.2.2 Genereren voronoi polygonen
  calculation_point_ident = CP_IDENT

 

Terug naar 3.2.2 Genereren Thiessen polygonen

Terug naar inhoudsopgave handleiding Turtle Rural Tools

3.2.3 Toetsing inundatie en overlast

Invoer

De volgende invoer is nodig:

323.png

 

Werkwijze instrument

De Thiessen polygonen met maatgevende waterstand worden omgezet in een grid (één per herhalingstijd) met dezelfde extent en cell size als de AHN. Vervolgens worden de maatgevende waterstanden afgetrokken van de maaiveldhoogte (AHN). Als de maatgevende waterstand op een bepaalde locatie groter is dan de waarde in de maaiveldhoogte is er sprake van inundatie. Als de maatgevende waterstand op een bepaalde locatie groter is dan de halve drooglegging is er sprake van overlast.

Per afwaterende eenheid wordt bepaald hoe groot het oppervlak van een bepaald landgebruik (K5) is. Door de LGN met de inundatiekaart te versnijden (grasland met T10, akkerbouw met T25 enz.) wordt bepaald hoe groot de relevante inundatie en overlast per afwaterende eenheid is voor een bepaald type landgebruik. Door het oppervlak met relevante inundatie en overlast te delen op het totale oppervlak per landgebruik per afwaterende eenheid, wordt het percentage inundatie en overlast berekend. Per afwaterende eenheid worden zodoende vier percentages voor inundatie en twee voor overlast berekend. Deze percentages worden vergeleken met de NBW-normen (maximaal toelaatbaar percentage per type landgebruik per peilgebied).

Uitvoer

De output van de tool bestaat uit ­een tabel met daarin per peilgebied de percentages geïnundeerd oppervlak per landgebruik en het toetsingsresultaat: 0 (voldoet), 1 (faalt) of 9 (niet getoetst).

 

Instellingen

In het bestand turtle-settings.ini worden de volgende instellingen gebruikt voor deze tool:

  #3.2.3 NBW toetsing RRCF model
  calculation_point_ident = CP_IDENT
  field_streefpeil = STREEFPEIL
  herhalingstijden = 10, 15, 25, 50, 100
  no_data_value = -999
  lgn_conv_ident = lgn
  input_field_k5 = k5
  
  # vul een integer getal in voor het percentage. Bij een - wordt de toetsing niet uitgevoerd. 
  # inundatie
  percentage_inundatie_stedelijk = 1
  herhalingstijd_inundatie_stedelijk = 100
  field_percentage_inundatie_stedelijk = PERC_I_ST
  field_toetsing_inundatie_stedelijk = TOETS_I_ST
  
  percentage_inundatie_hoogwaardig = 1
  herhalingstijd_inundatie_hoogwaardig = 50
  field_percentage_inundatie_hoogwaardig = PERC_I_HL
  field_toetsing_inundatie_hoogwaardig = TOETS_I_HL
  
  percentage_inundatie_akker = 1
  herhalingstijd_inundatie_akker = 25
  field_percentage_inundatie_akker = PERC_I_AK
  field_toetsing_inundatie_akker = TOETS_I_AK
  
  percentage_inundatie_grasland = 5
  herhalingstijd_inundatie_grasland = 10
  field_percentage_inundatie_grasland = PERC_I_GR
  field_toetsing_inundatie_grasland = TOETS_I_GR
  
  # overlast
  percentage_overlast_stedelijk = -
  herhalingstijd_overlast_stedelijk = 25
  field_percentage_overlast_stedelijk = PERC_O_ST
  field_toetsing_overlast_stedelijk = TOETS_O_ST
  
  percentage_overlast_hoogwaardig = 10
  herhalingstijd_overlast_hoogwaardig = 15
  field_percentage_overlast_hoogwaardig = PERC_O_HL
  field_toetsing_overlast_hoogwaardig = TOETS_O_HL
  
  percentage_overlast_akker = 10
  herhalingstijd_overlast_akker = 10
  field_percentage_overlast_akker = PERC_O_AK
  field_toetsing_overlast_akker = TOETS_O_AK
  
  percentage_overlast_grasland = -
  herhalingstijd_overlast_grasland = -
  field_percentage_overlast_grasland = PERC_O_GR
  field_toetsing_overlast_grasland = TOETS_O_GR

 

Terug naar 3.2.3 Toetsing inundatie en overlast

Terug naar inhoudsopgave handleiding Turtle Rural Tools

3.2.4 Toetsing riooloverstorten

Invoer

De volgende invoer is nodig:

[Input riooloverstorten] Feature met daarin de locatie, ID (IDENT) en drempelhoogte (DREMPEL) van de overstort.

[Input thiessen polygonen] Thiessen-polygonen op basis van rekenpunten en afwaterende eenheden (zie 3.2.2 Genereren Thiessen polygonen).

[Input rrcf_waterlevel] "Waterstanden per tijdstap" is berekend met 3.2.1 Bereken waterstanden per tijdstap.

[Output toetsing overstorten] Naam en locatie van de uitvoer.

324.png

 

Werkwijze instrument

Per overstort wordt op basis van de Thiessen polygonen bepaald welk rekenpunt het dichtst bij ligt. Vervolgens wordt per overstort de T25-waterstand vergeleken met de drempelhoogte. Als de T25-waterstand boven de overstortdrempel ligt wordt een 1 (=faalt) weggeschreven. Anders wordt een 0 (=voldoet) weggeschreven.

Uitvoer

De uitvoer van de tool bestaat uit ­een tabel met daarin per overstort de T25-waterstand (WS_25) en het toetsingsresultaat (TOETS_O_ST): 0 (voldoet) of 1 (faalt).

Instellingen

In het bestand turtle-settings.ini worden de volgende instellingen gebruikt voor deze tool:

  #3.2.4 Toetsing riooloverstorten
  calculation_point_ident = CP_IDENT
  overstort_ident = IDENT
  drempelhoogte = DREMPEL
  field_waterstand = WS_25
  field_toetsing_overlast_stedelijk = TOETS_O_ST

 

Terug naar 3.2.4 Toetsing riooloverstorten

Terug naar inhoudsopgave handleiding Turtle Rural Tools

4. Presentatie

4.1 Presentatie neerslag-afvoer

4.1.2 Visualisatie afvoerrelaties

Invoer

De volgende invoer is nodig:

412.png

 

Werkwijze instrument

Deze tool genereert een shapefile waarin de afvoerrelaties staan gevisualiseerd.

Uitvoer

Feature waarin de afvoerrelaties staan gevisualiseerd van de ene afwaterende eenheid naar de andere (eventueel via een kunstwerk).

Instellingen

In het bestand turtle-settings.ini worden de volgende instellingen gebruikt voor deze tool:

  #4.1.2 Visualisatie afvoerrelaties
  #zowel de shape als de tabel moet dezelfde naam hebben
  input_peilg_from = AFVOER_VN
  input_peilg_to = AFVOER_NR
  input_relaties_id = OBJECTID

 

Terug naar 4.1.2 Visualisatie afvoerrelaties

Terug naar inhoudsopgave handleiding Turtle Rural Tools

4.2 Presentatie hydraulica

4.2.1 Plot YZ Profielen voor Lizard

Invoer

De volgende invoer is nodig:

421.png

 

Werkwijze instrument

Deze tool zet de ingemeten profielen (YZ-profielen) om in een plaatje van de dwarsdoorsnede en een shapefile met locaties.

Uitvoer

Een .png en een shapefile die als invoer voor Lizard kan worden gebruikt.

 

Terug naar 4.2.1 Plot YZ Profielen voor Lizard

Terug naar inhoudsopgave handleiding Turtle Rural Tools

4.2.2 Plot Duikerprofielen voor Lizard

Invoer

De volgende invoer is nodig:

422.png

 

Werkwijze instrument

Deze tool zet de duikers om in een plaatje van de dwarsdoorsnede en een shapefile met locaties van de duikers.

Uitvoer

Een .png en een shapefile die als invoer voor Lizard kan worden gebruikt.

 

Terug naar 4.2.2 Plot Duikerprofielen voor Lizard

Terug naar inhoudsopgave handleiding Turtle Rural Tools

Andere hulpmiddelen in GIS voor het maken van een model

Cleanen van watergangen voor CF model

De asbodem moet voorbewerkt worden, zodat deze goed wordt ingelezen in Sobek. Hiervoor moet de watergang ‘gecleaned’ worden. Het cleanen van de watergangen kan met de ET Geowizard. Dit gebeurt in drie stappen in het tabblad Polyline van de ET Geo Wizard, zie onderstaand figuur. De stappen zijn:

  1. Clean Polyline Layer;
  2. Clean Dangling Nodes;
  3. Clean Pseudo Nodes;

Stap 1

Bij stap één worden 4 invoeren gevraagd. Selecteer bij de eerste het ruwe asbodem bestand en bij de tweede stap waar het tussenproduct opgeslagen wordt. Laat de overige stappen zoals ze default zijn.

stap 2 Kies bij stap 2 het tussenproduct uit stap 1. Kies ook hier weer de output locatie van het tussenproduct. Welke dangeling tolerance ideaal is voor het cleanen hangt af per gegevensset, maar deze zal rond de 1 meter liggen.

stap 3 Ook bij stap 3 moet het tussenproduct uit stap 2 geselecteerd worden. Kies bij stap 3 en 4 het veld waarop de watergangen kunnen worden samengevoegd. Voor de PIPWA data is dit het veld S_ID.

 

Conversie tabel LGN

LGNKLASSEVijf klassenVerhardOnverhard stedelijkKassenOnverhard landelijkOpen water
1grasGras2%0%0%98%0%
2maisAkkerbouw2%0%0%98%0%
3aardappelenAkkerbouw2%0%0%98%0%
4bietenAkkerbouw2%0%0%98%0%
5granenAkkerbouw2%0%0%98%0%
6overige landbouwgewassenAkkerbouw2%0%0%98%0%
8glastuinbouwHoogwaardige landbouw0%0%100%0%0%
9boomgaardHoogwaardige landbouw2%0%0%98%0%
10bollenHoogwaardige landbouw2%0%0%98%0%
11loofbosNatuur2%0%0%98%0%
12naaldbosNatuur2%0%0%98%0%
16zoet waterWater0%0%0%0%100%
17zout waterWater0%0%0%0%100%
18stedelijk bebouwd gebiedStedelijk gebied70%30%0%0%0%
19bebouwing in buitengebiedStedelijk gebied70%30%0%0%0%
20loofbos in bebouwd gebiedNatuur0%100%0%0%0%
21naaldbos in bebouwd gebiedNatuur0%100%0%0%0%
22bos met dichte bebouwingStedelijk gebied20%80%0%0%0%
23gras in bebouwd gebiedNatuur0%100%0%0%0%
24kale grond in bebouwd buitengebStedelijk gebied0%100%0%0%0%
25hoofdwegen en spoorwegenStedelijk gebied70%30%0%0%0%
26bebouwing in agrarisch gebiedStedelijk gebied70%30%0%0%0%
30KweldersNatuur0%0%0%100%0%
31Open zand in kustgebiedNatuur0%0%0%100%0%
32Open duinvegetatieNatuur0%0%0%100%0%
33Gesloten duinvegetatieNatuur0%0%0%100%0%
34DuinheideNatuur0%0%0%100%0%
35Open stuifzandNatuur0%0%0%100%0%
36HeideNatuur0%0%0%100%0%
37Matig vergraste heideNatuur0%0%0%100%0%
38Sterk vergraste heideNatuur0%0%0%100%0%
39HoogveenNatuur0%0%0%100%0%
40Bos in hoogveengebiedNatuur0%0%0%100%0%
41Overige moerasvegetatieNatuur0%0%0%100%0%
42RietvegetatieNatuur0%0%0%100%0%
43Bos in moerasgebiedNatuur0%0%0%100%0%
44VeenweidegebiedNatuur0%0%0%100%0%
45Overig open begroeid natuurgebiNatuur0%0%0%100%0%
46Kale grond in natuurgebiedNatuur0%0%0%100%0%

 

Terug naar Andere hulpmiddelen in GIS voor het maken van een model

Tips & Tricks voor Turtle Rural

Tips:

Werk ALTIJD LOKAAL en zorg dat je schrijfrechten hebt op de schijf waar lokale bestanden weggeschreven worden. Die locatie staat gedefinieerd in Turtle-settings.ini.

Inleiding

Hieronder wordt een opsomming gegevens om de Turtle hydrobase zo aan te passen, dan er uitgebreidere kenmerken aan het model kunnen worden gegegeven.

Getrapte drainageweerstand

Inleiding

In sommige situaties is het wenselijk om de drainageweerstand getrapt in te voeren. Dat houdt in dat de bodem in lagen wordt ingedeeld die een verschillende drainageweerstand hebben. Hiervoor is er per laag een drainageweerstand nodig en de diepte van de laag nodig.

Randvoorwaarden

Er zijn in Turtle maximaal vier drainagelagen te realiseren.

Stappenplan

Een getrapte drainageweerstand moet op twee locaties worden doorgevoerd:

  1. RRCF Hydrobase
  2. RRCP.ini

Stap 1: Aanpassing RRCF Hydrobase

De tabel RR_Grondsoort beschikt over onderstaande kolommen waarin de weerstandwaarden en de laagdieptes kunnen worden aangegeven. Mochten die kolommen niet bestaan, dan moeten deze worden aangemaakt.

Kolomnaam Toelichting
ER_ALF_SNErnst weerstandwaarde van de bovenste/eerste laag (in dagen)
ER_ALF_SN2Ernst weerstandwaarde van de tweede laag (in dagen)
ER_ALF_SN3Ernst weerstandwaarde van de derde laag (in dagen)
ER_ALF_SN4Ernst weerstandwaarde van de vierde laag (in dagen)
BOD_LAAG1Begin tweede laag (Diepte t.o.v. maaiveld ) (in meter)
BOD_LAAG2Begin derde laag (Diepte t.o.v. maaiveld ) (in meter)
BOD_LAAG3Begin vierde laag (Diepte t.o.v. maaiveld ) (in meter)
BOD_LAAG4Overtollige kolom (niet aanmaken)

Als er meerdere lagen worden gebruikt in het studiegebied, moeten alle afwaterende eenheden diezelfde hoeveelheid lagen krijgen in RR_Grondsoort. In dat geval: Als er in een afwaterende eenheid maar één laag is, dan vul je voor de overige benodigde lagen dezelfde weerstandwaarde in als in de eerste laag. De diepte waarop de knip gelegd wordt, is niet belangrijk maar moet wel ingevuld worden.

Stap 2: Aanpassing van de RRCF.ini

Bij column.peilgebied (;; RR_Grondsoort) moeten de in de vorige stap ingevulde kolommen nog ‘aangezet’ worden.

Achter Dieptelaaggrens12_ur = vul je de naam in de van de kolom waarin de diepte van de overgang van laag 1 naar laag 2 is -> BOD_LAAG1

Achter Dieptelaaggrens23_ur = vul je de naam in de van de kolom waarin de diepte van de overgang van laag 2 naar laag 3 is -> BOD_LAAG2

Enzovoort voor enkel de gebruikte lagen!

Achter Ernst_laag_1_ur = vul je de naam in van de kolom waarin de Ernst weerstandwaarde staat van de bovenste/eerste laag -> ER_ALF_SN

Achter Ernst_laag_2_ur = vul je de naam in van de kolom waarin de Ernst weerstandwaarde staat van de bovenste/eerste laag -> ER_ALF_SN2

Enzovoort voor enkel de gebruikte lagen!

Sla uiteraard de gewijzigde .ini op.

Dichte duikers

Inleiding

Soms komt het voor dat duikers afgesloten worden om het water op een andere manier door het gebied te sturen. Deze duikers wil je echter wel meenemen in de schematisatie. Hiervoor is het nodig een extra kolom aan de CF Hydrobase toe te voegen en het CF .ini bestand aan te passen.

Stap 1: Aanpassing CF Hydrobase

Open de attribute tabel van duikers (culverts) in de CF Hydrobase. Voeg aan de tabel de kolom FLOW_DIR toe (Double). Als de duiker dicht is, vul dan de waarde "3" in in de nieuwe kolom. De open duikers geef je de waarde "0" (=positieve richting en de default waarde).

Stap 2: Aanpassing van de CF.ini

Open het bijbehorende .ini bestand (in bijvoorbeeld Notepad). Zoek het stuk op met de header > column.culvert . In dat stuk staat de regel: flow_direction = -. Wijzig dit in flow_direction = FLOW_DIR. Sla het bestand weer op.

Vaak voorkomende foutmeldingen

log.debug('Als ik na deze regel crash, dan betekent dat dat je de volgende kolommen met een defaultwaarde moet invullen: %r %r %r' % (bspg['AFVCAPHA'], bspg['TOTAFVOPPERVLAK'], self['deelVanAfvoer']))

In dit geval (vanaf versie 4.1) moeten enkele kolommen ingevuld worden, namelijk: 'TALUD' (bijv. 100), 'AFV_GPG' (100 of None) en 'CP_AFV_GPG' (100 of None).

Aanpassen maaiveldcriterium:

In het bestand spatial.py kan je de 10-procent mv-hoogte opgeven ipv Mv_HGT_5. Dat kan in C:\Program Files (x86)\Nelen & Schuurmans\Turtle Rural\src\turtlebase\spatial.py.
Zoek vervolgens op 'MV_HGT_5' en maak van de 5 een 10.
Dit kan nog als verbetering in een nieuwe versie, want het is handiger om hier een variabele op te geven ('grasland_procent'), die je dan in de Turtle-settings.ini kan aanpassen.

 

Terug naar Tips & Tricks voor Turtle Rural

Veelvoorkomende fouten Turtle Rural

Deze pagina bevat een lijst met handigheidjes bij het gebruik van Turtle. Deze lijst is (nog) niet volledig, dus graag aanvullen

Tips&Tricks:

Hieronder vind je errors en hoe ze op te lossen.

1) Tool 1.1.1. Afleiden oppervlakte parameters

******************************************************* ... 0 seconds
turtlework_172259.gdb deleted ... 1 second
Getting command parameters... ... 2 seconds
Check geometry of input parameters ... 2 seconds
Input LGN is a raster, convert to feature class ... 2 seconds
Check required fields in input data ... 10 seconds
A) Create feature class input_peilgebieden_feature -> tempfile_peilgebied ... 10 seconds
B) Intersect lgn_shape + tempfile_peilgebied -> lgn_peilgebieden ... 11 seconds
C-1) Read conversiontable into memory ... 15 seconds
C-2) Calculate areas for tempfile_LGN_peilgebied using conversiontable ... 15 seconds
Traceback (most recent call last):
File "C:\Program Files\Nelen & Schuurmans\Turtle Rural\src\turtle_rural\rural_oppervlakteparameter.py", line 285, in main
gewastype = conversion[value_lgn_id]['gewastype']
KeyError: 0
... 16 seconds
<type 'exceptions.SystemExit'>: 1
Failed to execute (OppervlakteParameter).
Failed at Mon Feb 23 17:31:14 2015 (Elapsed Time: 16,00 seconds)

Reden: er is/zijn landgebruiksklassen in je landgebruikskaart die niet in je conversietabel staan. In de error melding staat na 'KeyError:' de code van het landgebruikstype dat je mist. In bovenstaand voorbeeld is dit 0, die staat voor missende waarde.

Oplossing: voeg in je conversietabel alle klassen toe die in de landgebruikskaart staan.

 

2) Tool 1.1.1. Afleiden oppervlakte parameters

Executing: OppervlakteParameter "L:\Extern\Projecten P (2014)\P0159 - Toetsing watersysteem Buitenvaart gemeente Almere\GIS\Features\buitenvaart.gdb\watervakken_buitenvaart_3_clean_2" layers_studiegebied_buitenvaart0_int.tif "L:\Extern\Projecten P (2014)\P0159 - Toetsing watersysteem Buitenvaart gemeente Almere\GIS\Features\Conversie_oppervlakken\conversietabel_almere_buitenvaart.dbf" # "L:\Extern\Projecten P (2014)\P0159 - Toetsing watersysteem Buitenvaart gemeente Almere\GIS\Features\database\HydrobaseRRCF_Buitenvaart.mdb\RR_Oppervlak" #

Start Time: Mon Dec 01 11:48:13 2014

Running script OppervlakteParameter...

******************************************************* ... 2 seconds

turtle_rural.rural_oppervlakteparameter ... 2 seconds

This python script is developed by Nelen & Schuurmans B.V. and is a part of 'Turtle'. ... 2 seconds

******************************************************* ... 2 seconds

turtlework_163049.gdb deleted ... 2 seconds

Getting command parameters... ... 2 seconds

Check geometry of input parameters ... 2 seconds

Input LGN is a raster, convert to feature class ... 2 seconds

Check required fields in input data ... 28 seconds

missing fields in input data: ['L:\\Extern\\Projecten P (2014)\\P0159 - Toetsing watersysteem Buitenvaart gemeente Almere\\GIS\\Features\\Conversie_oppervlakken\\conversietabel_almere_buitenvaart.dbf: LGN', 'L:\\Extern\\Projecten P (2014)\\P0159 - Toetsing watersysteem Buitenvaart gemeente Almere\\GIS\\Features\\Conversie_oppervlakken\\conversietabel_almere_buitenvaart.dbf: VERHARD_HA', 'L:\\Extern\\Projecten P (2014)\\P0159 - Toetsing watersysteem Buitenvaart gemeente Almere\\GIS\\Features\\Conversie_oppervlakken\\conversietabel_almere_buitenvaart.dbf: ONVSTED_HA', 'L:\\Extern\\Projecten P (2014)\\P0159 - Toetsing watersysteem Buitenvaart gemeente Almere\\GIS\\Features\\Conversie_oppervlakken\\conversietabel_almere_buitenvaart.dbf: KASSEN_HA', 'L:\\Extern\\Projecten P (2014)\\P0159 - Toetsing watersysteem Buitenvaart gemeente Almere\\GIS\\Features\\Conversie_oppervlakken\\conversietabel_almere_buitenvaart.dbf: ONVLAND_HA', 'L:\\Extern\\Projecten P (2014)\\P0159 - Toetsing watersysteem Buitenvaart gemeente Almere\\GIS\\Features\\Conversie_oppervlakken\\conversietabel_almere_buitenvaart.dbf: OPENWAT_HA', 'L:\\Extern\\Projecten P (2014)\\P0159 - Toetsing watersysteem Buitenvaart gemeente Almere\\GIS\\Features\\Conversie_oppervlakken\\conversietabel_almere_buitenvaart.dbf: HECTARES'] ... 30 seconds

Traceback (most recent call last):

File "C:\Program Files\Nelen & Schuurmans\Turtle Rural\src\turtle_rural\rural_oppervlakteparameter.py", line 228, in main

sys.exit(2)

SystemExit: 2

... 30 seconds

Completed script OppervlakteParameter...

 

3) Tool 1.1.1. Afleiden oppervlakte parameters

Executing: OppervlakteParameter "L:\Extern\Projecten P (2014)\P0159 - Toetsing watersysteem Buitenvaart gemeente Almere\GIS\Features\buitenvaart.gdb\watervakken_buitenvaart_3_clean_2" layers_studiegebied_buitenvaart0_int.tif "L:\Extern\Projecten P (2014)\P0159 - Toetsing watersysteem Buitenvaart gemeente Almere\GIS\Features\Conversie_oppervlakken\conversietabel_turtle_oppervlak_almere_buitenvaart_2.dbf" # "L:\Extern\Projecten P (2014)\P0159 - Toetsing watersysteem Buitenvaart gemeente Almere\GIS\Features\database\HydrobaseRRCF_Buitenvaart.mdb\RR_Oppervlak" #

Start Time: Mon Dec 01 12:20:05 2014

Running script OppervlakteParameter...

******************************************************* ... 0 seconds

turtle_rural.rural_oppervlakteparameter ... 0 seconds

This python script is developed by Nelen & Schuurmans B.V. and is a part of 'Turtle'. ... 0 seconds

******************************************************* ... 0 seconds

turtlework_114822.gdb deleted ... 0 seconds

Getting command parameters... ... 1 second

Check geometry of input parameters ... 1 second

Input LGN is a raster, convert to feature class ... 1 second

Check required fields in input data ... 28 seconds

A) Create feature class input_peilgebieden_feature -> tempfile_peilgebied ... 30 seconds

B) Intersect lgn_shape + tempfile_peilgebied -> lgn_peilgebieden ... 33 seconds

C-1) Read conversiontable into memory ... 47 seconds

C-2) Calculate areas for tempfile_LGN_peilgebied using conversiontable ... 47 seconds

Traceback (most recent call last):

File "C:\Program Files\Nelen & Schuurmans\Turtle Rural\src\turtle_rural\rural_oppervlakteparameter.py", line 298, in main

if 'gewastype' in conversion[value_lgn_id]:

KeyError: 52

... 48 seconds

Completed script OppervlakteParameter...

Failed to execute (OppervlakteParameter).

Failed at Mon Dec 01 12:20:58 2014 (Elapsed Time: 53.00 seconds)

 

4) Tool 1.2.3 Compenserende zijtakken

Running script CompenserendeZijtakken...

******************************************************* ... 0 seconds

turtle_rural.rural_compenserende_zijtakken ... 0 seconds

This python script is developed by Nelen & Schuurmans B.V. and is a part of 'Turtle'. ... 0 seconds

******************************************************* ... 0 seconds

turtlework_102911.gdb deleted ... 1 second

Reading and checking input ... 2 seconds

Controleer of de opgegeven bestandsnamen arcgis compatibel zijn ... 2 seconds

Inlezen rekenpunten ... 2 seconds

Traceback (most recent call last):

File "C:\Program Files\Nelen & Schuurmans\Turtle Rural\src\turtle_rural\rural_compenserende_zijtakken.py", line 332, in main

rekenpunten_x_y_coordinaten = bepalen_x_y_coordinaat(gp, rekenpunten, gpgident)

File "C:\Program Files\Nelen & Schuurmans\Turtle Rural\src\turtle_rural\rural_compenserende_zijtakken.py", line 261, in bepalen_x_y_coordinaat

punt_x, punt_y = turtlebase.arcgis.calculate_xy(gp, punt)

File "C:\Program Files\Nelen & Schuurmans\Turtle Rural\src\turtlebase\arcgis.py", line 61, in calculate_xy

x_coord = float(point.split(" ")[0])

ValueError: invalid literal for float(): 85121,6693911479

... 2 seconds

<type 'exceptions.SystemExit'>: 1

Failed to execute (CompenserendeZijtakken).

Reden: verkeerde ArcGIS versie.

Oplossing: Op ArcGIS 10.2 werkt het wel (op 24-02-2015 stond deze op gis-pc 12 geïnstalleerd)

 

5) Tool 1.1.3b Maaiveldkarakteristiek (AHN2)

Messages
Executing: MaaiveldkarakteristiekAHN2 peilgebieden_clip Hydrobase\RRCF\Afwateringsgebieden ahn2int.tif "D:\GISTEMP\P0225\HydroBase\Hydrobase RRCF\HydrobaseRRCF_Basis.mdb\RR_Maaiveld" # # #
Start Time: Tue Feb 24 13:46:22 2015
Running script MaaiveldkarakteristiekAHN2...
********************************************************* ... 0 seconds
turtle_rural.rural_maaiveldkarakteristiek_ahn2 ... 0 seconds
This python script is developed by Nelen & Schuurmans B.V. and is a part of 'Turtle'. ... 0 seconds
********************************************************* ... 0 seconds
turtlework_132654.gdb deleted ... 1 second
Traceback (most recent call last):
File "C:\Program Files\Nelen & Schuurmans\Turtle Rural\src\turtle_rural\rural_maaiveldkarakteristiek_ahn2.py", line 174, in main
streefpeil = row_gpg.getValue('zomerpeil')
RuntimeError: ERROR 999999: Error executing function.
... 6 seconds
Completed script MaaiveldkarakteristiekAHN2...
Failed to execute (MaaiveldkarakteristiekAHN2).
Failed at Tue Feb 24 13:46:32 2015 (Elapsed Time: 10.00 seconds)

Reden: Inputfiles zijn niet correct. Check de wiki voor welke inputfiles je precies nodig hebt.

Oplossing: Turtle heeft niet de gehele maaiveldcurve nodig. Je kunt overwegen het volgende te doen:

Let op! Deze methode is minder nauwkeurig!

 

6) Tool 1.1.3b Maaiveldkarakteristiek (AHN2)

Executing: MaaiveldkarakteristiekAHN2 "D:\GISTEMP\P0225\HydroBase\Hydrobase RRCF\HydrobaseRRCF_Basis.mdb\RR_Features\Afwateringsgebieden" "D:\GISTEMP\P0225\HydroBase\Hydrobase RRCF\HydrobaseRRCF_Basis.mdb\RR_Peilgebied" D:\GISTEMP\P0225\Features\ahn2i "D:\GISTEMP\P0225\HydroBase\Hydrobase RRCF\HydrobaseRRCF_Basis.mdb\RR_Maaiveld" # # #
Start Time: Wed Feb 25 15:27:05 2015
Running script MaaiveldkarakteristiekAHN2...
********************************************************* ... 0 seconds
turtle_rural.rural_maaiveldkarakteristiek_ahn2 ... 0 seconds
This python script is developed by Nelen & Schuurmans B.V. and is a part of 'Turtle'. ... 0 seconds
********************************************************* ... 0 seconds
turtlework_135430.gdb deleted ... 0 seconds
- processing area POL216A0079 ... 4 seconds
- processing area POL216A0133 ... 9 seconds
- processing area POL21604920 ... 11 seconds
- processing area POL216A0208 ... 13 seconds
- processing area POL216A0221 ... 15 seconds
- processing area POL21600480 ... 17 seconds
- processing area POL216A0095 ... 19 seconds
- processing area POL216A0096 ... 22 seconds
- processing area POL216A0091 ... 24 seconds
- processing area POL216A0090 ... 26 seconds
- processing area POL216A0064 ... 29 seconds
- processing area POL216A0102 ... 31 seconds
- processing area POL21604950 ... 33 seconds
- processing area POL216A0109 ... 35 seconds
- processing area POL216A0209 ... 38 seconds
- processing area POL216A0227b ... 40 seconds
Traceback (most recent call last):
File "C:\Program Files\Nelen & Schuurmans\Turtle Rural\src\turtle_rural\rural_maaiveldkarakteristiek_ahn2.py", line 212, in main
streefpeil = float(streefpeilen[gpg_value])
TypeError: float() argument must be a string or a number
... 40 seconds
Completed script MaaiveldkarakteristiekAHN2...
Failed to execute (MaaiveldkarakteristiekAHN2).
Failed at Wed Feb 25 15:27:52 2015 (Elapsed Time: 47,39 seconds)

Reden: Niet alle waardes voor streefpeil zijn ingevuld.

Oplossing: Vul ontbrekende waardes in voor streefpeil in RR_Peilgebied.

  • Zonal statistics as table obv afwateringsgebieden
  • Gebruik mean, load die in hydrobase feature RR_Maaiveld onder MV_HGT_50
  • Voor kolom MV_HGT_10 gebruik MEAN-1.5*STD_DEV
  • Voor kolom MV_HGT_1 gebruik MEAN-2*STD_DEV
  • Let op! Deze methode is minder nauwkeurig!

     

    Terug naar Veelvoorkomende fouten Turtle Rural

    Hydrobases

    Inleiding

    Een Hydrobase is een ESRI Personal GeoDatabase (*.mdb) die als basis gebruikt kan worden voor het opzetten van een gegevensplatform. In deze database kun je alle gegevens opslaan voor een modelstudie.

    Rainfall-Runoff (RR) Hydrobase

    De RR-hydrobase is een gestandaardiseerde Geodatabase waarin gegevens worden ingevuld waarmee neerslag-afvoermodellen worden gemaakt. In deze database worden gegevens voor de geometrie van de (peil)gebieden en tabellen met eigenschappen van deze gebieden ingevuld. Daarnaast is het mogelijk om gegevens en locaties van kunstwerken in te vullen die de afvoerrelatie tussen deze gebieden verbeelden.

    De RR-hydrobase kan gebruikt worden voor het maken van meerdere typen neerslag-afvoermodellen, afhankelijk van de vraagstelling die beantwoordt dient te worden. Doordat elk type neerslag-afvoermodel andere inputgegevens vereist, zijn twee standaard RR-hydrobases opgesteld. Deze zijn hieronder summier beschreven.

    Rainfall-Runoff Channel Flow (RRCF) Hydrobase

    Deze hydrobase wordt gebruikt bij een koppeling van een neerslag-afvoermodel (RR) met een hydrodynamisch model (CF). De RRCF Hydrobase wordt gecombineerd met de CF Hydrobase. Er zijn 2 mogelijke koppelingen met CF: indirect en direct.

    Channel Flow (CF) Hydrobase

    Deze Hydrobase gebruik je wanneer je een Hydraulisch model wilt opzetten en bestaat uit "feature classes" en "tables". Hieronder worden de invoervelden worden per onderdeel van de hydrobase beschreven.

     

    RRCF Hydrobase

    Inleiding

    Vanuit een RRCF hydrobase kan er in SOBEK een neerslag-afvoer model gecombineerd worden met een waterlopen model. Om een RRCF-model in SOBEK te krijgen is zowel een RRCF hydrobase alswel een CF hydrobase nodig. Hieronder staat de structuur en inhoud van een RRCF hydrobase beschreven.

    De RRCF Hydrobase bestaat uit de volgende features en tabellen:

    Koppelpunten

    Hierin staan de koppelpunten die de RR schematisatie met de CF schematisatie verbindt.

    Name Type Description Auto/Required/Optional
    OBJECTIDObject ID-Auto
    SHAPEGeometry-Auto
    KOP_IDString (15, NULL allowed)Koppelpunten identifierRequired

    Afwateringsgebieden

    Let op: in tool 1.1.1 OppervlakteParameter wordt hiernaar verwezen als zijnde 'Peilgebieden feature'. Hierin staan alle peilgebieden/afwaterende eenheden (met unieke GPGIDENT), die in het studiegebied voorkomen.

    Name Type Description Auto/Required/Optional
    OBJECTIDObject ID-Auto
    SHAPEGeometry-Auto
    GPGIDENTString (30, NULL allowed)GPG identifierRequired
    GAFIDENTString (30, NULL allowed)GAF identifierOptional
    GAFNAAMString (50, NULL allowed)GAF Naam (= GAFIDENT)Optional
    GPG_BronString (50, NULL allowed)BronOptional
    GPG_DatumDateDatumOptional
    SHAPE_LengthDouble (NULL allowed)LengteOptional
    SHAPE_AreaDouble (NULL allowed)OppervlakteRequired

    RR_Afvoer

    In deze tabel staan de afvoerrelaties van de peilgebieden die indirect gekoppeld zijn. Deze koppeling is aan te geven in de tabel RR_peilgebied in het veld VERBINDING. Wanneer een indirecte koppeling wordt gebruikt worden de RR bakjes aan elkaar gekoppeld met open water in een RR bakje en wordt er een RR kunstwerk gebruikt.

    Name Type Description Auto/Required/Optional
    OBJECTIDObject ID-Auto
    KWKIDENTString (30, NULL allowed)Kunstwerk identifierRequired
    KWKSELECTInteger (0 of 1)Meenemen in conversie JA (1) of NEE (0)Optional (Default = 1)
    KWKSTATUSString (15, NULL allowed)Beschrijving van KWKSELECTOptional
    PRC_AFV_THDouble Theoretisch afvoerpercentage, wordt ingevuld door tool 1.1.7Optional
    PERCE_AFVDoubleWerkelijk afvoerpercentage, zelf invullen op basis van gebiedskennis en vorig veldRequired
    AFVOER_VNString (50, NULL allowed)Afvoerrelatie VAN peilgebiedRequired
    AFVOER_NRString (50, NULL allowed) Afvoerrelatie NAAR peilgebied of BoundaryRequired
    KWERKString (15, NULL allowed)Afvoerkunstwerk (Stuw of Gemaal)Required
    REG_KWString (15, NULL allowed)Regeling Stuw (VAST, AUTO, TRAP of GELIJK (Slimme stuw))Optional
    KWK_CAP_LDoubleGemaalcapaciteit Laag in m3 per dagOptional
    KWK_CAP_HDoubleGemaalcapaciteit Hoog in m3 per dagOptional
    KRBR_PEILDoubleKruinbreedte stuw op peil in meterOptional
    KRUINHDoubleKruinhoogte stuw in M + NAPOptional
    KRBR_TRAPDoubleKruinbreedte Trap 1 bij getrapte stuwOptional
    TRAPHDouble Krnuihoogte Trap 1 bij getrapte stuwOptional
    INL_CAPDoubleInlaat capaciteit gemaalOptional
    AFV_BronString (50, NULL allowed)Bronvermelding basisgegevensOptional
    AFV_DatumDateDatum en tijd van dataverwerkingOptional
    AFV_OpmString (256, NULL allowed)Opmerkingen en aannamesOptional
    KOP_KWKString (50, NULL allowed)Koppelpunt waar kunstwerk naar afwatert (Alleen RRCF indirect)Optional

     

    RR_Grondsoort

    In deze tabel staat per GPGIDENT de grondsoort met infiltratiekarakteristieken vermeld.

    Name Type Description Auto/Required/Optional
    OBJECTIDObject ID-Auto
    GPGIDENTString (30, NULL allowed)GPG identifierRequired
    GRONDSOORTShort (NULL allowed)Getal uit PAWN grondsoortlijstRequired
    INF_CAPDouble (NULL allowed, +)Infiltratiecapaciteit 5 of 20 mm/uur afhankelijk van grondsoortRequired
    INF_OPWATDouble (NULL allowed, +)Infiltratie open water volgens Hellinga-De ZeeuwRequired
    HZ_ALF_SNDouble (NULL allowed, +)Bodemdrainage (Dagen) volgens Hellinga-De ZeeuwOptional
    HZ_OPP_AFVDouble (NULL allowed, +)Weerstand oppervlakkige afvoer (Dagen) volgens Hellinga-De ZeeuwOptional
    ER_INF_OPWDouble (NULL allowed, +)Infiltratie vanuit de watergang naar grondwater (Dagen)volgens ErnstOptional
    ER_ALF_SNDouble (NULL allowed, +)Bodemdrainage (Dagen) volgens ErnstOptional
    ER_OPP_AFVDouble (NULL allowed, +)Weerstand oppervlakkige afvoer (Dagen) volgens ErnstOptional
    GRND_BronString (50, NULL allowed)BronOptional
    GRND_DatumDate (NULL allowed)DatumOptional
    GRND_OpmString (50, NULL allowed)OpmerkingOptional

    RR_KwelWegzijging

    In deze tabel staat per GPGIDENT de kwel of wegzijgingstroom vermeld.

    Name Type Description Auto/Required/Optional
    OBJECTIDObject ID-Auto
    GPGIDENTString (30, NULL allowed)GPG identifierRequired
    KWEL_WEGZString (50, NULL allowed)Optie: “Kwel” of “Wegzijging”Required
    KWELSTROOMDouble (NULL allowed)Mm/dag positief=kwel, negatief=wegzijgingRequired
    KW_BronString (50, NULL allowed)BronOptional
    KW_DatumDate (NULL allowed)DatumOptional

    RR_Maaiveld

    In deze tabel staat per GPGIDENT de maaiveldverdeling in klassen.

    Name Type Description Auto/Required/Optional
    OBJECTIDObject ID-Auto
    GPGIDENTString (30, NULL allowed)GPG identifierRequired
    MV_HGT_XDouble (NULL allowed)Maaiveldklassen: X geeft aan hoeveel procent van het maaiveld onder die waarde is die uit het raster komt. Mediaan is MV_HGT_50Required (MV_HGT_10 en MV_HGT_50, zie settings)
    MV_BronString (50, NULL allowed)BronOptional
    MV_DatumDate (NULL allowed)DatumOptional
    MV_OpmString (50, NULL allowed)OpmerkingOptional

    RR_Oppervlak

    In deze tabel staat per GPGIDENT de verdeling van oppervlak over verschillend type landgebruik vanuit de LGN (“_LGN”) en gecorrigeerd voor open water (“_HA”).

    Name Type Description Auto/Required/Optional
    OBJECTIDObject ID-Auto
    GPGIDENTString (30, NULL allowed)GPG identifierRequired
    VERHARD_LGNDouble (NULL allowed, +)Verhard oppervlak uit LGN (ha)Required
    ONVSTED_LGNDouble (NULL allowed, +)Onverhard stedelijk oppervlak uit LGN (ha)Required
    KASSEN_LGNDouble (NULL allowed, +)Kassen oppervlak uit LGN (ha)Required
    ONVLAND_LGNDouble (NULL allowed, +)Onverhard landelijk oppervlak uit LGN (ha)Required
    OPENWAT_LGNDouble (NULL allowed, +)Open water oppervlak uit LGN (ha)Required
    LGN_BronString (50, NULL allowed)Bron LGNOptional
    LGN_DtmDate (NULL allowed)DatumOptional
    OPNWT_GBKNDouble (NULL allowed, +)Open water oppervlak uit GBKNRequired
    GBKN_BronString (50, NULL allowed)Bron GBKNOptional
    GBKN_DtmDate (NULL allowed)DatumOptional
    OPNWT_MTGRDouble (NULL allowed, +)Open water oppervlak uit MTGROptional
    OPNWT_BronString (50, NULL allowed)Bron MTGROptional
    OPNWT_DtmDate (NULL allowed)DatumOptional
    VERHARD_HADouble (NULL allowed, +)Als VERHARD_LGN maar gecorrigeerd voor open water uit GBKNRequired
    ONVSTED_HADouble (NULL allowed, +)Als ONVSTED_LGN maar gecorrigeerd voor open water uit GBKNRequired
    KASSEN_HADouble (NULL allowed, +)Als KASSEN_LGN maar gecorrigeerd voor open water uit GBKNRequired
    ONVLAND_HADouble (NULL allowed, +)Als ONVLAND_LGN maar gecorrigeerd voor open water uit GBKNRequired
    OPENWAT_HADouble (NULL allowed, +)Totale oppervlak open water in het gebied (modelwater en secundair waterRequired
    HECTARESDouble (NULL allowed, +)Oppervlakte (ha)Required
    OPP_BronString (50, NULL allowed)BronOptional
    OPP_DtmDate (NULL allowed)DatumOptional
    OPP_OpmString (50, NULL allowed)OpmerkingOptional
    GRAS_LGNDouble (NULL allowed, +)Gras (SOBEK crop type 1) oppervlak uit LGN (ha)Required
    NATUUR_LGNDouble (NULL allowed, +)Natuur (SOBEK crop type 13) oppervlak uit LGN (ha)Required

    RR_Peilgebied

    In deze tabel staat per GPGIDENT gegevens over de peilen.

    Name Type Description Auto/Required/Optional
    OBJECTIDObject ID-Auto
    GPGIDENTString (30, NULL allowed)GPG identifierRequired
    GAFNAAMString (50, NULL allowed)GAF naamOptional
    WINTERPEILDouble (NULL allowed)Winterpeil (m NAP)Required
    ZOMERPEILDouble (NULL allowed)Zomerpeil (m NAP)Required
    PEIL_BronString (50, NULL allowed)BronOptional
    PEIL_DatumDate (NULL allowed)DatumOptional
    KOP_VERString (15, NULL allowed)Koppelpunt verhardOptional
    KOP_OVSString (15, NULL allowed)Koppelpunt onverhard stedelijkOptional
    KOP_KASString (15, NULL allowed)Koppelpunt kassenOptional
    KOP_OVLString (15, NULL allowed)Koppelpunt onverhard landelijkOptional
    VERBINDINGShortDirect (1) / Indirect (0) = via open water bakjeRequired
    AFV_GPGDouble (NULL allowed, +)Afvoerrelatie GPG (100 of 'None' invullen)Required from version 4.1 on
    CP_AFV_GPGDouble (NULL allowed, +)Calculation point AFV_GPG (100 of 'None' invullen)Required from version 4.1 on
    TLDHELLINGDouble (NULL allowed, +)Helling/percentage toename wateroppervlak per meter peilstijging (100 indien onbekend)Required from version 4.1 on
    MAXPEILDouble (NULL allowed)Maximaal peil op calculation pointOptional
    DELAYDouble (NULL allowed)Inloopweerstand riolering (standaard is 0.2 dag-1)Required (zelfs als er geen riolering wordt meegenomen

    RR_Riool

    In deze tabel staat er voor elk rioleringstype per GPGIDENT beschreven wat de karakteristieken zijn. In deze tabel staan alle afwaterende eenheden en de naar overstort opgedeelde rioleringsgebieden.

    Name Type Description Auto/Required/Optional
    OBJECTIDObject ID-Auto
    GPGIDENTString (30, NULL allowed)Alle GPGs en OverstortgebiedenRequired
    ZRWNAAMString (50, NULL allowed)ZuiveringsnaamRequired
    TYPE_RIOOLString (30, NULL allowed)Optie: Gemengd, Gescheiden, VerbeterdRequired
    AFVOER_RIODouble (NULL allowed)Capaciteit rioolgemaal of POC (m3/uur)Required
    AANTAL_INWLong (NULL allowed)Aantal inwonersRequired
    RIO_BronString (50, NULL allowed)BronOptional
    RIO_DatumDate (NULL allowed)DatumOptional

    Indien er geen RWZI in het gebied loost en je de verharde knopen enkel op gemengde riolering aansluit, dan kun je volstaan met de volgende invulling:

    Name Description
    OBJECTID-
    GPGIDENTAlle GPGs en Overstortgebieden
    ZRWNAAMRWZI
    TYPE_RIOOLGemengd
    AFVOER_RIO0,7
    AANTAL_INW0
    RIO_BronDefault
    RIO_DatumDatum

     

    CF Hydrobase

    Inleiding

    Vanuit een CF hydrobase kan er in SOBEK een channel-flow/waterlopenmodel opgebouwd worden. Hieronder staat de structuur en inhoud van deze hydrobase beschreven.

    De CF Hydrobase bestaat uit de volgende features en tabellen:

    Cross sections > Locations

    Hierin staan alle locaties waarvoor een dwarsprofiel is gedefinieerd. Feature (geometrie) is vereist bij het maken van een CF-netwerk.

    Name Type Description Auto/Required/Optional
    OBJECTIDObject ID-Auto
    SHAPEGeometry-Auto
    LOCIDENTString (25, NULL allowed)Locatie identiteitRequired
    PROIDENTString (25, NULL allowed)Bijbehorende profieldefinitieRequired
    TYPEString (50, NULL allowed)xyz profiel, Trapezium, yz profiel, Tabulated, Rond, Rechthoek, Ovaal. (Trapezium is meest gebruikt)Required
    X_COORDDouble (NULL allowed)X-coordinaatRequired
    Y_COORDDouble (NULL allowed)Y-coordinaatRequired
    SOURCEString (100, NULL allowed)BronOptional
    DATE_TIMEDate (NULL allowed)DatumOptional; now()
    COMMENTString (2147483647, NULL allowed)OpmerkingOptional

    Cross sections > Points_xyz

    Hierin staan alle locaties waarvoor een xyz-dwarsprofiel is. Feature is optioneel.

    Name Type Description Auto/Required/Optional
    OBJECTIDObject ID-Auto
    SHAPEGeometry-Auto
    PROIDENTString (25, NULL allowed)ProfieldefinitieRequired
    X_COORDDouble (NULL allowed)X-coordinaatRequired
    Y_COORDDouble (NULL allowed)Y-coordinaatRequired
    Z_COORDDouble (NULL allowed)Z-coordinaatRequired

    Model conditions > Boundaries

    Hierin staan alle locaties met een randvoorwaarde beschreven. Deze tabel wordt nog niet meegenomen in de conversie en staat derhalve niet in .ini file. Feature is optioneel.

    Name Type Description Auto/Required/Optional
    OBJECTIDObject ID-Auto
    SHAPEGeometry-Auto
    BND_IDENTString (50, NULL allowed)-Required
    BND_TYPEString (15, NULL allowed)SERIES, FLOW, WATERLEVELRequired
    BND_VALUEString (15, NULL allowed)-Optional
    WATERLEVELDouble (NULL allowed)-Optional
    FLOWDouble (NULL allowed)-Optional
    BND_NAAMString (50, NULL allowed)-Required

    Model conditions > Lateral_flow

    Hierin staan alle locaties waarvoor een lateral flow is gedefinieerd. Feature is optioneel.

    Name Type Description Auto/Required/Optional
    OBJECTIDObject ID-Auto
    SHAPEGeometry-Auto
    LAT_IDENTString (50, NULL allowed)Identifier van de lateral nodeRequired
    LAT_TYPEString (50, NULL allowed)Constant, Neerslag, Kwel, VerdampingRequired
    DISCHARGEDouble (NULL allowed)Bij constante flux .Optional; Standaard =-9999
    AREADouble (NULL allowed)Oppervlakte (hectares)Optional
    SEEPAGEDouble (NULL allowed)Kwel (mm/dag)Optional; als LAT_TYPE= kwel, dan waarde; anders “0”

    Model conditions > Calculation_points

    Hierin staan alle locaties waar een calculation point is (rekenpunt). Tip: Laad de feature met de calculation points uit SOBEK. Feature is optioneel.

    Name Type Description Auto/Required/Optional
    OBJECTIDObject ID-Auto
    SHAPEGeometry-Auto
    CP_IDENTString (50, NULL allowed)Identifier van calculation pointRequired

    Structures > Culverts

    Hierin staan alle duikers. Feature is optioneel.

    Name Type Description Auto/Required/Optional
    OBJECTIDObject ID-Auto
    SHAPEGeometry-Auto
    KWKIDENTString (25, NULL allowed)Identifier van kunstwerkRequired
    TYPEString (15, NULL allowed)ovaal, rond of rechthoekRequired
    DIAMETERDouble (NULL allowed)Diameter (meter)

    Required bij rond;

    -9999 bij ovaal en rechthoek.

    WIDTHDouble (NULL allowed)Breedte (meter)

    Required bij ovaal en rechthoek;

    -9999 bij rond.

    HEIGHTDouble (NULL allowed)Hoogte (meter)

    Required bij ovaal en rechthoek;

    -9999 bij rond.

    LENGTHDouble (NULL allowed)Lengte (meter)Required
    BED_LVL_1Double (NULL allowed)Intreelevel (m NAP)Required
    BED_LVL_2Double (NULL allowed)Uittreelevel (m NAP)Required
    FRICTION1Double (NULL allowed)

    Wandwrijving: Strickler (ks) (m1/s/s)

    Default: 75 (rechte schone betonnen duiker, minimale waarde)

    Required
    INLET_LOSS1Double (NULL allowed)

    Intreeverlies (-) ξi, gedefinieerd als een vaste waarde:

    0,6 voor ronde duikers

    0,5 voor rechthoekige duikers

    Required
    OUTLET_LOS1Double (NULL allowed)

    Uittreeverlies (-) ξ0, wordt bepaald door:

    k (1- (Areaculvert/Areauitstroom))2 en komt neer op:

    0,8 voor ronde duikers

    0,7 voor rechthoekige duikers

    Required
    AFSLUITShort integerIs de duiker afsluitbaar of nietOptional
    SOURCEString (100, NULL allowed)BronOptional
    DATE_TIMEDate (NULL allowed)DatumOptional; now()
    COMMENTSString (254, NULL allowed)OpmerkingOptional
    KWK_NAMEString (50, NULL allowed)KWKIDENT of specifieke kunstwerknaamRequired

    1 andere waarde kan gebruikt worden op basis van inzicht.

    Structures > Bridge

    Hierin staan alle bruggen

    Name Type Description Auto/Required/Optional
    OBJECTIDObject ID-Auto
    SHAPEGeometry-Auto
    KWKIDENTString (25, NULL allowed)Identifier van kunstwerkRequired
    KWK_NAMEString (50, NULL allowed)KWKIDENT of specifieke kunstwerknaamRequired
    TYPEString (15, NULL allowed)

    Brugtype:

    Pillar (=pijlerbrug)

    Abutment (=landhoofd)

    Required
    LENGTHDouble (NULL allowed)Lengte (meter)Required
    WIDTHDouble (NULL allowed)Breedte (meter)Required
    BED_LVLDouble (NULL allowed)Bodemhoogte ter plaatse van de brug (m NAP)Required
    TOP_LVLDouble (NULL allowed)Dekhoogte van de brug (m NAP)Required
    PILL_WIDTHDouble (NULL allowed)Breedte van pilaren (meter)Required; -9999
    PILL_FFDouble (NULL allowed)Vormfactor van de pijler (-): Default 1,3 voor ronde pijler en 2,1 voor rechthoekige pijler.Required; -9999
    FRICTION1Double (NULL allowed)

    Wandwrijving: Strickler (ks) (m1/s/s)

    Default: 75 (rechte schone betonnen duikerachtige bak, minimale waarde)

    Required
    SOURCEString (100, NULL allowed)BronOptional
    DATE_TIMEDate (NULL allowed)DatumOptional; now()
    COMMENTSString (254, NULL allowed)OpmerkingOptional

    1 andere waarde kan gebruikt worden op basis van inzicht.

    Structures > Syphon

    Hierin staan alle sifons opgesomd. Bij default wordt er een inverted syphon weggeschreven in de conversie. Dit is een normale sifon. Een hevel moet in SOBEK gecorrigeerd worden voor syphon.

    Name Type Description Auto/Required/Optional
    OBJECTIDObject ID-Auto
    SHAPEGeometry-Auto
    KWKIDENTString (25, NULL allowed)Identifier van kunstwerkRequired
    KWK_NAMEString (50, NULL allowed)KWKIDENT of specifieke kunstwerknaamRequired
    TYPEString (15, NULL allowed)rond, rechthoek, ovaalRequired
    DIAMETERDouble (NULL allowed)Diameter (meter)

    Required bij rond;

    -9999 bij ovaal en rechthoek.

    WIDTHDouble (NULL allowed)Breedte (meter)

    Required bij ovaal en rechthoek;

    -9999 bij rond.

    HEIGHTDouble (NULL allowed)Hoogte (m)

    Required bij ovaal en rechthoek;

    -9999 bij rond.

    LENGTHDouble (NULL allowed)Lengte (meter)Required
    BED_LVL_1Double (NULL allowed)Intreelevel (m NAP)Required
    BED_LVL_2Double (NULL allowed)Uittreelevel (m NAP)Required
    FRICTION1Double (NULL allowed)

    Wandwrijving: Strickler (ks) m1/s/s

    Default: 75 (rechte schone betonnen sifon, minimale waarde)

    Required
    INLET_LOSS1Double (NULL allowed)

    Intreeverlies (-) ξi, gedefinieerd als een vaste waarde:

    0,6 voor ronde sifons

    0,5 voor rechthoekige sifons

    Required
    OUTLET_LOS1Double (NULL allowed)

    Uittreeverlies (-) ξ0, wordt bepaald door:

    k (1- (Areaculvert/Areauitstroom))2 en komt neer op:

    0,8 voor ronde sifons

    0,7 voor rechthoekige sifons

    Required
    BEND_LOSSDouble (NULL allowed)Bocht- en knikverlies = 0.48 (is standaard voor 2 knikken van 45 graden in gladde buis.Required
    SOURCEString (100, NULL allowed)BronOptional
    DATE_TIMEDate (NULL allowed)DatumOptional; now()
    COMMENTSString (254, NULL allowed)OpmerkingOptional

    1 andere waarde kan gebruikt worden op basis van inzicht.

    Structures > Weir

    Hierin staan alle stuwen

    Name Type Description Auto/Required/Optional
    OBJECTIDObject ID-Auto
    SHAPEGeometry-Auto
    KWKIDENTString (25, NULL allowed)Identifier van kunstwerkRequired
    KWK_NAMEString (50, NULL allowed)KWKIDENT of specifieke kunstwerknaamRequired
    TYPEString (15, NULL allowed)

    ZOM_WIN (vul in CREST_SUM, CREST_WIN)

    VAST (vul in CREST_LVL)

    Required
    CREST_WDTHDouble (NULL allowed)Kruinbreedte (meter)Required
    CREST_LVLDouble (NULL allowed)Kruinhoogte (meter)Required bij vast
    CREST_SUMDouble (NULL allowed)Kruinhoogte (meter) in zomerRequired bij zom_win
    CREST_WINDouble (NULL allowed)Kruinhoogte (meter) in winterRequired bij zom_win
    DIS_COEFDouble (NULL allowed)Afvoercoëfficiënt: default op 1Required
    SOURCEString (100, NULL allowed)BronOptional
    DATE_TIMEDate (NULL allowed)DatumOptional; now()
    COMMENTSString (254, NULL allowed)OpmerkingOptional

    Structures > Pump_station

    Hierin staan alle gemalen

    Name Type Description Auto/Required/Optional
    OBJECTIDObject ID-Auto
    SHAPEGeometry-Auto
    KWKIDENTString (25, NULL allowed)Identifier van kunstwerkRequired
    KWK_NAAMString (50, NULL allowed)KWKIDENT of specifieke kunstwerknaamRequired
    CONTROLLERString (15, NULL allowed)WINTER, ZOMER, JAARRequired
    SOURCEString (100, NULL allowed)BronOptional
    DATE_TIMEDate (NULL allowed)DatumOptional; now()
    COMMENTSString (254, NULL allowed)OpmerkingOptional
    KWK_NAME (zelf toevoegen)String (50, NULL allowed)KWKIDENT of specifieke kunstwerknaamRequired

    Structures > Universal_weir

    Hierin staan alle overige stuwen (voor v-stuw/trapstuw)

    Name Type Description Auto/Required/Optional
    OBJECTIDObject ID-Auto
    SHAPEGeometry-Auto
    KWKIDENTString (25, NULL allowed)Identifier van kunstwerkRequired
    KWK_NAMEString (50, NULL allowed)KWKIDENT of specifieke kunstwerknaamRequired
    PROIDENTString (50, NULL allowed)Bijbehorende profieldefinitieRequired
    X_COORDDouble (NULL allowed)X-coordinaatOptional
    Y_COORDDouble (NULL allowed)Y-coordinaatOptional
    DIS_COEFDouble (NULL allowed)Afvoercoëfficiënt: default op 1Required
    SOURCEString (100, NULL allowed)BronOptional
    DATE_TIMEDate (NULL allowed)DatumOptional; now()
    COMMENTSString (254, NULL allowed)OpmerkingOptional
    PRO_IDENTString (50, NULL allowed)=PROIDENTRequired

    Channel > Channel

    Hierin staan alle modelwaterlopen.

    Name Type Description Auto/Required/Optional
    OBJECTIDObject ID-Auto
    SHAPEGeometry-Auto
    OVKIDENTString (25, NULL allowed)Identifier van watergangRequired
    OVK_NAMEString (50, NULL allowed)OVKIDENT of specifieke watergangnaamRequired
    INI_TYPEString (10, NULL allowed)

    Initieel peil of afvoer

    Als initieel peil: Vul in de kolom INI_TYPE het woord 'level' in, geef in de kolom INI_LEVEL het initieel peil in. Zet de waarde in INI_DISCH op 0.

    of

    Als initiële afvoer: Vul in de kolom INI_TYPE het woord 'discharge'in, geef in de kolom INI_DISCH de initiële afvoer. Zet de waarde in INI_LEVEL op 0.

    Required
    INI_LEVELDouble (NULL allowed)Initieel peil > kies winterpeilRequired bij INI_TYPE=level
    INI_DISCHDouble (NULL allowed)Initiële afvoerRequired bij INI_TYPE=discharge
    FR_TYPEString (25, NULL allowed)Bos & Bijkerk (overige opties mogelijk: Chezy, Manning, Strickler Kn, Strickler Ks, White-ColebrookRequired
    FRICTION1Double (NULL allowed)23 (licht begroeide watergang)Required
    SOURCEString (100, NULL allowed)BronOptional
    DATE_TIMEDate (NULL allowed)DatumOptional; now()
    COMMENTSString (254, NULL allowed)OpmerkingOptional
    Shape_lengthDouble (NULL allowed)-Optional

    1 FRICTION:

    Toestand waterloop Strickler waarde
    Zeer schoon45-30
    Schoon35-20
    Licht begroeid25-15
    Matig begroeid20-10
    Vrij sterk begroeid16-5
    Zeer sterk begroeid<10

    Pump_station_def

    De definities van de gemalen (Structures > pump_station). Tabel is optioneel.

    Name Type Description Auto/Required/Optional
    OBJECTIDObject ID-Auto
    KWKIDENTString (25, NULL allowed)-Auto
    CAPACITYDouble (NULL allowed)Capaciteit (m3/uur)Required
    STAGEShort ( NULL allowed)Welke stage er wordt beschreven (default = 1)Required
    SUC_STARTDouble (NULL allowed)Suction side: Aanslagpeil van stage X (m NAP) Op- en afvoer gemalenOptional1
    SUC_STOPDouble (NULL allowed)Suction side: Afslagpeil van stage X (m NAP) Op- en afvoer gemalenOptional1
    PRS_STARTDouble (NULL allowed)Delivery side: Aanslagpeil van stage X (m NAP) AanvoergemalenOptional1
    PRS_STOPDouble (NULL allowed)Delivery side: Afslagpeil van stage X (m NAP) AanvoergemalenOptional1

    1 Van de laatste vier kolommen, moeten er twee worden ingevuld. De keuze is: SUC_START & SUC_STOP of PRS_START & PRS_STOP

    Cross_sections_yz

    De definities van de Cross_sections > point_xyz. Tabel is optioneel.

    Name Type Description Auto/Required/Optional
    OBJECTIDObject ID-Auto
    PROIDENTString (25, NULL allowed)Profieldefinitie IdentifierRequired
    DIST_MIDDouble (NULL allowed)Hartlijn van waterloop (waar de X=0)Required
    BED_LVLDouble (NULL allowed)Bodemhoogte (m NAP)Required

    Cross_sections_definition

    De definities van de Cross_sections, waarmee dit bestand gekoppeld wordt aan de locaties (Cross_sections_Locations). Tabel is vereist om in te vullen, ook bij XYZ-profielpunten.

    Name Type Description Auto/Required/Optional
    OBJECTIDObject ID-Auto
    PROIDENTString (25, NULL allowed)Profieldefinitie IdentifierRequired
    TYPEString (20, NULL allowed)xyz profiel, Trapezium, yz profiel, Tabulated, Rond, Rechthoek, OvaalRequired
    BED_LVLDouble (NULL allowed)Bodemhoogte (m NAP)Required bij trapezium en tabulated
    BED_WDTHDouble (NULL allowed)Bodembreedte (stroomvoerende)(m)Required bij trapezium en tabulated
    BED_WDTH_MDouble (NULL allowed)

    Bodembreedte

    (bergend) (m). Default = BED_WDTH

    Required bij tabulated
    WAT_LVLDouble (NULL allowed)Waterlijnhoogte (peil) (m NAP)Required bij tabulated
    WAT_WDTHDouble (NULL allowed)Breedte op waterlijn (stroomvoerend) (m)Required bij tabulated
    WAT_WDTH_MDouble (NULL allowed)Breedte op waterlijn (bergend) (m). Default = WAT_WDTHRequired bij tabulated
    SUR_LVLDouble (NULL allowed)Maaiveldhoogte (m NAP)Required bij trapezium en tabulated
    SUR_WDTHDouble (NULL allowed)Breedte op maaiveld (stoomvoerend) (m)Required bij trapezium en tabulated
    SUR_WDTH_MDouble (NULL allowed)Breedte op maaiveld (bergend) (m). Default = SUR_WDTHRequired bij tabulated
    TALUDDouble (NULL allowed)Talud hellingRequired bij trapezium
    DIAMETERDouble (NULL allowed)Diameter (m)Required bij rond
    WIDTHDouble (NULL allowed)Breedte (m)Required bij type rechthoek en ovaal
    HEIGHTDouble (NULL allowed)Hoogte (m)Required bij type rechthoek en ovaal
    SOURCEString (100, NULL allowed)BronOptional
    DATE_TIMEDate (NULL allowed)DatumOptional; now()
    COMMENTSString (254, NULL allowed)OpmerkingOptional

    Kolommen die behoren bij Cross-Section types:

    Trapezium: TALUD, BED_WDTH, SUR_WDTH

    Tabulated: BED_WDTH_M, BED_WDTH, WAT_LVL, WAT_WDTH_M, WAT_WDTH, SUR_LVL,

    SUR_WDTH_M, SUR_WDTH

    Structure: WIDTH, HEIGHT, DIAMETER

    In de onderstaande tabellen kunnen voor databasedoeleinden de modelresultaten worden opgeslagen. Het invullen van deze tabellen is dus niet nodig voor modelopbouw. Tabellen zijn optioneel.

    Results_sc0_Bridge

    De modelresultaten voor bruggen

    Name Type Description
    OBJECTIDObject ID 
    KWKIDENTString (25, NULL allowed) 
    VELOCITYDouble (NULL allowed) 
    HEADShort ( NULL allowed) 
    SOURCEString (100, NULL allowed) 
    COMMENTSString (2147483647, NULL allowed) 
    DATE_TIMEDate (NULL allowed)Optional; now()

    Results_sc0_Culvert

    De modelresultaten voor duikers

    Name Type Description
    OBJECTIDObject ID 
    KWKIDENTString (25, NULL allowed) 
    VELOCITYDouble (NULL allowed) 
    HEADDouble (NULL allowed) 
    SOURCEString (100, NULL allowed) 
    COMMENTSString (2147483647, NULL allowed) 
    DATE_TIMEDate (NULL allowed)Optional; now()

    Results_sc0_Pump_station

    De modelresultaten voor gemalen

    Name Type Description
    OBJECTIDObject ID 
    KWKIDENTString (25, NULL allowed) 
    DISCHARGEDouble (NULL allowed) 
    SOURCEString (100, NULL allowed) 
    COMMENTSString (2147483647, NULL allowed) 
    DATE_TIMEDate (NULL allowed)Optional; now()

    Results_sc0_Weir

    De modelresultaten voor stuwen

    Name Type Description
    OBJECTIDObject ID 
    KWKIDENTString (25, NULL allowed) 
    VELOCITYDouble (NULL allowed) 
    HEADDouble (NULL allowed) 
    SOURCEString (100, NULL allowed) 
    COMMENTSString (2147483647, NULL allowed) 
    DATE_TIMEDate (NULL allowed)Optional; now()

    Results_sc0_Channel

    De modelresultaten voor waterlopen

    Name Type Description
    OBJECTIDObject ID 
    OVKIDENTString (25, NULL allowed) 
    DISCHARGEDouble (NULL allowed) 
    VELOCITYDouble (NULL allowed) 
    SLOPEDouble (NULL allowed) 
    SOURCEString (100, NULL allowed) 
    COMMENTSString (2147483647, NULL allowed) 
    DATE_TIMEDate (NULL allowed)Optional; now()

    Results_sc0_Calculation_points

    De modelresultaten voor rekenpunten

    Name Type Description
    OBJECTIDObject ID 
    CP_IDENTString (25, NULL allowed) 
    WS_10Double (NULL allowed) 
    WS_25Double (NULL allowed) 
    WS_50Double (NULL allowed) 
    WS_100Double (NULL allowed) 
    PEILOPZETDouble (NULL allowed) 
    SOURCEString (100, NULL allowed) 
    COMMENTSString (2147483647, NULL allowed) 
    DATE_TIMEDate (NULL allowed)Optional; now()

     

    Terug naar Hydrobases

    Turtle Urban

    Algemeen

    In relatie tot de verplichting van gemeentes om het hydraulisch functioneren van het rioolstelsel op orde te krijgen danwel houden, heeft Nelen & Schuurmans een visie ontwikkeld op het riooldatabeheer. Deze visie gaat in op het op een gestructureerde, transparante en reproduceerbare wijze opbouwen van een rioleringsmodel om dit inzicht te verkrijgen. Immers, in het opstellen van deze modellen is een grote hoeveelheid aan gegevens benodigd. In veel projecten gaat dan ook kostbare tijd verloren aan het verzamelen en structureren van de benodigde data. Turtle Urban speelt binnen deze visie een prominente rol.

    Turtle Urban staat daarmee tussen de beheersystemen zoals GBI, DgDialog en DHV Rioolbeheer en de rekensoftware zoals Sobek.

     

    Turtle Urban toolbox

    Op basis van wensen van verschillende gemeenten is een toolbox opgezet. De Turtle Urban Toolbox kan als losse toolbox worden toegevoegd aan de Arctoolbox in ArcMap. Diverse gemeenten gebruiken de Turtle Urban Toolbox al, t.w. Almere, Alkmaar, Assen en Eindhoven. Deze toolbox is door Nelen & Schuurmans succesvol toegepast in verschillende projecten.

    TUTB.PNG

    Toevoegen van Turtle Urban aan ArcGIS

    Om de Turtle Urban toolbox toe te voegen aan de Arctoolbox van ArcMap, doorloop je de volgende stappen:

    1. Start ArcMap op
    2. Ga naar de ArcToolbox
    3. arctoolbox_zTU.png
    4. Klik met de rechtermuisknop in het witte deel onder de Toolbox-lijst
    5. Kies "Add Toolbox"
    6. Navigeer naar de locatie waar de Turtle Urban Toolbox staat (bijvoorbeeld C:\Program Files\Nelen en Schuurmans\Turtle-urban\bin)
    7. Selecteer de (juiste versie van de) Turtle Urban Toolbox (TurtleUrban.tbx) - Nu is de Turtle Urban Toolbox toegevoegd aan je ArcToolboxes
    8. arctoolbox_mTU.png
    9. Klik dan nogmaals in het witte deel onder de Toolbox-lijst
    10. Kies "Save Settings" en dan "To Default" - Hierdoor wordt de toolbox standaard toegevoegd aan je ArcToolbox-lijst.

    Eisen en randvoorwaarden

    Om de projectdatabase te kunnen vullen en met deze database te kunnen werken, is een softwarepakket nodig dat GIS-georiënteerd is. Turtle Urban is onder andere geprogrammeerd voor het sofwarepakket ArcGIS van ESRI. De Turtle Urban Tools worden via een aparte werkbalk in ArcGIS beschikbaar gesteld. De gebruiker kan naar behoefte de gewenste tool kiezen.

    De tools van Turtle Urban werken met een aantal basis-eisen:

     

    Terug naar Turtle Urban beschrijving

    Visie

    Inleiding

    Nelen & Schuurmans heeft een visie ontwikkeld op het riooldatabeheer zodat op een gestructureerde, transparante en reproduceerbare wijze een rioleringsmodel kan worden opgebouwd. Immers, in het opstellen van deze modellen is een grote hoeveelheid aan gegevens benodigd. In veel projecten gaat kostbare tijd verloren aan het verzamelen en structureren van de benodigde data. Turtle Urban speelt binnen deze visie een prominente rol.

    De visie op het riooldatabeheer is gebaseerd op de volgende principes:

    In de onderstaande figuur is deze visie schematisch weergegeven.

    Visie_Turtle_Urban.jpg

    Wanneer er een vraag ligt die opgelost kan worden met een rekenmodel, dan wordt een projectdatabase opgezet die aansluit bij de vraag. Rondom de projectdatabase zijn een aantal tools beschikbaar in Turtle Urban, waarmee een groot deel van het werk geautomatiseerd wordt. Vanuit verschillende bronnen (beheerpakket, inwoners, GBKN en de ontwikkelingsdatabase) wordt deze projectdatabase gevuld. Het betreft te allen tijde de huidige, actuele situatie. Indien reeds gegenereerd situationeel advies moet worden toegevoegd, dan is het mogelijk de huidige situatie bij te werken. Op basis van de gegenereerde projectdatabase wordt een rekenmodel opgesteld, waarmee de vraag onderzocht wordt. Binnen het rekenmodel kunnen enkele aanpassingen worden doorgevoerd, waarna het advies definitief kan worden gevormd. Dit definitieve advies kan terug gekoppeld worden naar de projectdatabase. Het hele model en de situationele aanpassingen worden vervolgens gearchiveerd.

    Een belangrijk aspect van deze visie is dat het beheer van gegevens van de actuele situatie plaats vindt in de beheerpakketten en niet in het rekenmodel. Tevens is een gestructureerde werkwijze evident in het slagen van het implementeren van de visie.

     

    Terug naar visie

    Terug naar Turtle Urban beschrijving

    Stappenplan modelbouw van een rioleringsmodel

    Inleiding

    Een model is een versimpeling van de werkelijkheid en dient beschouwd te worden als een hulpmiddel bij een analyse waarin expertkennis zeker de overhand moet hebben. Een model moet altijd een concreet doel hebben met corresponderend eisenpakket. Modelonzekerheden komen voort uit gegevens (welke wellicht ontbreken of onjuist zijn), modelaannames (bijv. standaard parameters) en andere simplificaties (begrenzing en detail). Om hierop te anticiperen is het essentieel om over verschillende zaken na te denken en dit vast te leggen in een uitgangspuntennotitie.

    Bij het opzetten van een rioleringsmodel met SOBEK zijn veel gegevens nodig. De "Turtle-werkwijze" is opgezet om ervoor te zorgen dat het opzetten van een model gestructureerd verloopt en het gegevensbeheer goed geregeld is. Het grootste gedeelte van de werkwijze gebeurt in ArcGIS. De basisgegevens worden verwerkt middels Toolboxes in ArcGIS tot een uitwisselformaat van rioleringsgegevens, het zogenoemde SufHyd. De “Turtle-werkwijze” kan worden samengevat in een stappenplan voor gebruik in de praktijk.

    Op deze pagina staat het stappenplan beschreven hoe je via Turtle Urban en Sobek tot een rioleringsmodel komt. Dit rioleringsmodel kan als middel gebruikt worden in het geven van advies. De genoemde stappen hebben momenteel nog heel veel raakvlakken met Turtle en Sobek, maar zullen in de toekomst ook toegepast gaan worden bij een rioleringsmodel in 3Di.

    De stappen

    In het proces van de bouw van een rioleringsmodel zijn de volgende stappen te herkennen:

    Stap 1: Basisgegevens - Opvragen en verwerken van de basisgegevens

    Stap 2: Gegevensplatform - Invoer van basisgegevens in gegevensplatform (Turtle)

    Stap 3: Modelbouw - Opbouw van rioleringsmodel (Sobek)

    Stap 4: Modelcontrole - Uitvoeren van modelcontroles

    Stap 5: Modelanalyses - Uitvoeren van Modelanalyses

    Uitgangspunten

    Gebruik in een modelproject altijd een uitgangspuntennotitie (UPN). Stel dit document op na het startoverleg en leg hierin gedetailleerd de werkstappen vast. Leg ook vast hoe de gegevens binnen de modellering worden gebruikt en welke aannamen worden gedaan wanneer gegevens ontbreken. Sluit dit document kort met zowel de interne als de externe opdrachtgever. Een uitgangspuntennotitie is een handvat voor de werkzaamheden en vastlegging van afspraken.

    Doel van het model

    Modelgrenzen en detailniveau

    Logboek

    Gebruik in een modelproject altijd een logboek. Hierin leg je alle gevolgde (en de te volgen) stappen vast. Voor jezelf, maar misschien ook voor een collega die het project van je overneemt.

    Voor de eenduidigheid bij projecten met rioleringsmodellen gebruiken we de tenminste volgende 'hoofdstukken' in het logboek:

    Stelselkenmerken, met losse paragrafen voor leidingen & putten en kunstwerken

    Oppervlak, om daar uiteindelijk de RWA-belasting van te kunnen afleiden

    Afvalwater, om daar uiteindelijk de DWA-belasting van te kunnen afleiden.

     

    Terug naar Stappenplan modelbouw van een rioleringsmodel

    Stap 1: Basisgegevens - Opvragen en verwerken van de basisgegevens

    Inleiding

    Om een rioleringsmodel te bouwen zijn er gegevens nodig. Deze gegevens zijn onderverdeeld in stelselkenmerken, (verhard) oppervlak, DWA-belasting en afvoer naar de RWZI. De gegevens worden aangeleverd door de klant en het is aan de modelleur om daar uiteindelijk de juiste gegevens uit te halen. Deze gegevens en gegevensverwerking staan beschreven in de uitgangspuntennotitie (UPN).

    Gegevensaanvraag

    Bij Nelen & Schuurmans hanteren we een standaard uitvraag voor gegevens. Dit is een Excel-bestand: Gegevensaanvraag_BRP.xlsx

    In Kolom A staat de prioritering aangegeven, waarin 1 de hoogste prioriteit heeft. Voor puur de modelbouw zijn de stelselkenmerken belangrijk. Zaken met betrekking tot klachten of ontwikkelingen zijn relevant in het BRP-proces na de modelbouw.

    In Kolom C staat het formaat aangegeven. De genoemde volgorde is de sterke voorkeur. Het allerliefste hebben we alle stelselkenmerken in een sufhyd (001_RIONED_-_opbouw_Suf-Hyd.pdf - het standaard uitwisselformaat voor rioleringsgegevens ten behoeve van hydraulische modellering). In de praktijk komt het voor dat de kunstwerken (zoals gemalen en overstorten) los worden aangeleverd en alleen de leidingen en putten in het sufhyd zitten.

    Laat de klant de gegevens aanleveren en de bestandsnamen invoeren in Kolom E. Op deze manier heb je altijd een overzicht van welke gegevens er hoe zijn aangeleverd. Als de gegevens zijn ontvangen, zet ze dan op de projectschijf in de map Gegevens/Aangeleverd in een nieuwe map voorzien van datum (formaat jjjjmmdd) en omschrijving (dus niet de naam 'wetransfer', maar '20160302 Stelselkenmerken').

    Gegevenscontrole

    Bekijk of de gegevens die de klant heeft aangeleverd kloppen met de gegevens die hij in Kolom E heeft vermeld. Zijn de gegevens leesbaar (openen in ArcGIS bijvoorbeeld) en volledig.

    Als er in de aanbieding van het project een kwaliteitsslag of -controle is aangeboden, dan kan je die uitvoeren op de gegevens. Gebruik hiervoor de volgende richtlijnen: Kwaliteitscontrole.pdf

    De uitkomsten van de kwaliteitscontrole kan je gebruiken in de communicatie naar de klant over de kwaliteit van de gegevens en om eventuele verbeteringen in de gegevens door te voeren.

    Gegevensverwerking

    De gegevens verwerk je uiteindelijk tot invoer voor de Turtledatabase en tot een overzicht voor de klant in de vorm van een uitgangspuntennotitie (zie voorbeeld van een UPN: Uitgangspuntennotitie_ISA_Cromstrijen_incl._Bijlagen.pdf).

    De gegevens die je als invoer voor Turtle gaat gebruiken zijn:

    Deze geografische bestanden kan je het beste in ArcGIS verwerken. Ervaring leert dat het combineren van de werkzaamheden in QGis en ArcGIS kan leiden tot problemen. Niet doen dus!

    Aandachtspunten

    Aandachtspunten hierbij zijn:

    Het is hierbij essentieel dat je nauwkeurig en gestructureerd werkt. Dus:

    Vervolg

    Door naar de volgende stap:

    Stap 2: Gegevensplatform - Invoer van basisgegevens in gegevensplatform (Turtle)

    Stap 3: Modelbouw - Opbouw van rioleringsmodel (Sobek)

    Stap 4: Modelcontrole - Uitvoeren van modelcontroles

    Stap 5: Modelanalyses - Uitvoeren van Modelanalyses

    Terug naar Stap 1: Basisgegevens

    Stap 2: Gegevensplatform - Invoer van basisgegevens in gegevensplatform Turtle Urban

    Inleiding

    Nu je beschikt over alle basisgegevens om een rioleringsmodel te gaan maken, kan je aan de slag met de data in ArcGIS en Turtle. Bepaal aan de hand van de klantvraag en de gegevens welke stappen je moet doorlopen. Het is namelijk niet altijd nodig om alle tools te doorlopen.

    Een voorbeeld: Als er al een goed werkend Sobekmodel is, waarvan enkel de oppervlakken geactualiseerd moeten worden, dan is het niet altijd nodig om de tool 2.4 Exporteren naar Suf-Hyd te gebruiken. De actualisatie kan namelijk ook in Sobek gebeuren.

    Werken met geodatabases

    Om op een gestructureerde en reproduceerbare manier de brongegevens naar modelinvoer om te zetten, worden er een drietal geodatabases gebruikt, t.w.:

    Lege varianten van de eerste twee databases kan je vinden op L:\Intern\Kennismanagement\Turtle\Turtle-urban . De laatstgenoemde is een lege database, zonder tabellen e.d., die je zelf aanmaakt.

    Gebied_hyd.gdb

    De indeling van een SUF-HYD als geodatabase staat hier beschreven.

    Gebied_basis.gdb

    De Gebied_basis.gdb moet de volgende gegevens bevatten:

    Gebied_tussenres.gdb

    We gebruiken een gestandariseerde naamgeving van de output van Turtle tools. Dit is dataformat(lijn of vlak)_toolnummer(zonder leestekens)_datatype_extrainfo (indien nodig). Zo krijg je bijvoorbeeld de volgende outputbestanden:

    lijn_112a : Dit is de uitvoer van tool 1.1.2a en het is een lijnenbestand

    vlak_113 : Dit is de uitvoer van tool 1.1.3 en het is een vlakkenbestand

    lijn_32_gem : Dit is de uitvoer van tool 3.2, het is een lijnenbestand en specifiek voor het gemengde stelsel

    Als iedereen deze naamgeving gebruikt, dan zijn de handelingen voor iedereen reproduceerbaar en herleidbaar!

    Gegevens in de juiste database

    Omdat Turtle verwacht dat de gegevens in een bepaald formaat zijn opgenomen in de databases is het van belang dat je die dus ook op de juiste manier vult. Gebruik hiervoor ook de informatie die in het (001_RIONED_-_opbouw_Suf-Hyd.pdf staat opgenomen.

    In Gebied_hyd.gdb laad je je bronbestanden in van stelselkenmerken en kunstwerken, waarbij je de velden van het bronbestand en de tabel in de .gdb op een juiste manier koppelt. Het laden van tabellen doe je in ArcCatalog, waar je met de rechtermuisknop klikt op de te laden tabel. Dan klik je Load > Load data en geef je in de wizard in welk veld bij welk veld hoort. Controleer na de load of je hetzelfde aantal records hebt, en of alle velden goed zijn meegekomen. Laad alleen de tabellen in waar je gegevens van hebt. De tabellen die niet relevant zijn, kan je weggooien (bijv. gemaal_knoop, want alle gemalen moeten als lijnen worden geschematiseerd).

    In Gebied_basis.gdb zet je de volgende bestanden neer met de volgende indeling:

    GBKK = Gemeentebrede koppelkaart

    gbkk.JPG

    Je kan ervoor kiezen om het hele gebied in één feature te 'vangen', wat soms handig is, en sowieso turtletijd scheelt. Of je kan elke bemalingsgebied apart omschrijven (zoals hierboven te zien is). Tijdens het uitvoeren van de Turtle tools worden de velden aangeroepen vanuit het .ini (of settings) bestand. Het is dus belangrijk om de naamgeving te conformeren aan het .ini bestand (of anders om). Hierboven zie je bijvoorbeeld het veld gm en het veld gem. Beide velden bevatten dezelfde informatie en gaan over de gemengde leidingen. Omdat de modelleur 'geen zin had' om in het .ini bestand te kijken, heeft deze uit gemak, maar beide velden in de gbkk opgenomen.

    Door de waarde 1 aan te geven in de velden geef je TRUE aan, wat betekent dat dit type leidingen moet worden meegenomen in de koppeling van verhard oppervlak in het model en dat de rekenregels in acht moeten worden genomen. <de veldnamen staan gedefinieerd in de .ini>

    Oppervlak

    oppervlak.JPG

    Elke regel is een polygoon in je oppervlakkenkaart. In het veld DEFINITIE kan je de omschrijving meegeven die vanuit de bronbestanden zijn meegenomen. Het veld def gebruikt vaste afkortingen voor de vertaalslag naar het NWRW-inloopmodel: dak_hel, dak_vla, gvh (gesloten verhard), ovh (open verhard). In het veld riolering geef je per polygoon aan waar het naartoe afwatert. Maak hierbij de keuze uit: gem (gemengd), rwa, dwa (als een foutieve aansluiting bekend is) of owa (als niet aangesloten op leiding, maar direct of indirect (via de bodem of drainage) afvoert richting oppervlaktewater. In het veld turtle combineer je de velden def en riolering, zodat er één string ontstaat met het format def_riolering. <de veldnamen staan gedefinieerd in de .ini>

    Rekenregels

    rekenregels.JPG

    Dit is enkel een tabel, zonder geografische component. In de rekenregels beschrijf je welke Turtle-string op welke manier afvoert naar de leidingen. In het veld TURTLE geef je elke beschikbare combinatie die in je oppervlakkenkaart is opgenomen (zie punt hiervoor). Vervolgens geef je aan welk percentage daarvan afwatert naar RWA, DWA, GM (of GEM).

    Zoals je ziet gaat de string ovh_owa (open verhard open water) niet naar een leiding. Neerslag dat op dit wegdeel terecht komt, gaat dus niet naar de riolering. Het oppervlak daarvan wordt dus uiteindelijk niet aan een leiding toegekend.

    Met de rekenregels is het mogelijk om 'aparte' situaties op te nemen. Bijvoorbeeld een weg die slechts voor de helft afvoert naar de riolering zouden we de turtlestring gvh_50_rwa kunnen geven en dan in de veld RWA 50 neerzetten. Hierdoor hoeven we de polygoon van dat wegdeel niet op te knippen. Doe dit soort afwijkende zaken alleen als het om een grotere afwijkende hoeveelheid gaat (bijvoorbeeld een hele weg die 'getilt' is aangelegd).

    <de veldnamen staan gedefinieerd in de .ini>

    Conversietabel

    conversie.JPG

    Voor de conversietabel geldt hetzelfde als voor de rekenregels: het heeft geen geografische component én alle turtlecombinaties moeten zijn opgenomen. De conversietabel heeft dus hetzelfde aantal records als de rekenregels.

    In de conversietabel geef je aan welk percentage van het oppervlak met die turtle-string op welke manier, afvoert volgens het NWRW-model. Dit bepaalt de uiteindelijke inloopparameters, dus inloopsnelheid in je rekenmodel. Een hellend dak voert bijvoorbeeld sneller af dan een vlak dak, omdat het minder lang duurt eerdat de druppel in de leiding zit, want het dak is hellend. De totaalpercentages van de rijen moet 100 zijn. Tenzij de gebruiker extra oppervlak wilt berekenen, of juist oppervlak wilt afkoppelen per type landgebruik.

    Met de conversietabel is het mogelijk om 'aparte' situaties op te nemen. Bijvoorbeeld een pand met deels een hellend dak en deels een vlak dak zouden we de turtlestring dak_50_gem kunnen geven en dan in de velden DAK_HEL en DAK_VLA beide 50 neerzetten. Hierdoor hoeven we de polygoon van dat pand niet op te knippen. Doe dit soort afwijkende zaken alleen als het om een grotere afwijkende hoeveelheid gaat (bijvoorbeeld een hele wijk 'rare' woningen). In de modelberekeningen hebben de inloopparameters doorgaans niet echt een sterke invloed en zijn onzekere factoren in de modellering vaak meer bepalend.

    <de veldnamen staan gedefinieerd in de .ini>

    Werken met de Turtle Tools

    Alle tools staan hier beschreven. Normaliter doorloop je achtereenvolgens de volgende tools om het verharde oppervlak toe te kennen aan het model. Bepaal met je kwaliteitscontroleur welke tools er nodig zijn!:

    Voor het toekennen van DWA zijn er meerdere manieren mogelijk. Zo kan je de gegevens uit de GBA gebruiken in tool 1.1.4 Importeren DWA gegevens uit GBA of je kan met tool 2.2. Toekennen DWA definities de informatie aanvullen. Nadat je de DWA hebt toegevoegd, dien je tool 2.3 uit te voeren om de belasting door te voeren in de schematisatie. Je zou zelfs de DWA gegevens in Sobek kunnen toekennen.

    Conversie naar Sobek

    Als je alle gegevens in de Turtle geodatabases gereed hebt gemaakt, dan voer je tool 2.4 uit. Hiermee exporteer je de Turtle informatie naar een SUF-HYD , het uitwisselformaat voor hydraulische gegevens ten behoeve van rioleringsmodellen.

    Vervolg

    Door naar de volgende stap:

    Stap 3: Modelbouw - Opbouw van rioleringsmodel (Sobek)

    Stap 4: Modelcontrole - Uitvoeren van modelcontroles

    Stap 5: Modelanalyses - Uitvoeren van Modelanalyses

    Terug naar Stap 2: Gegevensplatform

    Stap 3 - Het opbouwen van een rioleringsmodel in Sobek

    Inleiding

    Uit de Turtle conversie komt een sufhyd bestand. Deze ga je inlezen in Sobek, controleren, verbeteren en testen (= Stap 4). Dan pas is het model gereed voor analyses.

    Import model

    Alvorens te importen wil ik even je aandacht vestigen op de naamgeving van de cases die je gaan gebruiken in Sobek. Gebruik hiervoor hetvolgende format:

    jjjjmmdd initialen omschrijving (evt. neerslaggebeurtenis)

    bijvoorbeeld: 20151203 JN import sufhyd v1

    of: 20151203 JN testberekening bui08

    Om te importeren kies je in Sobek bij Import Network ervoor om een sufhyd te importeren. Bij de import wordt een logbestand gegenereerd. Sla deze apart op, want die heb je later nog nodig. (mochten er echte problemen zijn met de import, zal je in Turtle de gegevens moeten aanpassen, nieuwe sufhyd maken en opnieuw importeren)

    Stel vervolgens bij Settings in dat het een SF (sewer flow) model is met RR (rainfall runoff) en kies wat standaard settings (deze pas je later toch nog aan, voorbeeld is time step 5 minuten, completely dry system, output timestep 5 minuten, average wegschrijven, discharge bij kunstwerken en leidingen, waterstand en time water-on-street bij knopen en velocity bij leidingen). Vervolgens kies je een neerslaggebeurtenis bij Meteorological data (ik kies meestal de standaard bui 8, omdat je daarmee toch aan de slag moet).

    Sla dan deze case op als aparte case. -> 20151203 JN import sufhyd v1

    Controle van import

    Sla de import case op onder een andere naam, zodat je twee cases hebt. -> 20151203 JN import sufhyd v2

    Kijk nu in het logbestand en loop de problemen die daarin gemeld worden na. Bespreek dit met de kwaliteitscontroleur alvorens aanpassingen te doen. Pas vervolgens de schematisatie aan, om eventuele problemen die de import hebben veroorzaakt op te lossen. Let erop: als je leidingen wil verwijderen > zet dan eerst het aangesloten oppervlak en dwa over naar een dichtbijzijnde leiding van hetzelfde soort (gemengd naar gemengd, rwa naar rwa).

    Vervolgens controleer je of de hoeveelheid aangesloten oppervlak en DWA overeenkomst met de hoeveelheid die je hebt toegekend in turtle. Dit kan je per leidingtype doen. Maak hiervoor met een polygoon een selectie van het gehele gebied > rechtermuisknop > Model data > Rainfall Runoff Model. Hiermee open je de multiple data editor, waar je per knoop en per leiding het aangesloten oppervlak en toegekende ie / veb kan bekijken. Copy/paste de hele tabel in Excel en sommeer per leidingtype/knooptype het aangesloten type verhard oppervlak. Vergelijk deze met de waarden uit de tabel die uit turtle tool 2.1 (vlakken) komt. Deze kan je optellen met behulp van de summary statistics functie in ArcGIS. Er mogen geen verschillen zijn (ook niet een paar vierkante meter! Vierkante centimeter kan nog om afronding gaan trouwens). Ga anders na (samen met de kwaliteitscontroleur) waar dat aan kan liggen.

    Als laatste controleer je (steekproefsgewijs als het een groot gebied is meer veel kunstwerken) de getallen die zijn ingevuld bij de kunstwerken. Zijn deze goed overgekomen, in de juiste eenheid?

    Als alles goed is (gezet) sla dan de case op (20151203 JN import sufhyd v2)

    Toevoegen kunstwerken

    Sla nu de bovenstaande case nog eens op, maar onder de naam 20151203 JN modelaanpassingen v1 (en verder)

    Eventuele kunstwerken die nog niet met de Turtle conversie waren meegenomen kan je nu handmatig in Sobek klikken. Denk hierbij aan bergbezinkvoorzieningen en aan modelranden. Hieronder staan wat voorbeelden beschreven:

    Bergbezingvoorziening

    bbb.JPG

    Een bergbezinkvoorziening is vaak makkelijker om deze sterk vereenvoudigd op te nemen in de schematisatie. De bergingsbak/leiding wordt geschematiseerd als grote knoop (met het juiste bergende volume). Via de interne overstort wordt de bak gevuld. Via de externe overstort kan de bak lozen naar de uitlaat. Onder de interne overstort ligt een gemaaltje terug naar het stelsel, die de bak leegpompt. Vaak is de capaciteit van zo'n gemaaltje bekend. Als niet, dan kan je aannemen dat de bak binnen 10 uur leegpompt. Stel dat de bak 100 m3 is, en hij moet binnen 10 uur leeg zijn, dan moet het gemaal een capaciteit van 10 m3/uur hebben.

    Modelrand bij RWZI

    eind.JPG

    De eindgemalen van de bemalingsgebieden voeren af naar de RWZI. In Sobek wordt de RWZI niet volledig geschematiseerd (met al zijn processen), maar als een hele grote knoop met een hele grote leiding eraan vast met aan de andere kant een boundary. De knoop moet groot zijn, omdat anders het model daar kan gaan itereren. De leiding moet ligt aflopen richting de boundary, zodat het water afvoert. De boundary kan je op -10 m NAP zetten, zodat er zeker geen water instroomt. De hoogteligging van de knoop en de leiding maken verder niet zo heel veel uit, mits ze maar in afstemming zijn met elkaar.

    Toevoegen sturing

    Mocht er ook nog sturing plaatsvinden in het gebied dan zal je deze nog handmatig moeten toevoegen in de schematisatie (anders kan je deze stap overslaan).

    Sla nu de bovenstaande case nog eens op, maar onder de naam 20151203 JN sturing v1 (en verder) en voeg de sturing toe. Stem dit af met de kwaliteitscontroleur.

    Vervolg

    Door naar de volgende stap:

    Stap 4: Modelcontrole - Uitvoeren van modelcontroles

    Stap 5: Modelanalyses - Uitvoeren van Modelanalyses

    Terug naar Stap 3: Modelbouw

    Stap 4: Modelcontrole - Het uitvoeren van modelcontroles

    Inleiding

    Er worden standaard een drietal analyses uitgevoerd om te kijken of de schematisatie van een rioleringsmodel goed en plausibel is. Deze analyses worden gedaan aan de hand van de volgende neerslaggebeurtenissen:

    Hieronder staan neerslaggebeurtenissen en controles beschreven. De uitkomsten van de controles kunnen leiden tot aanpassingen in de schematisatie (doordat er fouten zitten in de aangeleverde gegevens of omdat het model anders werkt).

    Droog weer gebeurtenis

    Voor deze analyse wordt een periode van twee weken doorgerekend waarin er geen neerslag valt. Deze analyse dient ter verificatie van de DWA belasting op het stelsel. Alle DWA dient tijdens deze periode afgevoerd te worden. De duur is twee weken zodat eventuele ophopingen/knelpunten in het stelsel goed zichtbaar worden.

    Continue belasting volgens historische ontwerpnorm van de riolering

    Voor deze analyse wordt het stelsel gedurende één etmaal belast met een hoeveelheid neerslag die volgens de historische ontwerpnorm van de riolering (60 l/s/ha) afgevoerd moet kunnen worden. Dit komt overeen met 21,6 mm/uur. Daarna volgt er een etmaal zonder neerslag. Na deze periode moet het stelsel weer helemaal leeg zijn. De totale duur van deze gebeurtenis is 48 uur (voorheen werd ook wel de hoeveelheid van 13 mm/uur gebruikt).

    60lsha.png

    Korte heftige neerslaggebeurtenis

    Voor deze analyse wordt het stelsel belast met een korte, heftige neerslaggebeurtenis met een herhalingstijd van 2 jaar (standaard bui 08) of van 10 jaar (standaard bui 10)(afkomstig uit de Leidraad Riolering, Module C2100). We raden aan deze neerslaggebeurtenis te verlengen met 12 uur zonder neerslag. Met deze analyse wordt gecontroleerd hoe het stelsel zich gedraagt tijdens extreme neerslagsituaties. Doorgaans wordt standaard bui 08 ook gebruikt om het stelsel te toetsen op hydraulisch functioneren.

    bui08.png bui10.png

    Validatie

    Om vast te stellen of het model het werkelijke systeemgedrag goed nabootst is een validatie nodig. Met een validatie leg je de gemeten waterstanden naast de berekende waterstanden. Het verloop van beide lijnen moet vergelijkbaar zijn. Afwijkingen moeten verklaarbaar zijn.

    Hoe voer je een validatie uit?

    Ten eerste heb je meetgegevens nodig van locaties in het stelsel. Goede validatielocaties zijn gemaalputten van eindgemalen. Om een eerste (en doorgaans goede) indruk te krijgen, valideren we alleen op de waterstanden van de eindgemalen. Aanvullend zou je nog kunnen valideren op achterliggende gebieden, of bij overstorten (indien bemeten)

    Tevens heb je neerslaggegevens nodig, waarvan je een bui-bestand kan maken die je op je model kan 'gooien'. Gegevens uit de Nationale Regenradar zijn hiervoor zeer geschikt. Ze leveren vijf minuten waarden, en dat is doorgaans een prima detailniveau om je model door te rekenen.

    Vervolgens kies je een validatieperiode. Het is verstandig om een gemiddelde neerslagperiode hiervoor te nemen, waar in 2-3 dagen een stuk of 2-4 'normale' buien vallen (herhalingstijd < 1 jaar). In het begin van de validatieperiode kan het een poosje droog zijn, of een kleine bui vallen. Hierdoor vult het stelsel zich, wat een goed uitgangspunt is voor de validatieberekening.

    Als je de validatieperiode hebt bepaald, maak je daar een bui-bestand van en gooi je die bui op je model. Zorg ervoor dat je de tijdstappen van de berekening en output ook op vijf minuten zet en dat je de resultaten wegschrijft als gemiddelde. Na de berekening haal je de resultaten uit het model. Hiervoor ga je naar Results in Chart. Daar zoek je de (results at nodes) waterstanden van de validatielocaties op (putnummers van de gemalen die je valideert), je kiest de gehele periode. Deze sla je op als .dbf en kan je vervolgens in Excel verder bekijken.

    Tip is om één Excelbestand aan te maken met alle resultaten. Maak hierin de volgende tabbladen aan: Neerslag, Gemeten Waterstand, Berekende Waterstand en zet daar de relevante data neer. In het tabblad Validatie combineer je de berekende en gemeten waterstanden in één lijnfiguur. Voor de volledigheid zet je de neerslag eronder als staafdiagram.

    valideren.JPG

    Verklaren van validatieresultaten

    Per validatielocaite wordt een grafiek gemaakt. Deze grafiek geeft de neerslaghoeveelheid die afkomstig is van de Nationale RegenRadar (en dus op het model 'gevallen' is) en de gemeten en berekende waterstand tijdens deze neerslagperiode. Hieronder staat de figuur van wat er in de grafiek kan worden afgelezen.

    validatie_uitvoeren.JPG

    De blauwe lijn in de figuur (geldt voor zowel gemeten als berekende waterstand) geeft aan hoe de inloop(vertraging) vanuit het achterliggende stelsel verloopt (A) en hoe het leegpompen van de gemaalput verloopt (D). Als de lijnen van de gemeten en berekende waterstand op een vergelijkbare manier stijgen en dalen, dan is de conclusie dat respectievelijk de inloop(vertraging) en/of het leegpompen goed is gemodelleerd.

    De maximale waterstand (B) en het aangesloten verhard oppervlak (C - grijs gearceerd) geven een indicatie voor het totale watervolume dat de put bereikt. Dit wordt bepaald door de hoeveelheid gevallen neerslag (mm) en het aangesloten oppervlak (m2).

    Mocht er in werkelijkheid wel een waterstandspiek zijn en in de berekende waterstanden niet, kijk dan ook naar de neerslaggegevens die je op je model hebt gegooid. Wat er toen wel neerslag voor het model? Als niet, dan kan het zijn dat de Nationale RegenRadar een bui heeft gemist.

    Vervolg

    Door naar de volgende stap:

    Stap 5: Modelanalyses - Uitvoeren van Modelanalyses

    Terug naar Stap 4: Modelcontrole

    Stap 5 - Het uitvoeren van Modelanalyses

    Inleiding

    Het model is een middel om analyses uit te voeren. Hieronder staan een aantal analyses benoemd die doorgaans voor een BRP worden gevraagd. Bij elke analyse is het van belang dat je begrijpt waarom deze wordt uitgevoerd en wat de gewenste output is (hiermee bedoel ik niet het resultaat, maar de vorm > tabel/grafiek/tekstueel). Op deze pagina wordt regelmatig gerefereerd aan: C2100_Rioleringsberekeningen_hydraulisch_functioneren.pdf

    Neerslaggebeurtenis of reeks

    Er zijn twee types neerslagbestanden mogelijk in Sobek. Dit is een neerslaggebeurtenis (.BUI) of een neerslagreeks (.RKS).

    Een neerslaggebeurtenis is doorgaans een korte periode met één of meerdere korte buien. Bij gebeurtenisberekeningen moet de DWA-belasting constant zijn (dus niet variabel) -> hiervoor ga je uit van 12 liter / uur / ie en 10 liter / uur / veb.

    Een neerslagreeks is een verzameling buien over een langere periode, waarbij de voorgeschiedenis (wat uit de voorgaande buien kwam) de uitkomsten beïnvloedt. De lengte van een bui/reeks in combinatie met de gekozen tijdstap bepalen hoe lang de berekening duurt. Denk hierbij dus goed na over de setting alvorens een berekening aan te zetten.

    Hydraulisch functioneren

    Het hydraulisch functioneren van een rioolstelsel wordt getoetst met behulp van een ontwerpneerslaggebeurtenis met een herhalingstijd van 2 jaar. Een rioolstelsel moet deze neerslaggebeurtenis (bui 08, Leidraad Riolering, Module C2100) kunnen verwerken zonder dat er overlast en/of schade optreedt.

    Het model reken je daarvoor door met een standaard bui 08. Deze neerslaggebeurtenis zit al standaard in het pakketje buien die Sobek aanbiedt (STNBUI08.BUI), net als alle andere buien uit de Leidraad Riolering. Tijdstap en outputstap kan je het beste op 5 minuten zetten. De resultaten schrijf je weg als gemiddelde per tijdstap. Zorg ervoor dat time water-on-street is aangevinkt bij de output. De initiële conditie is in principe een leeg stelsel zonder stroming. Let erop dat je DWA-belasting constant is (zie hierboven bij neerslaggebeurtenis).

    De resultaten van het hydraulisch functioneren worden vaak gevisualiseerd in een figuur met time water on street (=wos) (dus de tijd dat het water op straat voorkomt). Kies hiervoor een slimme en duidelijke legenda-indeling. Via Netter > Options > Network data > All Data heb je nog de mogelijkheid de grootte van de knopen (en breedte van lijnen) aan te passen naar waarde (geen wos is klein puntje).

    Hieronder een voorbeeld van een water-op-straat plaatje.

    wos.JPG

    Vervolgens kan je door sideviews te trekken mogelijk verklaren waar de water-op-straatproblemen vandaan komen (en oplossingsrichtingen bedenken). In combinatie van een luchtfoto en AHN kan je ook wel inschatten waar het tot echte problemen zal gaan komen (of niet).

    Milieutechnisch functioneren

    Voor de eisen die worden gesteld aan het milieutechnisch functioneren is uitgegaan van het rapport ‘Eenduidige basisinspanning; nadere uitwerking van de definitie van de basisinspanning’, een van de deelrapporten van de CIW-rapportage ‘Riooloverstorten’. Opgemerkt dient te worden dat deze basisinspanning geen doel op zich is, maar een richtlijn voor de gemeente om de werking van het stelsel te beoordelen.

    Het milieutechnisch functioneren van een rioolstelsel wordt bepaald met behulp van de 10-jarige neerslagreeks van De Bilt (1955-1964). Hierbij wordt de vuilemissie uit de gemengde overstorten berekend. Er wordt bij een gemengd stelsel uitgegaan van een gemiddelde concentratie van 250 mg CZV per liter en een gemiddeld rendement van een randvoorziening van 45%. Het milieutechnisch functioneren wordt bepaald voor de huidige situatie en voor één toekomstscenario.

    De neerslagreeks is een lange reeks, waarbij je slim moet omgaan met de settings om de rekentijd te optimaliseren. Na de berekening haal je voor elke gemengde externe overstort de overstortvolumes uit SOBEK (via Netter > Tools > Structure Statistics) en deze plak je in Excel. Het overstortvolume vermenigvuldig je met 250 mg CZV per liter (let op de eenheden). Voor de externe overstorten bij bergbezinkvoorzieningen vermenigvuldig je het ook nog met een factor van 0,55 (want rendement is 45% en 100-45 = 55% = 0,55). Dit resulteert in een tabel die je per bemalingsgebied communiceert:

    vuilemissie.JPG

    Berging

    In het volgende document staat uitgelegd hoe je de berging kan bepalen: 003__Berging_bepalen.pdf

    Klimaatanalyse

    Om gevoeligheden en toekomstige knelpunten in het hydraulisch functioneren van het rioolstelsel inzichtelijk te maken, wordt een klimaatscenario gebruikt. Dit wordt gedaan met behulp van een ontwerpneerslaggebeurtenis met een herhalingstijd van 5 jaar (bui 09, Leidraad Riolering, Module C2100). Deze bui wordt door de Themagroep Wateroverlast in bebouwd gebied geadviseerd als verantwoord klimaatscenario, omdat de huidige bui 09 in 2050 te vergelijking is met een t=2 situatie.

    Soms wordt er door de klant om een bui 10 (herhalingstijd van 10 jaar, Leidraad Riolering, Module C2100) gevraagd als klimaatscenario. Hierbij kan je er vanuit gaan dat 'bijna alles in het rood gaat', dus dat er zeer veel water-op-straat wordt berekend. De vraag is echter: Wat schiet je op met deze berekening? Ga deze dialoog aan, voordat je de berekening uitvoert.

     

    Terug naar Stap 5: Modelanalyses

    Handleiding Turtle Urban Tools

    Hieronder vind je een overzicht van de beschikbare tools in Turtle Urban. Mochten deze pagina's niet voldoende zijn kunt u contact opnemen met de TurtleHelpdesk.

    1. Projectdatabase

    1.1 Hydrobase basisbestanden

    1.2 Hydrobase riolering

    1.3 Importeren basisbestanden

    2. Model

    3. Analyse & Presentatie

     

    Terug naar inhoudsopgave handleiding Turtle Urban Tools

    1. Projectdatabase

    1.1 Hydrobase basisbestanden

    1.1.1 Importeren Suf-hyd

    Invoer

    De volgende invoerbestanden zijn nodig:

    111.PNG

    Werkwijze instrument

    Deze tool zet een hydraulisch uitwisselformaat (Suf-Hyd) om in een geodatabase.

    Uitvoer

    Een geodatabase waarin alle informatie uit de sufhyd is verwerkt. Controleer de logging van de actie. Kijk hierbij naar de warnings en of deze terecht zijn, of aanvullende actie vereisen.

    Hieronder een voorbeeld indeling van de uitvoer:

    test_gdb.png

    Instellingen

    Voor deze tool worden in het bestand TurtleUrban.ini de volgende instellingen gebruikt:

    INI_sufhyd.png

     

    Terug naar 1.1.1 Importeren Suf-hyd

    Terug naar inhoudsopgave handleiding Turtle Urban Tools

    1.1.2a Voorbereiden leidingenbestand

    Invoer

    De volgende invoerbestanden zijn nodig :

    112a.PNG

    Werkwijze instrument

    Kopieert de geometrie van de *LEI, veranderd dit in een *AFV. Gooit overbodige kolommen weg en maakt de velden voor afvoerend oppervlak aan zoals deze beschreven zijn in de .ini file.

    Uitvoer

    De uitvoer is de basis voor de nieuwe *AFV. Het is een feature class met de velden uit de .ini file uit de onderstaande sectie SUF-HYD van de .ini file.

    Instellingen

    Voor deze tool worden in het bestand TurtleUrban.ini de volgende instellingen gebruikt:

    INI_sufhyd.png

     

    Terug naar 1.1.2a Voorbereiden leidingenbestand

    Terug naar inhoudsopgave handleiding Turtle Urban Tools

    1.1.2b Importeren metadata (optioneel)

    Deze tool is bedoeld voor de gebruikers die metadata over de riolering bijhouden in extra velden in ArcGIS. Deze tool geeft de mogelijkheid de metadata te importeren die een gebruiker uit tool 2.5 heeft geëxporteerd. Dit is nodig als een SUF-HYD in Sobek is ingelezen, ge-edit en daarna weer wordt ingelezen in ArcGIS.

    Invoer

    De volgende invoerbestanden zijn nodig :

    112b.PNG

    Werkwijze instrument

    Importeert de metadata uit een filegeodatabase en koppelt deze op basis van leiding of knoop ID. De specifieke metadatavelden worden gedefinieerd in de .ini file.

    Uitvoer

    Nieuwe file geodatabase waarin de SUF-HYD en metadata staan. Waar geen metadata beschikbaar is, komt een foulmelding in het logging-scherm.

    Instellingen

    Voor deze tool worden in het bestand TurtleUrban.ini de volgende instellingen gebruikt:

    INI_meta.png

     

    Terug naar 1.1.2b Importeren metadata (optioneel)

    Terug naar inhoudsopgave handleiding Turtle Urban Tools

    1.1.3 Actualiseren gemeentebrede koppelkaart

    In de gemeentebrede koppelkaart (GBKK) wordt door de gebruiker aangegeven aan welke rekenregels en conversieregels een gebied zich moet houden. In deze regels wordt gedefinieerd op welke leidingtype welk type afvoerend oppervlak zit en voor hoeveel procent het geheel afwatert.

    Invoer

    De volgende invoerbestanden zijn nodig:

    113.PNG

    Werkwijze instrument

    De tool importeert en actualiseert de gemeentebrede koppelkaart (GBKK). Hierbij worden de onderstaande acties/controles uitgevoerd:

    Zorg ervoor dat de .ini file correct staat. Hieronder wat tips:

    In [General]: field_containing_rioolgebieden_id = "...." moet gelijk zijn aan een kolomheader in de invoer GBKK

    In [DefinitieLeidingtypes]: de leidingtypedefinities, bijv. rwa = 01 etc., moeten overeenkomen met de waarden van de kolom lei_typ in het leidingenbestand (output 1.1.2a)

    Uitvoer

    Een geactualiseerde gemeentebrede koppelkaart, die te gebruiken is andere tools.

    In de output staan een kolom "totaal" en een kolom "datum". Deze zijn 'hardcoded' geprogrammeerd. Indien niet aanwezig worden ze aangemaakt. Het datumveld is een standaard Date format en gaat uit van Windows instellingen (Amerikaans, Engels of Nederland, etc.). Indien er niks in het veld is ingevuld, wordt de datum van de computer automatisch ingevuld door de tool. Bij overlappende polygonen wordt de polygoon met meest recente mutatiedatum overgenomen. De gebruiker kan dus nieuwe gebieden in de gemeentebredekoppelkaart toevoegen door over bestaande heen te tekenen. Op deze wijze is het dus mogelijk historie te beheren.

    Instellingen

    Voor deze tool worden in het bestand TurtleUrban.ini de volgende instellingen gebruikt:

    INI_general.png

    INI_def_leidingtypes.png

     

    Terug naar 1.1.3 Actualiseren gemeentebrede koppelkaart

    Terug naar inhoudsopgave handleiding Turtle Urban Tools

    1.1.4 Importeren dwa gegevens uit GBA

    Invoer

    De volgende invoerbestanden zijn nodig :

    114_urban.PNG

    Werkwijze instrument

    Deze tool importeert de gegevens uit de gemeentelijke basisadministratie en schrijft de aantallen inwoners weg naar de vlakkenkaart.

    Uitvoer

    Vlakkenkaart met daarin afvoerende oppervlakken en inwoneraantallen.

    Instellingen

    Voor deze tool worden in het bestand TurtleUrban.ini de volgende instellingen gebruikt:

    Field_with_number_of_citizens en field_containing_surface_type_information uit General wordt gebruikt.

    INI_general.png

    Uit de vlakkenkaart wordt aan de hand van onderstaande informati gehaald aan welk type verharding inwoners toegekend kunnen worden. Deze verharding staat in de kolomnaam zoals gedefinieerd in field_containing_surface_type_information uit General

    INI_verhardoppervlakhuis.png

    INI_dwakoppeling.png

     

    Terug naar 1.1.4 Importeren dwa gegevens uit GBA

    Terug naar inhoudsopgave handleiding Turtle Urban Tools

    1.2 Hydrobase riolering

    1.2.1 Automatisch genereren afvoerend oppervlak

    Invoer

    De volgende invoerbestanden zijn nodig:

    121_urban.PNG

    Werkwijze instrument

    Deze tool berekent voor elke polygoon de dichtsbijzijnde leiding van elk leidingtype aanwezig in het rioleringsgebied. Deze koppeling gebeurt op basis van 1) de percentages in de GBKK of 2) de rekenregels. Als beide informatiebronnen ontbreken, dan wordt er een foutmelding gegeven.

    Als er gebruik wordt gemaakt van het opknippen van Voronoi/Thiessenpolygonen, dan worden de vlakken opgeknipt in de kleinste gemene deler. Dat betekent dat per leidingtype per leiding een Thiessenpolygoon wordt getekend. Deze worden over elkaar heengelegd en 'geintersect' met het vlakkenbestand. Zo ontstaan kleine verharde oppervlakken. Dit kan met name voor wegen handig zijn, maar voor huizen onwenselijk. Vandaar dat er een mogelijkheid is om daken (of andere typen verhard oppervlak) in zijn geheel aan een leiding toe te kennen. Een afzonderlijk dak wordt dan niet opgeknipt (dus voert altijd maar op één leiding af en niet meerdere). Dit wordt ingevuld in het .ini bestand.

    Als de GBKK uit meerdere losse gebieden bestaat, dan kan afvoerend oppervlak nooit worden toegekend aan een leiding die in een ander gebied ligt.

    Uitvoer

    Een vlakkenbestand met in de attribute table een kolom per leidingtype met daarin de dichtsbijzijnde leidingen van dat leidingtype in het rioleringsgebied (tenzij er met een locatiespecifieke koppelkaart wordt gewerkt > zie tool 1.2.2 Actualiseren met locatiespecifieke koppelkaart.

    Instellingen

    Voor deze tool worden in het bestand TurtleUrban.ini de volgende instellingen gebruikt:

    Vul achter field_containing_surface_type_information de kolomheader in van het veld waarin het oppervlaktype wordt gedefinieerd (bijv. Schuin dak)

    INI_general.png

    Zorg dat de invulwaarde uit de kolom waarin het oppervlak wordt gedefinieerd, terugkomt in de waarde achter verhard_oppervlak_huisdefinitie

    INI_verhardoppervlakhuis.png

     

    Terug naar 1.2.1 Automatisch genereren afvoerend oppervlak

    Terug naar inhoudsopgave handleiding Turtle Urban Tools

    1.2.2 Actualiseren met locatiespecifieke koppelkaart

    Invoer

    De volgende invoerbestanden zijn nodig:

    122.PNG

    Werkwijze instrument

    Deze tool detecteert of er overeenkomende polygonen zijn in het bestand met de afvoerende oppervlakken en de locatiespecifieke koppelkaart. Als dit het geval is, wordt de polygoon uit het bestand met afvoerende oppervlakken vervangen door het polygoon uit de locatiespecifieke koppelkaart.

    Uitvoer

    De geactualiseerde versie van de afvoerende oppervlakken.

    Instellingen

    Geen instelling in het .ini bestand nodig.

     

    Terug naar 1.2.2 Actualiseren met locatiespecifieke koppelkaart

    Terug naar inhoudsopgave handleiding Turtle Urban Tools

    1.3 Importeren basisbestanden

    1.3.1 Importeer Scenario's

    Invoer

    De volgende invoerbestanden zijn nodig:

    131.PNG

    Werkwijze instrument

    Uit de plankaart wordt het plangebied geselecteerd waarop een bepaald scenario betrekking heeft. Dit gebeurt op basis van de scenarionaam. De naam van het scenario zoals ingevoegd, wordt opgezocht in het veld field_scenario_id, zoals gedefinieerd is in het .ini bestand. Het scenario wordt door de bestaande situatie heengedrukt.

    Uitvoer

    Een geodatabase met daarin een basissituatie die is geupdate met één of meerdere scenario's

    Instellingen

    Voor deze tool worden in het bestand TurtleUrban.ini de volgende instellingen gebruikt:

    INI_general.png

     

    Terug naar 1.3.1 Importeer Scenario's

    Terug naar inhoudsopgave handleiding Turtle Urban Tools

    2. Model

    2.1 Toekennen afvoerend oppervlak aan leidingen

    Invoer

    De volgende invoerbestanden zijn nodig:

    21.PNG

    Werkwijze instrument

    Deze tool kent afvoerend oppervlak toe aan de leidingen. Dit geschiedt op basis van de GBKK, de conversietabel (en eventueel rekenregels). Bij deze toekenning kan ook gebruik worden gemaakt van de 'Brabantse Methode'. Deze methode kent een vaste hoeveelheid vierkante meters toe aan een door de gebruiker in te stellen type verharding (denk hierbij bijvoorbeeld aan tuinhuisjes).

    Uitvoer

    De uitvoer zijn twee features. De ene is het leidingenbestand met afvoerende oppervlakken toegekend. Deze is klaar voor de export naar SUF-HYD. Het andere is het vlakkenbestand met afvoerende oppervlakken per leidingtype. Deze kan worden gebruikt voor de visualisatie van de afvoer.

    Instellingen

    Voor deze tool worden in het bestand TurtleUrban.ini de volgende instellingen gebruikt:

    INI_general.png

    INI_brabantsemethode.png

     

    Terug naar 2.1 Toekennen afvoerend oppervlak aan leidingen

    Terug naar inhoudsopgave handleiding Turtle Urban Tools

    2.2 Toekennen DWA definities (optioneel)

    Invoer

    De volgende invoerbestanden zijn nodig:

    22.PNG

    Werkwijze instrument

    Deze tool rekent per gebied uit wat de inwoner equivalenten (DWA_ie) per knoop is en kent de bijbehorende DWA definitie toe.

    Uitvoer

    Een knopenbestand met teoegekende ie's en definities. Optioneel kan er een controle worden gedaan voor dubbele aansluitingen. Overal waar een knoop ligt met aangesloten leidingen van verschillende type, wordt de knoop geëxporteerd naar een apart bestand.

    Instellingen

    Voor deze tool worden in het bestand TurtleUrban.ini de volgende instellingen gebruikt:

    INI_general.png

     

    Terug naar 2.2 Toekennen DWA definities (optioneel)

    Terug naar inhoudsopgave handleiding Turtle Urban Tools

    2.3 Actualisatie belasting op stelsel in database

    Invoer

    De volgende invoerbestanden zijn nodig:

    23.PNG

    Werkwijze instrument

    Verwerkt de belasting vanuit afvoerend oppervlak en dwa op het stelsel (dat is gedefinieerd in de SUF-HYD).

    De keuze wat te doen met de belasting is als volgt:

    Uitvoer

    Een geodatabase met daarin de stelselopbouw (SUF-HYD) en belasting.

    Instellingen

    Geen instelling in het .ini bestand nodig.

     

    Terug naar 2.3 Actualisatie belasting op stelsel in database

    Terug naar inhoudsopgave handleiding Turtle Urban Tools

    2.4 Exporteren naar SUF-HYD

    Invoer

    De volgende invoerbestanden zijn nodig:

    24.PNG

    Werkwijze instrument

    Converteert de SUF-HYD geodatabase naar een normale Suf-Hyd, bijv. "stelsel.hyd"

    Uitvoer

    Een SUF-HYD bestand dat als import kan dienen in bijvoorbeeld Sobek.

    Instellingen

    Geen instelling in het .ini bestand nodig.

     

    Terug naar 2.4 Exporteren naar SUF-HYD

    Terug naar inhoudsopgave handleiding Turtle Urban Tools

    2.5 Exporteren metadata (optioneel)

    Invoer

    De volgende invoerbestanden zijn nodig:

    25.PNG

    Werkwijze instrument

    Deze tool combineert en exporteert metadata zoals is toegevoegd door de gebruiker en gedefiniëerd in het .ini bestand (kolomnamen), samen met de SUF-HYD geodatabase.

    Let op: Deze tool werkt alleen goed als je de features niet aan hebt staan in de 'table of contents'

    Uitvoer

    Een SUF-HYD geodatabase met metadata

    Instellingen

    Voor deze tool worden in het bestand TurtleUrban.ini de volgende instellingen gebruikt:

    INI_meta.png

     

    Terug naar 2.5 Exporteren metadata (optioneel)

    Terug naar inhoudsopgave handleiding Turtle Urban Tools

    3. Analyse & Presentatie

    3.1 Genereren afwaterende eenheden

    Invoer

    De volgende invoerbestanden zijn nodig:

    31.PNG

    Werkwijze instrument

    Deze tool combineert vlakken die naar dezelfde leiding afwateren tot één vlak. Deze tool is puur voor de visualisatie/analyse gemaakt en heeft geen invloed op het toekennen van verhard oppervlak in het SUF-HYD bestand.

    Uitvoer

    Een vlakkenbestand met afwaterende eenheden.

    Instellingen

    Geen instelling in het .ini bestand nodig.

     

    Terug naar 3.1 Genereren afwaterende eenheden

    Terug naar inhoudsopgave handleiding Turtle Urban Tools

    3.2 Visualiseren afvoerend oppervlak naar leidingtype

    Invoer

    De volgende invoerbestanden zijn nodig:

    32.PNG

    Werkwijze instrument

    Deze tool voer je uit per stelseltype. Indien er meerdere stelseltype voorkomen in de schematisatie, dan moet deze tool per stelseltype worden uitgevoerd. De tool tekent een lijn van de centroïde van een afvoerende vlak (Thiessen polygoon) naar de centroïde van een rioolleiding waar het vlak naartoe afwatert.

    De visualisatielijnen kunnen gebruikt worden om te controleren of de toekenning van het verhard oppervlak correct is uitgevoerd.

    Uitvoer

    Visualisatielijn voor het betreffende stelseltype.

    Instellingen

    Geen instelling in het .ini bestand nodig.

     

    Terug naar 3.2 Visualiseren afvoerend oppervlak naar leidingtype

    Terug naar inhoudsopgave handleiding Turtle Urban Tools

    3.3 Update XY Waarden

    Invoer

    De volgende invoerbestanden zijn nodig:

    33.PNG

    Werkwijze instrument

    Deze tool tekent het rioolstelsel in ArcGIS opnieuw in. Dit is gebaseerd op de aanpassingen in de x,y waarden van de knopen. De tool kan gebruikt worden om een heel stelsel in één keer te verplaatsen of om leidingen te hertekenen na het handmatig verplaatsen van knopen in ArcGIS. Als je de x,y waarden van de *KNP hebt aangepast in de kolommen knp_xco en knp_yco, dan gebruik je de tool ook.

    Uitvoer

    Geactualiseerde SUF-HYD geodatabase

    Instellingen

    Geen instelling in het .ini bestand nodig.

     

    Terug naar 3.3 Update XY Waarden

    Terug naar inhoudsopgave handleiding Turtle Urban Tools

    3.4 Blokkenschema

    Invoer

    De volgende invoerbestanden zijn nodig:

    34.PNG

    Werkwijze instrument

    Deze tool zet het studiegebied om in een blokkenschema.

    Uitvoer

    Informatie op gebiedsniveau.

    Instellingen

    Geen instelling in het .ini bestand nodig.

     

    Terug naar 3.4 Blokkenschema

    Terug naar inhoudsopgave handleiding Turtle Urban Tools

    Turtle Urban Hydrobase

    De tabellen worden opgebouwd conform de systematiek van Stichting RIONED (001_RIONED_-_opbouw_Suf-Hyd.pdf). Deze is te vinden op Kennismanagement > Werkvelden > Stedelijk Water > Inhoudelijke Procedures

    AfvoerendOppervlak_line

    Beschrijving afvoerend oppervlak volgens NWRW 4.3 inloop-model

    Veldnaam Type Eenheid Omschrijving
    IDE_RECA identicatie record
    IDE_GEBA identificatie rioleringsgebied
    IDE_KN1A identificatie knoop 1
    IDE_KN2A identificatie knoop 2
    NUM_MVBN volgnummer meervoudige verbindingen
    GVH_EENA eenheid gesloten verhard oppervlak
    GVH_HELNm2/moppervlak gesloten verhard hellend
    GVH_VLANm2/mgrootte gesloten verhard vlak oppervlak
    GHV_VLUNm2/mgrootte gesloten verhard uitgestrekt vlak oppervlak
    OVH_EENA eenheid open verhard oppervlak
    OVH_HELNm2/moppervlak open verhard hellend
    OVH_VLANm2/mgrootte open verhard vlak oppervlak
    OVH_VLUNm2/mgrootte open verhard uitgestrekt vlak oppervlak
    DAK_EENA eenheid dak oppervlak
    DAK_HELNm2/moppervlak gesloten verhard hellend
    DAK_VLANm2/mgrootte dak vlak oppervlak
    DAK_VLUNm2/mgrootte dak uitgestrekt vlak oppervlak
    ONV_EENA eenheid onverhard oppervlak
    ONV_HELNm2/moppervlak onverhard hellend
    ONV_VLANm2/mgrootte onverhard vlak oppervlak
    ONV_VLUNm2/mgrootte onverhard uitgestrekt vlak oppervlak

    AfvoerendOppervlak_point

    Beschrijving afvoerend oppervlak volgens NWRW 4.3 inloop-model

    Veldnaam Type Eenheid Omschrijving
    IDE_RECA identicatie record
    IDE_GEBA identificatie rioleringsgebied
    IDE_KN1A identificatie knoop 1
    IDE_KN2A identificatie knoop 2
    NUM_MVBN volgnummer meervoudige verbindingen
    GVH_EENA eenheid gesloten verhard oppervlak
    GVH_HELNm2/moppervlak gesloten verhard hellend
    GVH_VLANm2/mgrootte gesloten verhard vlak oppervlak
    GHV_VLUNm2/mgrootte gesloten verhard uitgestrekt vlak oppervlak
    OVH_EENA eenheid open verhard oppervlak
    OVH_HELNm2/moppervlak open verhard hellend
    OVH_VLANm2/mgrootte open verhard vlak oppervlak
    OVH_VLUNm2/mgrootte open verhard uitgestrekt vlak oppervlak
    DAK_EENA eenheid dak oppervlak
    DAK_HELNm2/moppervlak gesloten verhard hellend
    DAK_VLANm2/mgrootte dak vlak oppervlak
    DAK_VLUNm2/mgrootte dak uitgestrekt vlak oppervlak
    ONV_EENA eenheid onverhard oppervlak
    ONV_HELNm2/moppervlak onverhard hellend
    ONV_VLANm2/mgrootte onverhard vlak oppervlak
    ONV_VLUNm2/mgrootte onverhard uitgestrekt vlak oppervlak

    Doorlaat_line

    Doel: Beschrijving van de specifieke gegevens van een doorlaat.

    Veldnaam Type Eenheid Omschrijving
    IDE_RECA  identificatie record
    IDE_GB1A identificatie rioleringsgebied knoop 1
    IDE_KN1A  identificatie knoop 1
    IDE_GB2A identificatie rioleringsgebied knoop 2
    IDE_KN2A identificatie knoop 2
    NUM_MVBN volgnummer meervoudige verbinding
    PRO_BRENmbreedte/diameter profiel
    PRO_HGTNmhoogte profiel
    PRO_VRMA vorm profiel
    PRO_BOKNm NAPniveau binnenonderkant profiel
    DRL_COEN contractiecoëfficiënt doorlaatprofiel
    DRL_CAPNl/smaximale capaciteit doorlaat
    STR_RCHA  doorlaatrichting
    QDH_NUMA nummer bijz. debiet-verhang relatie
    QDH_NIVNm NAPniveau bijz. debiet-verhang relatie

    Gemaal_line

    Beschrijving specifieke gegevens van een gemaal

    Veldnaam Type Eenheid Omschrijving
    IDE_RECA identificatie record
    IDE_GB1A identificatie rioleringsgebied knoop 1
    IDE_KN1A  identificatie knoop 1
    IDE_GB2A  identificatie rioleringsgebied knoop 2
    IDE_KN2A  identificatie knoop 2
    NUM_MVB N volgnummer meervoudige verbinding
    QDH_NUMA nummer bijz. debiet-verhang relatie
    QDH_NIVNm NAPniveau bijz. debiet-verhang relatie
    PMP_COMN aantal q-h combinaties
    PMP_PC1Nl/spompcapaciteit 1
    PMP_AN1Nm NAPaanslagniveau knoop 1 capaciteit 1
    PMP_AF1Nm NAPafslagniveau knoop1 capaciteit 1
    REL_AN1Nm NAPaanslagniveau knoop 2 capaciteit 1
    REL_AF1Nm NAPafslagniveau knoop 2 capaciteit 1
    etc.
    PMP_PCxNl/spompcapaciteit x
    PMP_ANxNm NAP aanslagniveau knoop 1 capaciteit x
    PMP_AFxNm NAP afslagniveau knoop1 capaciteit x
    REL_ANxNm NAPaanslagniveau knoop 2 capaciteit x
    REL_AFxNm NAPafslagniveau knoop 2 capaciteit x

    Gemaal_point

    Beschrijving specifieke gegevens van een gemaal

    Veldnaam Type Eenheid Omschrijving
    IDE_RECA identificatie record
    IDE_GB1A identificatie rioleringsgebied knoop 1
    IDE_KN1A  identificatie knoop 1
    IDE_GB2A  identificatie rioleringsgebied knoop 2
    IDE_KN2A  identificatie knoop 2
    NUM_MVB N volgnummer meervoudige verbinding
    QDH_NUMA nummer bijz. debiet-verhang relatie
    QDH_NIVNm NAPniveau bijz. debiet-verhang relatie
    PMP_COMN aantal q-h combinaties
    PMP_PC1Nl/spompcapaciteit 1
    PMP_AN1Nm NAPaanslagniveau knoop 1 capaciteit 1
    PMP_AF1Nm NAPafslagniveau knoop1 capaciteit 1
    REL_AN1Nm NAPaanslagniveau knoop 2 capaciteit 1
    REL_AF1Nm NAPafslagniveau knoop 2 capaciteit 1
    etc.
    PMP_PCxNl/spompcapaciteit x
    PMP_ANxNm NAP aanslagniveau knoop 1 capaciteit x
    PMP_AFxNm NAP afslagniveau knoop1 capaciteit x
    REL_ANxNm NAPaanslagniveau knoop 2 capaciteit x
    REL_AFxNm NAPafslagniveau knoop 2 capaciteit x

    Knoop_point

    Veldnaam type Eenheid Omschrijving
    IDE_RECA identificatie record
    IDE_GEBA identificatie rioleringsgebied
    IDE_KNPA identificatie knoop
    KNP_XCONmmx-coördinaat knoop
    KNP_YCONmmx-coördinaat knoop
    MVD_NIVNm NAPniveau maaiveld
    MVD_SCHA type maaiveldschematisering
    WOS_OPPNm2oppervlak water op straat
    PRO_MATA materiaal profiel
    KNP_BRENmbreedte/diameter putbodem
    KNP_LENNmlengte putbodem
    KNP_VRMA vorm knoop
    KNP_BOKNm NAPniveau binnenonderkant put
    AFV_HELNm2grootte hellend oppervlak
    AFV_VLANm2grootte vlak oppervlak
    AFV_VLUNm2grootte vlak uitgestrekt oppervlak
    LOZ_CONNl/scontinue lozing
    AAN_WONN aantal woningen
    AAN_INWN aantal inwoners
    DWA_DEFA verwijzing naar *DWA object.

    Leiding_line

    Beschrijving gesloten leiding tussen twee knopen.

    Veldnaam Type Eenheid Omschrijving
    IDE_RECA identificatie record
    IDE_GEBA identificatie rioleringsgebied 1
    IDE_KN1A identificatie knoop 1
    IDE_GB2A identificatie rioleringsgebied 2
    IDE_KN2A identificatie knoop 2
    NUM_MVBN volgnummer meervoudige verbinding
    BOB_KN1Nm NAPb.o.b. Knoop 1
    BOB_KN2Nm NAPb.o.b. Knoop 2
    LEI_LENN mlengte leiding
    LEI_TYPA type leiding
    PRO_MATA materiaal profiel
    MAT_SDRN SDR-waarde materiaal
    PRO_BRENmbreedte/diameter profiel
    PRO_HGTNm hoogte profiel
    PRO_VRMA vormcode profiel
    PRO_NUMA nummer bijzonder profiel
    AFV_EENA eenheid afvoerend oppervlak
    AFV_HELNm2/m1grootte hellend oppervlak
    AFV_VLANm2/m1 grootte vlak oppervlak
    AFV_VLUNm2/m1 grootte vlak uitgestrekt oppervlak
    AAN_WONN aantal woningen
    AAN_INWN  aantal inwoners
    PRO_KNWNmm K-Nikuradse waarde profielwand
    STR_RCHA  stromingsrichting door leiding
    INV_KN1N instroomverliescoëfficiënt knoop 1
    UIT_KN1N uitstroomverliescoëfficiënt knoop 1
    INV_KN2N instroomverliescoëfficiënt knoop 2
    UIT_KN2N uitstroomverliescoëfficiënt knoop 2
    QDH_NUMA  nummer bijz. debiet-verhang relatie
    QDH_NIVNm NAP niveau bijz. debiet-verhang relatie
    NSH_FRTN type functie voor berekenen ruwheid
    NSH_FRVNvariabelwaarde NHS_FRT
    DWA_DEFA40170 - 209verwijzing naar *DWA object.

    Overstort_line

    Beschrijving van de specifieke gegevens van een overstort.

    Veldnaam Type Eenheid Omschrijving
    IDE_RECA identificatie record
    IDE_GB1A identificatie rioleringsgebied knoop 1
    IDE_KN1A identificatie knoop 1
    IDE_GB2A identificatie rioleringsgebied knoop 2
    IDE_KN2A identificatie knoop 2
    NUM_MVBN volgnummer meervoudige verbinding
    OVS_BRENmbreedte overstortdrempel
    OVS_NIVNm NAPniveau overstortdrempel
    OVS_COEN- afvoercoëfficiënt overstortdrempel
    STR_RCHA stromingsrichting over overstortdrempel
    BWS_GEMNm NAP gemiddelde buitenwaterstand
    BWS_ZOMNm NAP buitenwaterstand zomer
    BWS_WINNm NAP buitenwaterstand winter
    QDH_NUMA  nummer afw. debiet-verhang relatie
    QDH_NIVNm NAP niveau afw. Debiet-verhang relatie

    Overstort_point

    Beschrijving van de specifieke gegevens van een overstort.

    Veldnaam Type Eenheid Omschrijving
    IDE_RECA identificatie record
    IDE_GB1A identificatie rioleringsgebied knoop 1
    IDE_KN1A identificatie knoop 1
    IDE_GB2A identificatie rioleringsgebied knoop 2
    IDE_KN2A identificatie knoop 2
    NUM_MVBN volgnummer meervoudige verbinding
    OVS_BRENmbreedte overstortdrempel
    OVS_NIVNm NAPniveau overstortdrempel
    OVS_COEN- afvoercoëfficiënt overstortdrempel
    STR_RCHA stromingsrichting over overstortdrempel
    BWS_GEMNm NAP gemiddelde buitenwaterstand
    BWS_ZOMNm NAP buitenwaterstand zomer
    BWS_WINNm NAP buitenwaterstand winter
    QDH_NUMA  nummer afw. debiet-verhang relatie
    QDH_NIVNm NAP niveau afw. Debiet-verhang relatie

    Bijzondere leiding profiel

    Doel Beschrijving van profielen die afwijken van de profielen die default in het SUF-HYD zijn opgenomen.
    Opmerking nog nalopen op veldnamen!

    Veldnaam Type Eenheid Omschrijving
    IDE_RECA identificatie record
    PRO_NUMA nummer bijzonder profiel
    PRO_COMN aantal combinaties
    PRO_NV1Nm1ste niveau boven b.o.b.
    PRO_NO1Nm2nat oppervlak niveau 1
    PRO_HS1Nmnatte omtrek niveau 1
    PRO_BR1Nmbreedte niveau 1
    etc.
    PRO_NVxNmxe niveau boven b.o.b.
    PRO_NOxNm2nat oppervlak niveau x
    PRO_HSxNmnatte omtrek niveau x
    PRO_BRxNmbreedte niveau x

    Bijzondere Inloopgegevens

    Veldnaam Type Eenheid Omschrijving
    IDE_RECA identicicatie record
    AFV_TOPA type oppervlak
    AFV_TASA type afstroming
    AFV_BRGNmmoppervlakteberging
    AFV_VDPN verdampingsfactor
    AFV_IFXNmm/hmaximum infiltratiecapaciteit
    AFV_IFNNmm/hminimum infiltratiecapciteit
    AFV_IFANhfactor afname infiltratiecapaciteit
    AFV_IFHNhfactor herstel infiltratiecapaciteit
    AFV_AFSNminfactor afstromingsvertraging
    AFV_VDPN de definitie in suf-hyd boekje (N 4.1 16-20) is inconsistent.
    AFV_INDN Infiltration from depression (0: No; 1: Yes)
    AFV_INRN Infiltration form runoff (0: No; 1: Yes)

    DWA

    Veldnaam Type Eenheid Omschrijving
    IDE_RECA identicicatie record
    INW_WONNinw/wongem. aantal inwoners/woning
    DWA_CONNl/inw.hconstante dwa/h.inwoner
    DWA_U00N%dwa/h.inw 0.00 - 1.00 uur
    DWA_U01N%dwa/h.inw 1.00 - 2.00 uur
    DWA_U02N%dwa/h.inw 2.00 - 3.00 uur
    DWA_U03N%dwa/h.inw 3.00 - 4.00 uur
    DWA_U04N%dwa/h.inw 4.00 - 5.00 uur
    DWA_U05N%dwa/h.inw 5.00 - 6.00 uur
    DWA_U06N%dwa/h.inw 6.00 - 7.00 uur
    DWA_U07N%dwa/h.inw 7.00 - 8.00 uur
    DWA_U08N%dwa/h.inw 8.00 - 9.00 uur
    DWA_U09N%dwa/h.inw 9.00 - 10.00 uur
    DWA_U10N%dwa/h.inw 10.00 - 11.00 uur
    DWA_U11N%dwa/h.inw 11.00 - 12.00 uur
    DWA_U12N%dwa/h.inw 12.00 - 13.00 uur
    DWA_U13N%dwa/h.inw 13.00 - 14.00 uur
    DWA_U14N%dwa/h.inw 14.00 - 15.00 uur
    DWA_U15N%dwa/h.inw 15.00 - 16.00 uur
    DWA_U16N%dwa/h.inw 16.00 - 17.00 uur
    DWA_U17N%dwa/h.inw 17.00 - 18.00 uur
    DWA_U18N%dwa/h.inw 18.00 - 19.00 uur
    DWA_U19N%dwa/h.inw 19.00 - 20.00 uur
    DWA_U20N%dwa/h.inw 20.00 - 21.00 uur
    DWA_U21N%dwa/h.inw 21.00 - 22.00 uur
    DWA_U22N%dwa/h.inw 22.00 - 23.00 uur
    DWA_U23N%dwa/h.inw 23.00 - 24.00 uur
    DWA_TYPN Vorm van DWA-belasting (1: constant; 2: variabel)
    DWA_TOTNl/dagWatergebruik per inwoner als DWA_TYP=2. in l/dag
    DWA_DEFA een unieke waarde die elk object identificeert. Hierna wordt verwezen in *KNP en *LEI.

     

    Terug naar Turtle Urban Hydrobase

    Tips, Tricks en veelvoorkomende fouten

    Inleiding

    Deze pagina bevat een lijst met handigheidjes bij het gebruik van Turtle. Deze lijst is (nog) niet volledig, dus graag aanvullen met de juiste opmaak (zodat het netjes en leesbaar blijft)

    Tips & Tricks

    Veelvoorkomende fouten

    Probleem - tool 'Exporteren naar sufhyd'

    Messages
    Executing: TurtleUrban _ExporterennaarSUF-

    HYD D:\GISTEMP\P0190\OOST\Almere_Oost_2015.gdb D:\GISTEMP\P0190\OOST\almere_oost
    Start Time: Tue Jan 13 16:11:35 2015
    Running script TurtleUrban_ExporterennaarSUF-HYD...
    ********************************************************* ... 0 seconds
    turtle_urban.urban_export2hyd ... 0 seconds
    This python script is developed by Nelen & Schuurmans B.V. and is a part of 'Turtle'. ... 0 seconds
    ********************************************************* ... 0 seconds
    Starting export ... 0 seconds
    Checking for .hyd extension ... 0 seconds
    Exporting D:\GISTEMP\P0190\OOST\Almere_Oost_2015.gdb to D:\GISTEMP\P0190\OOST\almere_oost.hyd ... 0 seconds
    -- general information ... 1 second
    Traceback (most recent call last):
    File "C:\Program Files\Nelen & Schuurmans\Turtle Urban\src\turtle_urban\urban_export2hyd.py", line 31, in main
    export.main()
    File "C:\Program Files\Nelen & Schuurmans\Turtle Urban\src\turtle_urban\export.py", line 114, in main
    convert_table(gp, 'AlgemeneInformatie', output_file)
    File "C:\Program Files\Nelen & Schuurmans\Turtle Urban\src\turtle_urban\export.py", line 40, in convert_table
    table_content = nens.gp.get_table(gp, full_table_name, no_shape=True)
    File "C:\Program Files\Nelen & Schuurmans\Turtle Urban\src\nens\gp.py", line 514, in get_table
    fields = [i.name for i in gp_iterator(gp.ListFields(datasource))]
    IOError: "D:\GISTEMP\P0190\OOST\Almere_Oost_2015.gdb/AlgemeneInformatie" does not exist
    ... 1 second
    Completed script TurtleUrban _ExporterennaarSUF-HYD...
    Failed to execute (TurtleUrban _ExporterennaarSUF-HYD).
    Failed at Tue Jan 13 16:11:36 2015 (Elapsed Time: 1.00 seconds)

    De tabel 'AlgemeneInformatie' bestaat inderdaad niet: je hebt in de gdb waarschijnlijk een bestand dat 'AlgemeneInformatie_geom' heet. Hernoem dit bestand. Het feit dat er verschillende soorten slashes in de padnaam staan, maakt niet uit (forward/backward slash)

    Probleem - Na installatie kan ik de toolbox niet gebruiken

    Na installeren kan ik de toolbox niet gebruiken. De tools crashen direct met de melding:

    Error in executing: cmd.exe /C C:\OFFICE~1.NL\Products\Turtle\Trunk\TURTLE~4\TURTLE~3\src\python\UR7368~1.PY "C:\gistemp\test.hyd" "C:\gistemp\output2\wdw"Failed to execute (TurtleUrbanimportsufhyd).

    Er kunnen een aantal zaken aan de hand zijn:
    Als dit de eerste keer is dat je python tools runt vanuit ArcGIS op je pc kan het aan de installatie liggen.
    Je mist een aantal essentiele libraries. Heb je alle meegeleverde libraries geinstalleerd voordat je de tool runde?
    De WORK-directory zoals gedefinieerd in de ini file bestaat niet.

    Na het installeren van Turtle Urban krijg ik bij het runnen van de 1e tool (1.1.1) bijna direct de volgende melding:

    Running script TurtleUrbanimportsufhyd?...<type 'exceptions. ImportError?'>: No module named mock

    Oorzaak: de gebruiker die turtle urban 'runt' heeft niet voldoende rechten op de c-schijf/locatie waar turtle urban is geinstalleerd. Oplossing: de gebruiker lees en schrijfrechten toekennen op de locatie waar turtle urban is geïnstalleerd

    Probleem - Geen volledige input: 6 failed: failed to delete turtlework

    Niks aan de hand, ArcGIS lockt soms filegeodatabases waarin gewerkt is. Na een herstart van je pc/ArcGIS zal de delete actie wel succesvol zijn.

    Probleem - Melding Error in executing function. Failed to execute (delete)

    Ik krijg aan het einde van mijn script de melding dat mijn tempfiles niet verwijderd kunnen worden (Error in executing function Failed to execute (Delete)) en ik krijg geen resultaat in mijn table of contents. Is de tool nu wel of niet succesvol?

    De tool is succesvol gerund, maar ArcGIS lockt soms bestanden waar hij zelf in gewerkt heeft. De output is aangemaakt, maar omdat er een fout is opgetreden in de tool laat ArcGIS deze niet automatisch zien. Je zal met de Add Data knop deze zelf moeten toevoegen aan je Table of Contents.

    Probleem - Ik kan de volgorde van tools niet aangeven in de Modelbuilder

    Ten eerste raden wij af model builder te gebruiken. De tool is onbetrouwbaar wat betreft het verwijderen/overschrijven van tussenresultaten waardoor je uitkomsten automatisch ook onbetrouwbaar zijn. Dit is wel op te vangen door je work-directory handmatig leeg te gooien, maar dat wordt vaak vergeten.

    Probleem - Waarschuwing bij tool 1.1.1 Import gml received at least 1 error, check output file

    Neem deze waarschuwing serieus, er is mogelijk iets mis met je Sufhyd. Het kan betekenen dat er 1 lijn met dezelfde begin en eindpunt niet getekend kan worden, bijvoorbeeld een pomp, maar er kan ook meer aan de hand zijn. Scroll omhoog in het logwindow om te zien of er meer meldingen zijn en kijk anders in de logfile.

    Probleem - Waarschuwing The output resolution is larger than the input feature class resolution

    Niks bijzonders, zie ESRI documentatie.

     

    Terug naar Tips, Tricks en veelvoorkomende fouten

    Opbouw van het INI bestand

    Inleiding

    Bij het werken met de Turtle tools wordt gebruik gemaakt van een zogenoemd .INI bestand. Dit bestand staat op de volgende locatie op de GIS-PC met Turtle: C:\Program Files (x86)\Nelen & Schuurmans\Turtle Urban\src\turtle_urban en heet TurtleUrban.ini (configuration settings). Dit .ini bestand kan per project anders zijn. Omdat er meerdere mensen op een GIS-server werken is het verstandig om je aangepaste .ini altijd te backuppen in de projectmap. Het is van belang dat de naamgeving in de tabellen van de geodatabases overeenkomt met de velden die vanuit de .ini worden aangeroepen. Als dat niet het geval is, krijg je een foutmelding waarin dit (niet heel duidelijk, maar je kan het eruit halen) staat.

    Op voorliggende pagina staat beschreven hoe dit .ini bestand is opgebouwd, en hoe je daarin aanpassingen kan doen.

    General

    INI_general.png

    De belangrijkste zijn:

    Achter de tekst field_containing_surface_type_information staat de veldnaam waarin je turtlestring staat (in meerdere tabellen). Als je dit veld (zoals in de handleiding staat beschreven) turtle noemt, dan komt het goed.

    Achter de tekst field_with_number_of_citizens staat de veldnaam waarin je het aantal ie en/of veb opneemt.

    Achter de tekst field_containing_rioolgebieden_id staat de veldnaam in de GBKK waarin de naam van het bemalingsgebied of van het studiegebied staat vermeld.

    Achter de tekst field_rekenregel staat de veldnaam in de GBKK, rekenregel tabel waarin staat aangegeven of de rekenregel toegepast moet worden (dus waarde 1 = TRUE heeft)

    Definitie leidingtypes

    INI_def_leidingtypes.png

    Hierin staan beschreven welke code er geldt voor welk type leiding. Door een ; voor de regel te zetten, commentieer je die uit en geldt deze niet tijdens de werking van de turtle tools. Het is dus van belang dat alle leidingtypes die je hebt opgenomen in het gesloten leidingen bestand en die meegemodelleerd worden hierin zijn opgenomen. Met behulp van de rekenregelstabel wordt het hierdoor mogelijk om bijvoorbeeld gesloten wegoppervlak aan een VGS-RWA leiding te koppelen en het naastliggende bedrijfspand (je ziet het meestal op bedrijventerreinen) op de GS-HWA. Onder de weg ligt dus een DWA, VGS-RWA en GS-HWA leiding.

    De genoemde leidingtypes in het .ini bestand moeten ook met die veldnamen zijn opgenomen in de GBKK en rekenregels.

    De toekenning van verhard oppervlak gebeurt met Turtle. Uiteindelijk moet je de leidingtypologie die anders is dan 00, 01 en 02 (Gemengd, RWA en DWA) aanpassen aan een van deze, zodat het met de conversie naar SufHyd goed gaat.

    Sufhyd

    INI_sufhyd.png

    Dit beschrijft de koppeling tussen de velden in de database en die in het sufhyd. Blijf hier dus gewoon vanaf.

    DWA aankoppeling

    INI_dwakoppeling.png

    Hier staat beschreven aan welk type leidingen (lei_typ) het DWA mag worden gekoppeld. Het kan dus zijn dat er DWA op een RWA (type 01) kan komen (foutieve aansluiting). De codes volgen de codering zoals die is aangemaakt in het deel definitie leidingtypes.

    Verhard oppervlak huis definitie

    INI_verhardoppervlakhuis.png

    Hier staat beschreven welke type verharding toebehoren aan huizen, waarvan het verhard oppervlak in zijn geheel (dus niet opgeknipt als Thiessen polygonen) wordt toegekend aan een leiding.

    Brabantse methode

    INI_brabantsemethode.png

    Metadata

    INI_meta.png

     

    Terug naar Opbouw van het INI bestand

    Type koppeling van modellen

    Type RR-CF modellen

    Sobek CFRR model direct gekoppeld

    Model dat wordt gebruikt in het geval dat een neerslag-afvoermodel aan een hydrodynamisch model wordt gekoppeld (bijvoorbeeld de Sobek Channel-Flow module). Het gaat hierbij puur om het conceptualiseren van het neerslag-afvoerverloop vanuit landelijk en stedelijk gebied dat direct tot afstroming komt op een hydrodynamisch model.

     

    Sobek RRCF model indirect gekoppeld

    Indirecte koppeling tussen RR en CF, bijvoorbeeld doordat neerslag eerst wordt opgevangen in secundair water, waarna het wat geleiderlijker richting de hoofdwatergangen stroomt.

     

    Sobek RRCF model direct en indirect gekoppeld

    Combinatie van bovenstaande type modellen.

     

    Terug naar Type koppeling van modellen.

    Turtle Helpdesk

    Voor al uw vragen over Turtle kunt u contact opnemen met:

    Support@nelen-schuurmans.nl

    Telefoonnummer: 030 - 2330200